frankrijk / routes des grandes alpes

Zondag 14 september.

We vertrekken dit keer vanuit Bilthoven voor onze Frankrijk reis. Doel is Annecy en van daar uit bekijken of het weer een beetje redelijk is en dan de “Route des Grandes Alpes” rijden. De eerste pleisterplaats is de camperplaats in Charmes waar we nog makkelijk een plaatsje kunnen vinden. In veel reisverslagen wordt deze camperplaats als super omschreven. Misschien heb ik er daarom te veel van verwacht want het viel mij een beetje tegen. Natuurlijk ligt de plek wel mooi aan een kanaal maar is ook een beetje onrustig. Persoonlijk vind ik Baumes-les-Dames veel mooier omdat ik dat dorp ook veel aantrekkelijker vind.

Maandag 15 september

Binnendoor via o.a. de N5 rijden we langs Geneve naar Annecy. Even voor Gex heb je een prachtig uitzichtpunt over het meer van Geneve en het Mont Blanc Massief op de achtergrond. Het weer is al een paar dagen redelijk maar erg koud. De camperplaats in Annecy is helemaal vol. Campers staan zelfs dubbel geparkeerd. Op een lantaarnpaal staat een briefje van een kleine camping 2
km verderop aan de N508 en omdat het al laat is besluiten we niet verder te zoeken en daar heen te gaan (wel eerst het sani-station gebruiken). We staan in een grote tuin voor 10 euro op camping Le Verger.

Dinsdag 16 september

Bij de camping de weg even oversteken en een paadje naar het meer nemen en we kunnen via een fietspad naar Annecy waar we het oude gedeelte bekijken. Het is marktdag. Je zou kunnen zeggen dat we het treffen, dat is natuurlijk ook zo maar alle heerlijkheden die
Frankrijk heeft worden hier erg aantrekkelijk uitgestald. Niet kopen valt niet mee. Heerlijke kaas, mooie worst, de meest aparte paddestoelen en meer.

We beperken ons tot de dingen die we nodig hebben. Groente, fruit en vlees. We raken aan de praat met mensen uit Twente en drinken gezellig met zijn vieren koffie in een heerlijk warme conditorei. Terug fietsend naar de camping was er de aarzeling “gaan we nu wel of niet de bergen in”. Het was nog steeds koud, elf graden, en het meer lag rondom in donkere wolken. We kozen toch voor de bergen onder het motto: we zien wel. Een goede keuze want hoe hoger we kwamen hoe beter het werd. De bedoeling was eerst naar La Clusaz te rijden en daar te overnachten. De camperplaats in het boekje van Facile was er gewoon niet. Doorrijden bracht ons op de Col des Aravis, vanwaar je een prachtig zicht hebt op de witte toppen van de Mont Blanc.

We zijn doorgereden tot Les Saisies waar we hebben overnacht op een lege camperplaats. In het dorp, waar alle blinden gesloten zijn, is het uitgestorven. De etalagepoppen hebben witte t-shirts aan en de winkel is leeg.

Woendag 17 september.

Een prachtige heldere dag en…de temperaturen waren weer heel aangenaam. We vervolgen onze route. Bij Beaufort stoppen we om het dorpje te bekijken, ook hier markt en dat maakt het altijd wel gezellig. Bij het stuwmeer van Roselend nemen we vlak voor het meer de weg naar rechts en vinden daar een prachtig plekje om een paar uur te verblijven. Na 500 meter op die ingeslagen weg zie je links een
parkeerplek en een pad naar beneden. Er stonden 2 campers die er ongetwijfeld de nacht hebben doorgebracht. Een prachtig plekje!!.

Wij rijden maar een paar uur verder naar Bourg-St. Marice en overnachten voor 9 euro 40 op de Acsi camping Le Versoyen.

Donderdag 18 september.

Via de D 109, een drukke weg en niet bijzonder, rijden we naar Val d’Isere. Ook hier is alles dicht. Geen aardigheid aan dus snel door. Na het dorp wordt de weg weer rustig en erg mooi. Volgens de kaart is op dit stuk “de Belvedere de la Terentaise”. Maar een bordje om dit punt aan te geven zien we niet. Kijk geregeld terug en zoek zelf even een plekje om te stoppen want het uitzicht hier is prachtig.

In de diepte het dorp, omringd door de majestueuze bergen en achter het dorp het Lac du Chevril. De Col d’Iseran zelf is minder spectaculair. Overigens dit seizoen schijnt wel in trek te zijn bij motorrijders, die zijn er genoeg. Na de Col weer mooie uitzichten. We dalen af naar Bonneval een leuk dorpje om even door te lopen.

We overnachten in Bramman op een erg mooi gelegen camping municipal.
De omgeving nodigt zonder meer uit tot wandelen.

vrijdag 19 september.

Het heeft de hele nacht geregend en dat doet het ook nog bij het opstaan. We blijven maar lekker in de camper en wachten af of het weer wat beter wil worden. Tegen half elf is het droog en beginnen we met een korte wandeling. Lang genoeg in de camper gezeten.
Met steeds beter wordend weer vervolgen we de route naar de col de Telegrafe. Veel fietsers op deze goed te rijden weg. Daarna de col de Galibier en dat wordt andere koek. Hoe dichter bij de col hoe smaller de weg. Vooral bij het punt, waar je kan kiezen tussen de tunnel en de col, wordt de weg erg smal en voor mensen met hoogtevrees een beetje griezelig. Het rijden gaat goed maar we
verzuchten wel dat we blij zijn dat het rustig is en op dit smalle stuk geen tegenliggers hebben. En we hebben diepe bewondering voor de mensen die met de fiets naar boven zijn gekomen. De Col de Lauteret passeren we eigenlijk ongemerkt. En voor we het weten zijn we in Villeneuve waar we overnachten op de camperplaats “Parking des Charmettes”. Twee giga grote parkeerterreinen en dit
keer eens verboden voor auto’s en alleen voor campers.

Een prima plek met rondom mooie natuur en een prachtig uitzicht op de bergen.

Zaterdag 20 september

Wandelen, boodschappen doen in Briancon (de stad is de moeite waard maar die laten we voor wat het is) en de D902 weer volgen naar de Col d’Izoard. We rijden door de smalle kloof naar Cervières. Bij het verlaten van het dorp moet je besliste even achter uit
kijken de besneeuwde top van de Barre des Ecrins is hier mooi te zien en steekt vandaag scherp af tegen de helderblauwe lucht.

In het dorpje St. Michel zien we links een houten bruggetje naar een perfect plekje om te lunchen. De weg naar de col is dit keer niet lastig en eenmaal boven moet je beslist de moeite nemen om nog even verder naar boven te lopen. Het uitzicht bij de informatietafels is
zeer de moeite waard. Na de top kom je in het Parc Regional de Queyras. Na een nauwe kloof bereiken we Guillestre waar we overnachten voor 10 euro op camping St. James les Pins waar we onder de pijnbomen nog een zonnig plekje kunnen vinden.

Zondag 21 september

Vandaag via de Col de Vars naar Barcelonette. Geen problemen op dit traject. We stoppen even bij de Refuge de Napoleon en zien hier weer de fietser voorbij komen die we de afgelopen dagen ook steeds gezien hebben. Knap werk! Vars is weer zo’n typisch wintersportdorp waar niets te beleven valt. We merken op dat nu de kleuren beginnen te veranderen. De grassen op de toppen kleuren al een beetje oranje.
Wat ook opvalt is de in onze ogen lelijke daken op de huizen in deze regio. Golfplaten (nog van asbest) en aluminiumdaken. Barcelonette is uitgestorven dus maar snel vervolgen de D902 maar zien borden staan dat het traject verboden is voor voertuigen langer dan 7 meter, hoger dan 3 meter en breder dan 2,40. We kiezen ervoor niet verder te rijden omdat we geen zin hebben in problemen en/of schade aan de camper. We rijden terug en overnachten op camping du Lac nog aan de rivier Ubaye maar met uitzicht over het Lac de Serre Poncon.

Een grote camping, maar nu staan er slechts 2 tenten en wij. We zoeken een mooi plekje aan het water en vinden het eigenlijk heel uniek dat we hier voor 12 euro inclusief stroom mogen staan. Een aanrader!

Einde van onze tocht over de Route des Grandes Alpes.

Maandag 22 september.

Plannen aangepast en via de D900 en de N85 naar Castellane. Bij Barreme nemen we de afslag naar St. Andre-les-Alpes. Het centrum van de parapenters. Je rijdt het dorp uit en ziet rechts van de weg een groot veld met een
parkeerplaats. Hier landen de parapenters. Het is koud maar we vinden dit toch te leuk om te zien en parkeren de camper en gaan kijken. Al gauw wordt ons duidelijk dat op deze plek ook wordt overnacht en we besluiten niet verder te gaan en ook hier te over nachten. Later zagen we ook campers staan bij het recreatiegebied. Je rijdt tussen de parapentschool

en het parkeerterrein door en al snel zie je dan rechts een mooie open plek aan de rivier. St. Andre heeft ook een officiele camperplaats met sanizuil.

Dinsdag 23 september.

Zusje Annelies staat in Rocquebrun sur l’Argent ( Lei Suves) op de camping en we hebben wel zin om te gaan buurten. We rijden eerst nog op ons gemak naar Castellane en de route langs de Gorge du Verdon en dan langs het Lac de Sainte Croix naar beneden. Een mooie route. Het laatste stuk is gewoon even doorrijden. En om zes uur zitten we gezellig aan de borrel met Gijs en Annelies. De volgende dag hebben we een rustdag voor de was en schoonmaak en Rocquebrun (de moeite waard) te bezoeken.

Donderdag 25 september.

Vandaag met zijn viertjes in de auto een tochtje gemaakt langs Lorques, de abdij van Thoronet (maakte een
verwaarloosde indruk), Carces,

Cotignac (rotswoningen). Foto boven vanuit een rotswoning. Foto onder een straatje van Cotignac.

4_144

en Salernes. Allemaal
leuke plaatsjes om door te lopen.

Vrijdag 26 september.

We gaan weer verder met zijn tweetjes en willen langs de “Corniche” de kustweg van Frejus naar Cannes rijden. Het kost ons veel tijd om eindelijk op die weg te komen. Erg druk overal. Op het eerste uitkijkpunt zien we bordjes dat je uit moet kijken voor dieven. Dus blijven we om de beurt bij de camper en de ander loopt het pad naar beneden af.

Drie uitkijkpunten verder slaat het noodlot toe. We eten een broodje op een bankje vlak bij de geparkeerde camper en dan besluit ik nog even een foto te maken. Terug bij de camper blijkt het keukenraam opgengebroken te zijn en mijn handtas met alles erin en mijn fototas met lenzen en de camera van Gradus zijn gestolen. We kunnen onze ogen niet geloven want we zijn maar even weg geweest en hadden de camper in het oog. We zoeken in Cannes een politiebureau maar dat lukt niet dus nemen we maar de dichts bijzijnde acsi camping om te overnachten. De volgende ochtend zit ik twee uur bij het politiebureau in Cagnes sur Mer om een ‘declaration de vol’ op te maken. We hebben veel schade. Telefoon, lenzen,
contant geld, fototoestel van mijn man…allemaal weg.

Zaterdag 27 september

IN de middag naar St. Paul de Vence, een zeer druk dorp. Eerst maar even het museum bezoeken. Voor foto’s maken moet je extra betalen.

Van het dorp zijn niet onder de indruk, alleen kunstwinkeltjes. De weg daar verder rijdend kom je in de Gorges du Loup. Verder naar Vence waar een gezellige drukte heerst maar geen parkeerplek te vinden is. Omdat de weg door Vence is afgesloten, rijden we verkeerd en komen in de heuvels terecht. We hebben we ruim 3 kwartier rond moeten dolen voor we weer op de goede weg naar camping Domaine de la Bergerie vanwaar we zondag op de fiets naar een feestvierend Vence zijn gegaan. Geen makkelijke weg!

Maandag 28 en dinsdag 29 september
kijken we even rond in de omgeving en kiezen voor een France Passion adres in La Motte. Chateau Desmoisselles.
Heerlijke wijn en een prachtige ruime plek in de natuur. Je kan er heerlijk wandelen, er zijn zelfs routes uitgezet. De plek bevalt ons zo goed dat we vragen of we een tweede nachtje mogen blijven.

Woensdag 30 september
Camperplek Tamaris bij Ramatuelle

Een gecombineerde parking
voor autos en campers. Direct aan het strand en St. Tropez per fiets goed te
bereiken. Wij vinden het geen leuke plek en gaan

Dinsdag 1 oktober even verderop naar de camper-camping aan de Chemin de la Moutte (richting Salin
PLage)Saint Tropez. Hier bevalt het ons beter. Niet ver van het strand, met de fiets in 8 minuten in Saint Tropez, en dicht bij het kustpad. Je kan een mooie rondwandeling maken van 2,5 uur. Er zijn zeilwedstrijden in St. Tropez en er is veel te zien. Het is prachtig weer maar wel heel veel wind. We blijven hier 6 nachten en hebben een geweldige avond met andere campergasten.

Ieder kookt wat hij wilde koken en we hebben het met elkaar opgegeten, geproefd van elk gerecht. En alles smaakte heerlijk!

Donderdag 9 oktober.

Camperplaats Ramatuelle : Bonne Terasse. Weer pech, we kijken ‘s avonds nog even naar Paul en Witteman en opeens beeld weg. Blijkt dat het inmiddels zo hard is gaan waaien dat de schotel naar achteren is geklapt. De volgende dag zijn we met behulp van handige mannen op de camperplaats tot 12 uur bezig om de schotel van het dak te monteren. Hij draait niet meer en zo kunnen we niet rijden. Dan de hele dag maar aan het werk. Vlak bij Bonne Terasse is een Sparwinkel met een wasserette. De camperplaats is erg groot en heeft ons weinig te bieden.

Vrijdag 10 oktober.

Vanmorgen rond gelopen in Ramatuelle, een heel mooi dorpje. Via de kust naar Sanary-sur-Mer.

En zaterdag met de fiets naar het station (daar moet je even wat moeite voor doen) en met de trein naar Marseille. We beperken ons tot het oude havengebied. Bij de toeristeninfomatie is een folder te krijgen met een wandelroute van 2 uur.

Zondag 11 oktober: een thuisreis van 7 dagen

route komt nog

Geplaatst in 2008 route des grandes alpes. Reageren uitgeschakeld

radegast

Bijna was het helemaal niet door gegaan ons tripje naar Mecklenburg Vorpommern. Een behoorlijk geblesseerde echtgenoot gooide roet in het eten. Hard fietsen en vallen en ja, dan kan je nauwelijks meer lopen door een geblesseerd been. Maar we zijn toch gegaan omdat we er wel veel zin in hadden. Natuurlijk is het wel te doen die 400 km naar Radegast maar we deden het liever in 2 etappes en hebben overnacht in Zeven even voorbij Bremen.
De volgende dag naar Vorbeck bij Schwerin waar we met elkaar hadden afgesproken om te golfen bij de Kranichplatz een 9 holes golfbaan naast een prachtige 18 holes baan; Winston Golf. De parkeerplaaats lag heel gunstig en terwijl wij golfden kon Gradus lekker zijn gang gaan bij de camper. Daarna naar Radegast naar het  bedrijf van Gerrie en Willem op wiens uitnodiging wij waren. Toch maar gebruik gemaakt van hun gastvrijheid en de logeerkamer genomen. Voor Gradus veel prettiger.
De volgende dag een bezoek gebracht aan Rostock, een klein centrum voor een grote stad.

raadhuis van Rostock

de mooie gevel van de bibliotheek

muziekkant met een Jan Klaassen. Hij was wel even bezig voor de boel geinstalleerd was.

Verder nog naar Warnemunden geweest. Een drukke badplaats aan de Oostzee Kust.

Donderdag stond weer in het teken van golfen. Dit keer op een baan aan zee:

Golfclub Hohen Wieschendorf. Mooie doorkijken naar zee. En we hadden schitterend weer.

‘s Avonds werden we door Bert getracteerd op eigen gemaakte pizza’s gebakken in de steenoven en lekker buiten op het terras eten.

Zaterdag morgen naar Heiligendamm. De oudste Duitste badplaats. Een mooi strand met een geweldig luxe Kur Hotel: het Kempinski Hotel.

De overige villa’s die hier staan en nog niet gerestaureerd zijn staan in schril contrast met dit luxe gebouw waarvan gezegd wordt dat de restauratie en inrichting 1 miljoen per kamer kostte.

Gek trouwens dat de andere panden nog niet zijn opgeknapt.

En natuurlijk op het strand de vertrouwde Duitse Noordkust strandstoelen.

Na samen nog een kop koffie te hebben gedronken scheidden onze wegen. Wij wilden nog naar het eiland Rugen maar brachten eerst een bezoek aan de Munster van Bad Doberan.

Een prachtig gebouw in “Rode baksteen Gothiek”. De kleuren binnen waren opvallend.

En mooie gebrandschilderde ramen.

Img_7833

Daarna richting kust en al snel kwamen we in een enorme file terecht. We realiseerden ons al snel dat dit niet leuk zou gaan worden, we besloten om te keren en richting huis te gaan. Rugen komt later wel weer een keer. Ook leuk om met de kraanvogeltrek heen te gaan.

Naar Neukloster gereden voor de camperplaats maar dat was een grote desilussie. Een boel herrie, een braderie op de inrit en camperplaats vol. Net kermis daar. Mag dan een Topplatz zijn maar dit hoeven wij niet. Door naar Bobitz waar we op een eenvoudige camperplaats op een weide prima konden overnachten en uitrusten voor de rit naar huis de volgende dag.

Naar nu blijkt is er toch sprake van een gebroken enkel en is er na 11 dagen gips om de enkel gekomen. Dat wordt volledige rust voorlopig.

Geplaatst in korte trips. Reageren uitgeschakeld

Marine Dagen 2008 Den Helder

Verslag van een CCN (Camper Club Nederland) evenement.

Img_7122

Donderdag 10 juli. De camper staat klaar, nog even langs de supermarkt en we kunnen op pad. Op ons gemak via mooie weggetjes door Friesland en met stromende regen over de afsluitdijk. Dat beloofd wat voor de komende dagen. Wij zijn lid van de NKC, zijn nog nooit naar een evenement geweest en gaan nu te gast bij een CCN evenement!
In de namiddag rijden we de parkeerplaats van Willemsoord op en zijn aangenaam verrast door deze leuke locatie. We worden vriendelijk ontvangen door Guus en …? en ik krijg zelfs een compliment dat ik de camper netjes heb neer gezet. Werkt altijd zo’n opmerking. Voor mij kan de dag al niet meer stuk. Ook leuk dat de heren folders voor ons hebben. Het weer in den Helder is heel wat beter en we kunnen lekker de stoeltjes buiten zetten. Kunnen we meteen kennis maken met onze buurtjes. Als we om half acht bij elkaar gaan zitten voor de koffieklets is het nog heerlijk weer. Guus geeft ons informatie over het programma van de Marinedagen en de koffie smaakt goed vanavond.
Vrijdag 11 juli. Om half tien staan we op de ons beloofde shuttle bus te wachten. Maar alles wat er kwam: wel regen maar geen shuttle. We waren gewoon nog te vroeg bleek achteraf. Wij kozen voor de fiets en waren binnen tien minuten op het haventerrein. Fietsen gestald en daarna liepen we als eerste tegen een promotiestand van het AGF aan. Een campagne gefinancierd met steun van de Europese Gemeenschap. Hoe dan ook de smoothie smaakte prima! De kaartjes voor het bezoek aan de duikboot waren al vergeven.

Img_7106

Dan maar eerst een rondvaart met de sleepboot door de haven. Het werd ons meteen al duidelijk dat we nooit in staat zouden zijn om alles te bekijken, zelfs niet in drie dagen. De rondvaart was leuk. Tussen pier 21 en 22 was de demonstratie al bezig en “horen” verging je. De mitrailleursschoten maakten een oorverdovend lawaai. Wat een naast mijn staande 15 jarige jongen de opmerking ontlokte “fucking vet!!!”. 
Nu eerst maar eens een schip bekijken. We kozen voor de RFA Lymebay, een Engels Schip. Via een voor mij (hoogtevrees) doodenge trap bereiken we het achterdek.

Img_7168

Vanaf dat punt kan je nog eens vijf trappen op en, heel galant van de Engelsen, na iedere trap stond er een tuinbank. Ik ben de trappen helemaal niet opgegaan en heb op mijn gemak de menigte beneden staan te bekijken terwijl ik wachtte tot mijn man weer terug was. Ook een leuke bezigheid. Vervolgens zijn we het terrein opgelopen waar vooral de kinderen aan hun trekken kwamen. Er was van alles te doen. Tokkelen, metaal zoeken met een detector, een helicopter bekijken en nog veel meer.

Img_7210

Inmiddels was het al weer een uur en zijn we lekker “naar huis” gegaan om daar een boterham te eten en even uit de drukte te zijn. Ideaal de camper zo dicht bij, wij ervaren het als pure luxe. ’s Middags zijn we nog terug gegaan en hebben de USS Elrod bekeken. De Amerikanen waren goed voorbereid op de bezoekers. Per groepje ging je de diverse punten af en steeds mondelinge uitleg en vragen: stel ze maar. Ik kan niet anders zeggen dan dat deze beleefde gastheren toch prettig overkomen. Hebben ze allemaal een mediatraining gehad?

Img_7291

De brandweercommandant vertelde dat er 4 brandweerlieden aan boord zijn die dagelijks bezig zijn met training geven aan alle opvarenden. Echt iedereen moet weten hoe te handelen bij een brand.
Hij is zelf verantwoordelijk voor het redden van de helicopterpiloot. Zijn pak is niet alleen vuurwerend maar ook sterk reflecterend , zijn gouden gezichtsbescherming is ook sterk hitte reflecterend.

Img_7342

Met lekker eten en een weer gezellige camperklets met koffie, waar we vanwege een scheef filter even op moesten wachten, sloten we deze mooie dag af. ’s Avonds was er nog vuurwerk op de dijk. Ik heb de knallen wel gehoord maar ben lekker in mijn bedje gebleven.
Zaterdag 12 juli. Kwamen er gisteren 40.000 bezoekers vandaag zouden het er 70.000 worden. Beduidend drukker dus en langere wachttijden.  Ook vandaag twee keer tevergeefs geprobeerd om kaartjes voor de duikboot te krijgen.

Img_7384

Een uitgebreid bezoek aan Hr. Ms. Johan de Witt gebracht. Wat een schitterend schip is dit. Alles maar dan ook alles is aan boord. De hutten en het verblijfskwartier, de ziekenzaal en de keuken. Het ziet er prachtig uit. Toch heel uniek dat we dit allemaal kunnen zien. ’s Middags hadden we even genoeg van alle drukte en hebben we na de lunch op ons gemak Willemsoord bekeken.

Img_7436

De VOC (eerste Nederlandse multinational) replica van de Prins Willim. De replica van de Prins Willem (Prins Willim) is bij Scheepswerf Amels in Makkum (Fr) gebouwd voor het openlucht museum Oranda Mura, Holland Village, aan de baai van Omura bij Nagasaki in Japan. Grappig om hier te horen dat men in 1500 een kogel per minuut kon afschieten en dat daar 12 man voor nodig was en op het Amerikaanse schip vertelde men dat er 80 granaten per minuut afgeschoten konden worden.
En dan ook nog maar even naar het pantserschip Zr. Ms. Schorpioen. Op de camperklets heb ik het die avond maar kort volgehouden, het was mij te koud.
Zondag 13 juli. En wie denkt dat we er nu wel genoeg van hadden die heeft het verkeerd. We zijn weer naar de haven gegaan en hebben weer geprobeerd kaarten te krijgen voor de duikboot. We waren vroeg genoeg maar toch te laat.

Img_7661

Dan maar de landing bekijken, daar waren we nog niet aan toe gekomen. Blij dat het alleen maar een demonstratie was.

Img_7626

Maar leuk om een keer te zien. Na ‘s middags dan maar de duikboot van het Marinemuseum te bezichtigen en nog even te kijken naar het gespeelde verhaal (erg leuk) op en over de mijnenveger Abraham Crijnssen zijn we om een uur of vier zeer voldaan naar huis gegaan.

Img_7462

CCN bedankt dat niet-leden mee mochten doen en complimenten voor de organisatie en de fantastische lokatie.

Meer foto"s op : picasa foto album

Geplaatst in korte trips. Reageren uitgeschakeld

Nordhorn- Vechta – Damme

We hadden gewoon zin om er even kort tussenuit te gaan en daarom vertrokken we vrijdag aan het eind van de middag naar Nordhorn. Op de camperplaats is het altijd wel gezellig en de omgeving nodigt uit tot fietsen en wandelen. Om een uur of 5 in de  namiddag komen we aan in Nordhorn waar we een druk bezette camperplaats aantreffen.
Img_6914

We maken kennis met Johan en Mieke uit Emmen die ik ken van het camperforum.
Al gauw is ons duidelijk dat de meeste campers die hier staan niet voor twee of drie daagjes hier zijn maar voor twee of drie weken. Het lijkt wel een camping. Komt dat nu omdat het staan hier geen geld kost?
Zaterdagmorgen, we zijn al wakker, het getoeter van de bakker en ontbeten met lekkere verse witte duitse broodjes en bruine broodjes gekocht voor onderweg bij het fietsen. We gaan eerst even naar de markt in Nordhorn en kopen daar zulke lekkere nieuwe aardappels dat, eenmaal weer thuis, we overwegen daar meer van te gaan halen. Fietskaarten van de omgeving hebben we al en ‘s middags maken we een fijne fietstocht. Fietskaarten k unt u kopen bij het Adac kantoor op de grote parkeerplaats die je moet oversteken als je richting centrum loopt. Zondag opnieuw fietsen en we zijn net voordat het onweer losbarst weer terug bij de camper.Daar zijn inmiddels mensen aangekomen die we drie jaar geleden al eens ontmoet hebben, ergens in Noord Duitsland. Waar weten we allebei niet meer, maar leuk om ze weer te zien.
Maandagochtend rijden we naar Vechta  om te golfen met de golfbon op de baan in Vechta,een van de tien mooiste banen in Noord Duitsland. De baan is inderdaad prachtig en we genieten volop.
We overnachten op een mooi plekje aan de Dummer See: bij  Olgahafen in Damme Dummer lohausen

Img_6922

De camperplaats hierboven is niet de officiele plaats. Die ligt achter de bomenrij en onder de bomen.
De Dummer See ligt op drie minuten lopen.
Img_6930

Voldaan en zeer enthousiast over een mooi weekend rijden we dinsdag via een leuke route over kleine weggetjes langs een Wasserschloss en een klooster weer naar huis.

Img_6938

Img_6940

Geplaatst in korte trips. Reageren uitgeschakeld

6 weken met de camper; een rondreis vanuit San Francisco

Van 12 april 2008 tot en met 25 mei hebben wij met een gehuurde camper van Road Bear een rondreis gemaakt vanuit San Francisco. De camper geboekt bij Tioga ToursVan deze reis is een apart weblog gemaakt (even klikken op de titel):

USA MET DE CAMPER

Geplaatst in 2008 rondreis Zuid West Amerika. Reageren uitgeschakeld

Lac du Der-Chantecoq en Parijs

22-02-08

Klik op de groene namen voor meer informatie.

Het doel van deze campertrip is het Lac du Der-Chantecoq. Het meer staat bekend om zijn pleisterplaats kraanvogels. Eind februari begin maart naar het noorden en in november naar het zuiden. Permanent zijn er zo’n 9000 duizend vogels op de eilandjes in het meer en tijdens de trek kunnen daar duizenden bij komen.Heel veel informatie over vogelgebieden waaronder dit meer is te vinden op de website van Norbert , een belgische vogelaar.

Toeristische informatie op: deze site

We hebben de tijd en besluiten niet direct daar heen te rijden maar een overnachting aan de Moesel te maken. Wat ziet het er ‘s winters anders uit. De panoramaweg naar Minheim gaf wel veel meer doorkijk daar waar er in de zomer een dik bladerdek aan de bomen zit.
Img_3163

We overnachten op de Topplatz in Minheim .

De volgende dag, na eerst gewandeld te hebben, rijden we verder naar Giffaumont. Op de eerste camperplaats die we zien staan aardig wat campers maar we rijden verder naar Site de Chantecoq   een camperplaats direct achter de dijk van het meer en een ideale plek voor het vogelkijken.

De aankomst ‘s avonds en het vertrek vroeg in de ochtend van duizenden kraanvogels is indrukwekkend om te zien

Img_3181

We hebben geluk. Het weer knapt op en diezelfde avond komen 10.000 kraanvogels aan. We staan van half zes tot half zeven met veel plezier te kijken. Wel koud!! OP de achtergrond van de foto de vogelkijkhut. Soms niets en een andere keer van alles te zien. Onze verrekijkers voldoen niet, je hebt hier echt een telescoopkijker nodig.

Dsc00061

De volgende morgen staan we om half zeven op om het vertrek te kunnen zien. Weer geluk. Het is een mooie heldere ochtend  en het belooft een stralende dag te worden.

Dsc00050

Fotograferen is moeilijk, te donker maar als ik later na het ontbijt uit de camper stap maken een paar kraanvogels een ererondje voor mij.

Img_3197_2

Img_3205

Het is vandaag een schitterende lentedag. We rijden op ons gemakje rond het meer en stoppen overal waar het ons  leuk lijkt. Veel vakwerk, er is zelfs een speciale vakwerk-kerkenroute.

Img_3210

Lunchen en twee uurtjes lekker in de zon zitten doen we aan de noordkant van het meer bij Vallee de la Blaise.

Img_3226

De volgende dagen trekken we  via het meer van Orient en andere mooie plaatsjes richting Parijs.

Img_3263

Mooie gebrandschilderde ramen in de kathedraal van Troyes. Parkeren met de camper lukte niet dus zijn we in de buurt van het ziekenhuis gaan staan en met de fiets naar het mooie stadje.
Jammer nu toch dat de juwelier met het leuke D&G horloge dicht was.

We overnachten bij een France Passion adres in Nonville. Het daarvoor bestemde grasveld is zo nat door de aanhoudende regen dat we van de boer op het asfalt naast de koeienstal mogen staan. Ook in de camper hoor ik het vriendelijke gesnuif van de koeien.

Img_3285

Via een mooie route langs de rivier Loing rijden we naar Fontainebleau. Onderstaande foto is gemaakt in Grez-sur-Loing.

Img_3298

Bij Fontainebleau konden we de camper zeer comfortabel parkeren op de strook voor de bussen langs de toegangsweg.

Img_3305 Img_3317 Img_3326  Img_3329

En wie wil er nu in deze kamer slapen. Daar zou ik nu toch echt nachtmerries van krijgen.

Img_3322

Best vermoeiend zo’n bezoek aan een groot kasteel. We zijn dan ook er blij met onze meer dan prima overnachtingsplaats van France Passion in Morigny Champigny.

De volgende dag is het niet ver meer rijden naar Parijs waar we kiezen voor de camping Bois de Boulogne. Makkelijk aan te rijden en nu zonder bespreken nog plek genoeg. Wil je een plekje aan het water en de boten kunnen zien dan moet je een plaats vragen direct bij de receptie naar beneden. De andere plaatsen liggen aan een zijkanaal en bij een sluis/waterval.Vanaf de camping bereik je met bus en metro in een half uur de binnenstad. Kaartje per rit 1,50 euro en op het metrostation kan je tien kaartjes in een keer kopen voor 11,10 euro.

Wij beginnen met een heel modern gedeelte van Parijs: La Defense

Img_3183

Le Carre is een indrukwekkend gebouw aan een heel groot plein omringd met hypermoderne hoge panden. Een mooi gezicht. Verder naar de Cite. Het is ongewoon rustig in Parijs.

Img_3194

Bij een van de cinema’s  grote drukte. Allemaal kleine meisjes met roze tassen. Maar eens even binnen kijken. Kennelijk een presentatie van een nieuwe barbiepop.

Img_3200

Voor het Place d’ Opera is het een vrolijke boel , een gezellige band speelt vrolijke muziek.

Natuurlijk gaan we ook Lafayette even binnen om de prachtige koepel te bekijken. Dan snel er weer uit want het is bloedheet binnen.

Door naar de Sacre Coeur. Je waait eraf daarboven. Koud! Af en toe zon, net genoeg voor de foto’s.

Img_3217

Via Montmartre wandelen we weer naar beneden en hebben nog genoeg energie om de  metro naar de Eifeltoren te nemen.

Img_3232

Aan de overkant van het water geven jonge knullen streetdance demonstraties. Altijd leuk om even te blijven kijken. Ze hebben een mooi decor met de toren op de achtergrond. En dan snel naar ons "knusse huisje" voor een wijntje en een stukje pate.

Zondag staat het Louvre op het programma. Alle eerste zondagen van de maand blijkt dit museum gratis toegang te hebben. Het is er enorm druk. Veel families met kinderen. De toegang is onder de grond gebouwd en grote glazen pyramides in het plafond zorgen voor daglicht.

Img_3361

Bij de Mona Lisa staat een grote groep mensen te dringen om een foto te kunnen maken. Mona blijft er vriendelijk bij glimlachen, zij verwondert zich nergens  over. Het Louvre is enorm groot en het valt helemaal niet mee om er je weg te vinden. We beperken ons dan ook tot een paar afdelingen. En dan vergeet je nog vaak naar het gebouw zelf te kijken . Mijn favoriet is  een portret van een vrouw uit Assisi van Renoir.

Img_3347

Na het Louvre bezoek gaan we nog naar de Notre Dame en Place de Pompidou. Dan houden we Parijs voor gezien. 2 dagen stad is wel weer genoeg.

Maandag rijden we naar de kust. Ondanks het slechte en koude weer vermaken we ons prima en hoeven we nog niet naar huis. Het plaatsje Bois de Cise verrast ons. Een aparte architectuur. Hoge en smalle huizen met veel torentje en erkertjes. En een mooi stukje krijtrots kust.

Img_3385

We overnachten  op de camperplaats  van  St Valery sur Somme .  Een mooie  camperplaats met Sani.

Dinsdag trekken we verder langs de kust richting Duinkerken om een nachtje op de gedoogplek aan het strand door te brengen. En voor het eerst dat we daar komen staat er geen enkele camper. Ook de caravans van de zigeuners zijn verdwenen en er zijn grote steenblokken geplaatst. Het ziet eruit alsof er niet langer gedoogd wordt. We blijven er ook niet overnachten want het stormt en de camper schudt mij een beetje te hevig. We wijken uit naar een plek helemaal aan de andere  kant van Duinkerken. Hier ligt achter de boulevard een dijk en daar achter een parkeerplaats (nabij de tennishallen), hier staan we wat meer in de luwte. Een stormachtige laatste nacht van twee heerlijke winter camperweken.

Geplaatst in korte trips. Reageren uitgeschakeld

kroatie

Reisboeken: WOMO mit dem wohnmobil nach kroatien

Insight Guide

Kitzingen

Donderdag 4 oktober: we zijn weer op pad. Doel: Kroatie. Maar eerst rustig door Duitsland. We overnachten in Paderborn-Sanne en in Prien aan de Chiemsee maar de mooiste de camperplaats was Kitzingen aan de Main. De camperplaats  ligt direkt aan de rivier en je hebt er een mooi uitzicht op het stadje, dat ‘s avond verlicht is. Overdag veelvuldig klokgelui van een van de vele kerken. ‘s Nachts tot zeven uur in de morgen heb je er geen last van. Echt een aanrader!!

Zondag 8 oktober zijn we in Istrie en strijken we neer in Savudrije. Een plaatsje met een klein haventje een vuurtoren en veel vakantie gebouwen die nu allemaal al dicht zijn. Het is er heerlijk rustig en het bevalt ons prima op de gedoog camperplek naast de vuurtoren. Direct aan zee en bij een restaurant waar we lekker gaan eten. Ik gegrilde scampi’s natuurlijk.

Kenmerkend voor deze plaats zijn de “vliegende” boten hoewel we ze ook elders op Istrie wel zagen.

8 oktober is een feestdag in Kroatie en ook wij blijven lekker een dagje luieren. Het is prachtig weer en goed toeven in de zon met een mooi boek. Een beetje wandelen en een stukje fietsen. Prima!

dinsdag  9 oktober

Via het binnenland en de plaatsjes Bruje en een leuk kunstenaarsdorpje Groznjan met mooie vergezichten

rijden we richting Novigrad en vervolgens naar Porec. In Porec bezoeken we de Euphasiusbasilika die een beetje verstopt ligt.  Mooie mozaiken boven de ingang en in de basiliek. Jammer genoeg zijn de mozaiken binnen niet aangelicht . Je ziet dan vaak geld automaten staan en voor een muntje krijg je dan een paar minuten licht. Maar hier zag ik ze niet.

Straatbeeld Porec

We overnachten op de mega camping Camping Laternacamp en moeten daar wel een stuk voor terug rijden. De kleine campings zijn allemaal gesloten. Deze grote camping (1200 plaatsen en ook nu staan er nog zo’n 200 campers en caravans)  ligt direct aan zee, met de camping rond lopen ben je al een uur kwijt. Het ziet er allemaal prima uit.

woensdag 10 oktober
We rijden naar het  leuke plaatsje Vsar met een grote Marine waar je niet mag parkeren of overnachten. Op de enorme parkeerplek mag je wel overnachten met de camper maar daar wil ik niet staan. We gaan naar het Limska kanaal. Vlak voor het weggetje naar beneden is een grote parkeerplaats waar je een mooi uitzicht hebt  over het fjord. Hier kopen we een stuk gerookte schapenkaas en een flesje knoflookolie.

Beide producten zijn typisch voor deze streek. Als je de fjorden in Noorwegen hebt gezien moet je wel glimlachen over de benaming “fjord” voor deze inham. Maar het is beneden nu lekker rustig en een goede plek om even rond te lopen en lekker koffie te drinken.

Weer terug naar de kust komen we uit bij Rovinj. Als je via de 303 binnenkomt, alsmaar rechtdoor en de bordjes centrum volgen, ligt er recht een grote parkeerplaats waar je met de camper ook goed uit de voeten kan. Direct na deze parkeerplaats naar rechts ligt er aan de linkerkant naast een parkeerterrein een goed restaurant met een leuk terras en mooi uitzicht op het plaatsje.

We willen overnachten bij Cisterna (aan het einde van de 517 de grindweg links nemen) en komen daar om een uur of vier aan. Een schitterend plekje bij een ruine. We installeren ons met een wijntje en een boek en genieten van het plekje. Af en toe komt er een meneer op een quad langs rijden. Er komt nog een camper bij staat. Altijd prettig! Maar helaas om een uur of acht en nagenoeg donker gaat het fout. Ik zie de meneer op de quad naar de andere camper gaan en hoor agressief gepraat. We besluiten maar even te gaan kijken (lach niet, ik gewapend met een grote zaklamp). De quad meneer beweert dat hij toezichthouder is en sommeert ons op kwade toon te vertrekken van dit terrein. Allebei besluiten we maar te gaan want we hebben geen zin in narigheid. Heel vervelend want de grindweg is niet leuk om te rijden met donker. Gelukkig wist de andere camperaar het plekje bij eerder genoemd restaurant en daar hebben we de nacht verder rustig door gebracht.

donderdag 11 oktober

Pula staat op het programma. Het reisboek zegt dat je hier een dag tot twee dagen voor nodig hebt maar wij hadden het in een morgen wel gezien.

Overnacht op camping Bi Village bij Fazana. Mooie camping direct aan zee en een mooi wandelpad langs zee naar het plaatsje.

Vrijdag 12 oktober

Voor we naar Labin rijden gaan we kijken bij Krnica Luca. Een klein havenplaatsje. Jammer dat de plaatselijke camping achter het restaurant 20 euro vraagt voor een overnachting. Een beetje teveel.

In Labin besluiten we te overnachten op de grote parkeerplaats die in etages tegen de helling ligt. We hebben hier een mooi uitzicht op Labin en de parkeerplaats oogt netjes en is goed verlicht.

Helaas om 23.00 (wij waren gelukkig nog niet naar bed en zaten Kolonisten van Catan te spelen) een ferme bons op de camper en een bars “Controle”. Drie politieagenten! We moesten onze paspoorten laten zien en kregen te horen dat we daar beslist niet mochten overnachten. Bekeuren kon niet immers wij waren nog niet naar bed. Op ons verweer dat er nergens een camping open was, kregen we het advies toch naar de camping in Rabac te rijden en daar op de parkeerplaats van de gesloten camping te overnachten. Wij blij met onze afspraak dat ik een wijntje drink voor het eten en Gradus  ‘s avonds. Zo kan er altijd een van ons 2 rijden.

Zaterdag 13 oktober

Als er een bergpas in de buurt is dan wil Gradus die rijden. Daarom vandaag het binnenland in om de Ucka pas te rijden. We passeren eerst Gracisce, een dorpje waar we enthousiast rond lopen. Dit ziet er nog heel authentiek uit

We vervolgen de 64 naar Pazin. De omgeving ziet er goed uit. Er staan hier mooie huizen. Pazin is een grote stad met een kasteel dat zich niet laat fotograferen. Hoge muren en smalle straatjes rondom.

We komen bij de Ucka tunnel en buigen hier rechtsaf om de pas te rijden. De steile helling van 18% is goed te doen, de camper kachelt rustig naar boven.

Normaal gesproken zouden we hier ergens een plekje zoeken om te overnachten maar we hebben geen zin om weer weggestuurd te worden. De campings zitten ook dicht dus maar even de tanden op elkaar en doorrijden naar KRK. We kregen al steeds meer last van de wind maar op de camping bij Krk : Autokamp Bor waaien we er bijna af. De lucht is nog helder blauw maar het is niet warmer dan 15 graden.

Zondag 14 oktober

Rustdag en jammer genoeg kunnen we niet veel lopen. Gradus heeft last van een  hielspoor en dat beperkt ons behoorlijk. Het lukt nog net om naar het plaatsje Krk, met zijn gezellige boulevard en mooi oud stadsgedeelte, te lopen.

Maandag 15 oktober

Op (OTOK) Krk is het rustig, de meeste touristen die je ziet komen met bussen niet veel campers. We rijden om de baai heen naar Punat. Deze plaats heeft een mooie boelevard met een schaduwrijke parkeerplaats waar je prima zou kunnen overnachten. Maar er staanborden met kamperen verboden en wij hebben geen zin meer in vrij staan. We hebben besloten in Kroatie de camping die nog open zijn te nemen. Gek genoeg vinden we in Punat een kleine supermarkt met uitstekende kwaliteit groenten.Die konden we in de grote zaken niet krijgen. Meteen maar voor een  paar dagen ingeslagen.Dan verder naar Stara Baska. Een wat saaie weg nu maar in het voorjaar zal het mooier zijn met de bloeiende lavendel. De weg loopt dood bij een camping en parkeerverbod aan beide kanten van de weg. Voor niets hier heen gereden dus. Het dorpje is alleen lopend te bereiken. We kunnen kunnen niet door naar Baska en moeten helemaal terug naar de 102 om Baska te bereiken.

Van Baska weer terug naar Krk maar eerst nog even rechtsaf naar Vrbnik dat bekend is om zijn witte wijn. Op een mooi uitzichtspunt proef ik op een terras van de witte wijn. Valt me tegen. Een wat vlakke waterige smaak. Hier hoef ik geen fles van mee te nemen.

Dinsdag 16 oktober

Er wordt slechter weer voorspelt en we besluiten naar Selce op het vasteland te rijden. Selce heeft nog een camping die open is, en dan van daar uit de volgende dag naar de Pltivice meren te rijden. We hebben de tijd en rijden nog naar Soline en Klimno. Tussen beide plaatsjes ligt een zandstrand met bomen en vooral vanuit Klimno heb je een mooi zicht op het Velibit gebergte.

Ergens onderweg kwamen we dit mooie witte kerkje tegen

Ook Omissalj is een bezoekje waard. En dan rijden we weer richting brug en verwonderen ons over het aparte kale landschap. Op de camping in Selce zien we een wel heel eigenaardige camper. Geen doorloop van cabine naar woongedeelte, via een keukentrap moet je achter naar het woongedeelte. Aan de witte klep zit een touwtje waarmee het bovenluik opengaat en dan kan je het bruine gedeelte openmaken. Hier paste een gezin met 2 kinderen in.

Woensdag 17 oktober

Vroeg op pad richting Pltivice meren. De  kustweg tussen Selce en Senj is mooi.

Vanaf het vaste land kan je ook goed zien waarom sommige delen op bv KRK helemaal niet te berieken zijn. Witte steile wanden steigen uit de zee op. Bij Senj draaien we het binnenland in.
Het is een mooie weg, het binnenland is compleet anders en bevalt ons goed. Het is wel veel kouder als aan de kust. De tekenen van de oorlog van 12 jaar geleden zijn duidelijk waarneembaar. Veel kogelgaten in de muren van de huizen.

Tegen de middag komen we met stralend weer en met nu weer een aardige temperatuur van 19 graden aan bij de meren. We parkeren bij ingang 1. en informeren  eerst  maar even waar we kunnen overnachten. 8 km verderop ligt de Park Camping Korana . Gesloten maar campers mogen op de parkeerplaats voor de camping overnachten. Geen voorzieningen. Helaas worden nu ook niet de 2-daagse toegangskaartjes verkocht die je anders op de camping kunt kopen. Maar het weer is te mooi om nu niet te gaan. Dan maar twee keer een duur kaartje kopen. Entree is 15 euro per persoon. Je moet wel goed ter been zijn. Er rijden wel bustreintjes en er gaat een boot over het meer maar voor je bij dat vervoer bent moet je toch aardig lopen. Die middag beperken we ons tot het middengedeelte van het park. We lopen op ons gemak over de houten vlonders (nu droog en dus niet glad).

En we vinden het er prachtig. De herfstkleuren zijn nog niet zo goed aanwezig hoewel er ook al kale bomen staan. De kleuren van het water zijn echt zo mooi smaragdgroen als op de posters.

En overal om je heen de mooiste watervallen. Het fotograferen valt niet mee want de zon staat veelal recht in de lens en veel contrast; door de schaduw.

We hebben een heerlijke middag. Aan het eind van de dag zoeken we de camping op. Ongeveer 6 kilometer zei de dame van de info maar het was wel even verder. Net toen we dachten dat we veel te ver zaten zagen we het bordje. Er stonden al een stuk of 5 campers toen we aankwamen. Lekker nog even buiten in de zon gezeten.

Donderdag 18 oktober

Weer vroeg op pad en nu ingang twee van het Nationaal Park genomen. Hier zie je al na een paar stappen de grootste waterval van het park. Je ziet de waterval van grote hoogte en volgt dan de paden naar beneden. Vandaag zware bewolking. Ik heb nog een half uurtje staan wachten of de zon een beetje door wou breken maar tevergeefs.

We hebben die dag het hele park van noord naar zuid gehad.

Eerst lopen, dan de boot, dan weer lopen, het treintje terug, weer lopen en behoorlijk moe weer naar de overnachtingsplaats. Het regende de hele nacht en de volgende dag was het puur slecht weer. Wij blij dat we op tijd gegaan zijn.

Vrijdag 19 oktober

Via de E71 rijden we richting Zadar. Weer een heel ander landschap. Er ligt sneeuw op de bergen en er hangt nog nevel. Een mooi aangelegde weg, weinig verkeer. We nemen aan het einde niet de snelweg maar rijden binnendoor via Gracac. Als we voorbij deze plaats de weg willen volgen worden we tegengehouden door de politie. We mochten niet verder. De wegen waren afgesloten vanwege hevige wind. Te gevaarlijk. We moesten omrijden via Obrovac en Smilcic. Al met al niet zo erg. Het kostte heel veel tijd maar de uitzichten maakten veel goed.

We overnachten op een camping bij NIN autocamp Peros en kunnen zowaar ‘s avonds nog even van de zon op de beregen genieten. En het waait ook hier hard en dus is het koud.

Zaterdag 20 oktober

Heldere lucht, harde wind en razend koud. Ik had nu wel een winterjas bij me willen hebben. De mensen in Kroatie lopen al lang in de winterjas. Eerst maar even een kijkje nemen in Nin waar de  Sv.Kriz, kleinste kathedraal ter wereld staat. Nin ligt wel heel mooi aan het water met de bergen op de achtergrond.

Inkopen doen in een van de vele grote supermarkten in Zadar. De supermarkt verkoopt ook heerlijke pizza stukken en we verwennen onszelf maar eens. En dat is dan weer zo leuk van een camper. Zit je op een grote parkeerplaats lekker gezellig in je eigen camper pizza te eten. Natuurlijk bezoek we daarna Zadar. Jammer om 14.00 uur gaat alles dicht op zaterdag. Ook de kerken.

Van Zadar gaan we richting de Kra watervallen. Voor een overnachting kiezen we de camping Solaris net voorbij Sibenik. Staat bekend als een mooie camping maar nu moeten we bij de haven gaan staan. Dat is geen probleem maar het sanitair wel. ‘s avonds niet verlicht en geen druppel warm water, ook de volgende dag niet voor een douche. En dan durven ze wel 140 kunar te vragen. Wij hadden een champingcheque.

Zondag 21 oktober

Het waait nog steeds. Het is bewolkt en koud. We gaan naar de Kra watervallen. Het aparte van de Kra watervallen is vooral ook de omgeving. Je rijdt op een groot plateau niemandsland. De rivier Kra heeft in dit plateau een kloof uitgeslepen. We parkeren de camper bij ingang 1. Het is rustig en de bus naar beneden gaat om het half uur. Wij gaan lopen, wachten hebben we een hekel aan. Het pad naar beneden heeft mooie uitzichten maar is lastig lopen. Je moet op het kiezelpad goed uitkijken dat je niet uitglijdt. Eenmaal beneden kan je rondlopen over de bekende houten paden.


Natuurlijk ook hier mensen die proberen de lokale producten te verkopen: olijfolie en bekertjes met vijgen, amandelen en walnoten.

We rijden nog naar een andere ingang  via Drnis en verbazen ons over de grote vlakte. Volgens de kaart zou je over de rivier over kunnen steken maar de brug is maar 2.20 breed en onze camper 2.30. De mevrouw van het park beweert bij hoog en bij laag dat veel campers de bochtige brug overgaan. Wij nemne het zekere voor het onzekere en rijden terug zoals we gekomen zijn. We gaan op zoek naar een camping maar de camping vindt ons. We rijden van ingang 1 richting ingang 2 en dan loopt er een mevrouw met zoontje aan de hand de weg op en wijst ons dat zij wel plek hebben. Klopt, er staat niemand. De eigenaren zijn uiterst vriendelijk en verwelkomen ons in hun restaurantje met een halve liter huiswijn. Natuurlijk bestel je daar dan ook wat te eten. De gegrilde zoetwatervis uit de rivier Kra met eigengemaakt frietjes en salade gaat er wel in. En natuurlijk ook nog een tweede halve liter van de prima wijn. Camping ..

Maandag 22 oktober

Nu waait het wel heel erg hard en we informeren eerst maar even of de campingbaas weet hoe de wegen er aan toe zijn. De snelweg blijkt over 200 km te zijn gesloten. We besluiten ons hoofd te buigen voor de Bora en die dag op de camping te blijven en halen de Kolonisten van Catan uit de kast. Tegen vier uur halen we maar weer zo’n litertje van die lekkere huiswijn. Later hoorden we dat er die dag veel ongelukken zijn gebeurd waaronder twee Italiaanse campers.

Dinsdag 23 oktober.

Minder wind. We willen naar Sibenik. Wat ons niet vaak gebeurd is dat we de plaats niet in kunnen. De meeste toegangswegen zijn voor campers gesloten en de ene weg die we wel kunnen rijden wordt verspert door kris, kras geparkeerde auto’s die naar de markt gaan. We geloven het wel. Vanweg de Bora en de kou besluiten we langzamerhand weer huiswaarts te rijden. We kiezen weer voor de camping in Nin in de hoop dat het morgen beter weer is en we naar het Paklenica National Park kunnen. Maar eerst wippen we Zadar nog even in om te kijken of de kathedraal nu open is. Mooi niet gaat kennelik iedere dag om 2 uur dicht.

Woensdag 24 oktober

En het is beter weer, dus naar het park. Dit Park is vooral een eldorado voor steile wand klimmers. Wanden in allerlei moeilijkheidsgraden. Kennelijk komen de klimmers overal vandaan, we horen in verschillende talen roepen.

Donderdag 25 oktober.

Mooi weer dus toch nog maar een dagje blijven op de camping in Starigrad.

Vrijdag 26 oktober

Het heeft de hele nacht geregend en ook nu nog regen. Nu gaan we echt naar huis en we rijden in een keer door naar een camping in Oostenrijk bij Ossiach waar we om zeven uur aankomen en in het gezellige restaurant met heerlijk eten bij komen van een lange dag rijden.

Zaterdag 27 oktober

Nu maar niet zo ver rijden. We maken een wandeling en rijden dan naar Neuburg waar we willen overnachten. Tot onze verrassing komen we op een mooie plek aan de Donau terecht. Ideaal vertrekpunt voor fietstochten naar oa Ingolstadt. Mooi uitzicht op de stad vanaf de camperplaats.

Neuburg is een eye-opener. Een prachtige barokstad met grote gebouwen en de bakker had heerlijk notengebak. Dat moet toch kunnen op zondag. We gaan na een rustige ochtendwandeling door Neuburg nog even naar Ingolstadt maar daar is het niet gezellig op zondag. Zo’n grote stad moet je op een weekse dag nag toe. Overnachten nog een keertje in Kitzingen en zijn maandag 29 oktober weer thuis.

Kroatie heeft ons niet de mooie nazomer gegeven waar we op gehoopt hadden.  Zouden we weer een keer terug gaan dan vroeger in het seizoen en wel het binnenland wat meer ingaan.

Geplaatst in 2007 Kroatie. Reageren uitgeschakeld

zuid-afrika

Reisverslag begeleide camperreis Zuid-Afrika 29-12-2004 tot 01-02-2005 Reis van Kaapstad naar Johannesburg. Beschreven route en excursies Touroperator: Wereldcontact.

Klik op de vet gedrukte woorden en u wordt doorgelinkt voor meer info.

Kaapstad Bloustrand en Tafelberg

We nemen de trein van kwart over elf uit Hoogeveen zodat we een directe verbinding hebben met Schiphol. Robert brengt ons naar het station en onderweg moet Gradus onder luid gemopper van Marianne nog een kleine waterpas kopen. Later bleek het wel heel handig dat we die bij ons hadden. We arriveren ruim op tijd op Schiphol. De vlucht naar Londen ging met British Midland in een prima toestel. De vlucht naar J’burg met SAA was heel wat minder en voor een nachtvlucht heel vervelend. De volgende dag in J’burg moesten we een paar uur wachten om verder te kunnen vliegen naar Kaapstad, die tijd ging voorbij met gesteggel over wel of niet lopend naar een vergelegen terminal te gaan. Maui ontving ons uitstekend met heerlijke broodjes en koffie. Onderweg naar de camping nog even de hoogst noodzakelijke boodschappen gedaan en het eerste doosje wijn gekocht. Om een uur of zes kwamen we na 31 uur reizen op de camping aan. Oatlands Holiday Village even voorbij Simonstown lag mooi. De weg over en je was de rotsen aan de kust. Niemand had nog zin in het diner dat we volgens programma zouden krijgen maar toen we eenmaal in het restaurant het heerlijke eten voor onze neus kregen waren we er meer dan mee verzoend. De honing/mosterd dressing over de sla en de vis (witte zalm volgens de ober) viel bij ieder goed in de smaak. Een dag vrij te besteden. Eerst de camper eens goed bekijken. Die viel tegen. Maakt een oude indruk met zijn donkerbruine bekleding. Ik had slecht geslapen onder de kraaknieuwe lakens die niet gewassen waren en besloot die lakens meteen maar te gaan wassen. Dat gekriebel van die pap in de lakens was vreselijk. We besloten die dag, na een bezoek aan de supermarkt, Cape Peninsula en het Peninsula Park te verkennen.

Vlak voor we het park in zouden rijden vond Gradus dat het voor mij ook tijd werd om de camper maar eens te besturen. Ik had toch wel wat kriebels vooral omdat we links moesten rijden. Maar eenmaal aan het rijden viel het geweldig mee en vanaf die keer hebben we elkaar steeds om de 1,5 uur afgewisseld met sturen. Een mooie route en mooie wandeltochtjes in het park. Bij Capepoint was het druk, het was een vrije dag. ’s Avonds na het eten even gaan slapen en de wekker op elf uur gezet zodat we met onze reisgenoten oud en nieuw konden vieren. De tourleider had voor “champagne” gezorgd. Het was koud buiten en het waaide erg hard. Dick (tourleider) had zijn accordeon mee en speelde voor ons. Mensen op het balkon van een nabij gelegen huis genoten ook mee. Veel vuurwerk konden we niet zien, de kust van het vaste land lag te ver weg en we hadden geen zicht richting Kaapstad. ’s Nacht steeds weer wakker van de SMS-jes die door het uur tijdsverschil later binnen kwamen Om 8 uur met de tourbus en het hele gezelschap naar Bloustrand en Kaapstad.

Helaas konden we niet naar de Tafelberg, de kabelbaan was dicht vanwege de nog steeds zeer harde wind. Van Bloustrand heb je een mooi uitzicht op de Tafelberg en Kaapstad. In de verte kunnen we nog net Robben Island zien liggen. Vervolgens naar een kasteel (en het oudste gebouw) in Kaapstad daarna naar het Waterfront. Een moderne wijk aan de haven en volgens mij dag en nacht open. Veel mensen. Leuk om daar koeien uit de Cow Parade tegen te komen.

Er stond er ook een die geïnspireerd was door de olympische spelen van 2010. ’s Middags zijn we op advies van onze gids naar de botanische tuinen geweest. Weer terug op de camping moesten we, moe of niet, toch echt nog even naar de kust lopen want we hadden de zwartvoetpinguïns nog niet gezien. We werden op onze wenken bediend. Veel pinguïns in en bij het water en je zag ze ook tussen de fijnbossen waar ze kennelijk de nacht doorbrengen. Op het verderop gelegen strand schijnen de beestjes gewoon tussen de badgasten te lopen.

2 januari: Neethlingshof bij Stellenbosch De tendens voor de komende dagen werd gezet. Vroeg op! En zo reden wij dus als eersten om kwart over zes van de camping af. Gradus wilde de Chapman’s Peak Drive beslist nog rijden. Op 31 december hadden we die weg van de onderkant bij Houtbaay benaderd maar mochten met de camper niet verder rijden. Van de bovenkant mocht dat wel. Een prachtige hooggelegen weg langs de oceaan. Via Fish Hoek weer terug naar de R310 een rustige kustweg richting Stellenbosch. Het waaide nog steeds erg hard en het zand van het strand werd daardoor de weg opgeblazen.

Om een uur of tien waren we in een zeer rustig Stellenbosch.  Het was zondag. De kerk ging net uit en de mensen stonden buiten met elkaar te praten, leuk om even dat Zuid-Afrikaans af te luisteren.

We hadden nog tijd genoeg en besloten een rit te maken in de mooie omgeving. Eerst richting Paarl via Franschenhoek en de gelijknamige pas weer richting Neethlingshof. Eenmaal over de pas en weer op de snelweg kwamen we zowaar in een file terecht. Het was de laatste vrije dag voor de Zuid-Afrikanen dus veel mensen die na een vakantie weer huiswaarts reden. We kwamen wat laat aan op de Neethlingshof maar er was meer dan genoeg eten en het smaakte heerlijk. Zoveel keuze dat je echt niet van alles kon proeven.

Daarna een rondleiding en wijnproeverij. Hadden we nog nooit gedaan en dus wel leuk. Maar tegenvaller: wijn proeven is minder lekker dan wijn drinken. Overnachten op de parkeerplaats, een ongezellige plek en dus zochten we ons eigen alternatief. We vonden een mooi plekje met uitzicht over de wijngaarden

3 januari: naar Swellendam. Een afstand van 200 km. We hebben niet de snelweg genomen maar de kustweg via Hermannus. We kwamen lekker vroeg op de camping en hebben de tijd genomen om wat te keutelen en in de schaduw te zitten. Om een uur of vier het plaatsje even ingelopen. Het was warm!!

’s Avonds kwam een bandje van de lokale bevolking ons wat vertier brengen.

Het klonk allemaal niet zo denderend maar zo konden die mensen wat verdienen en wij vonden het leuk.

4 januari: Naar Oudshoorn. Daar gaan we dan weer in alle vroegte. Het advies is om de R324 richting Barrydale (Kleine Karoo) te nemen maar als we de afslag willen nemen staat er een bord dat de weg verderop gestremd is. We gaan er toch in, het is een weg die steeds mooier wordt maar helaas bij de splitsing blijkt dat de weg naar Barrydale toch echt is afgesloten dus moeten we weer terug rijden naar de N2. We nemen nu bij Riversdale de R 323, een lange nagenoeg rechte weg naar de R62. Eindeloze “weilanden”, overal hekken, heet, droog en heel stil. Af en toe zie je een boerderij. Bij Ladismith komen we dan op de R 62.

Een leuke plaats trouwens dat Ladismith en we kopen hier melk en yoghurt bij een Diary en gaan dan nog even naar de supermarkt. 21 km verder is de afslag naar de Seweeksepoort. Gradus heeft hierover gelezen in het reisboek en hij wil deze dirtroad graag rijden, we hebben wel even nagevraagd of dat kon met een camper.  Het blijkt de moeite waard, een mooie weg tussen de rotsen.

We moeten dezelfde weg weer terug, na de pas loopt de weg dood. Dan door naar  Oudtshoorn, links en rechts van de weg eindeloze struisvogelboerderijen. De camping in Oudtshoorn ziet er goed uit, maar hier overnachten ook de groep mensen van de NKC die met de BOBO-campers reizen. Het oud zeer dat Wereldcontact vlak voor de reis aan ons meedeelde dat we ipv Bobo met Maui campers zouden reizen komt in alle hevigheid boven. De Bobo campers zien er gewoon beter uit, alle woorden van onze tourleider over de slechte service van Bobo ten spijt. Het is hier ook weer bloedheet, het moet haast wel 40 graden zijn. De bomen met fijne bladeren bieden nauwelijks verkoeling.

Route 62: De route die we rijden volgt min of meer de Route 62.

Tuinroute: ook veel info

5 januari: tour met minibusjes naar de Swartbergpas Omdat we de Swartbergpas niet met de camper mogen rijden organiseerde Wereldcontact een tour met minibusjes. Vertrek 08.00 uur, onze tourleider is een Zuid-Afrikaan die in de gaten kreeg dat hij met toerisme meer kon verdienen dan met boeren. Zijn naam: Kobus. We rijden eerst langs eindeloze struisvogelboerderijen en vervolgens langs een gebied met gesteente dat alleen hier en in Australië voorkomt. Dan gaan we naar Rust (?) en daar bezoeken we een huis dat gebouwd is van hooibalen en daardoor binnen heerlijk koel blijft. We kregen daar lekkere koffie en appeltaart met slagroom. De hele groep smulde van het heerlijke gebak. Daarna nog even naar een galerie annex winkel met spulletjes gemaakt door de lokale bevolking.

Vervolgens via de Meiringenpas verder de kleine Karoo in. De lunch gebruikten we in de middle of no-where op een boerderij. Mooie locatie met erg lekker eten. Kudu en andere vleespotjes. Op naar het eigenlijke doel: de Swartbergpas. Indrukwekkend!! En het werd steeds heter. Maar de rit hierheen is beslist de moeite waard. De grappen van Kobus ook. Aan het einde van de dag aan de voet van de pas bereiken we ‘Kobus se gat’. Kobus had van de ruimtes om zijn boerderij een horeca ruimte gemaakt.

Het brood kwam vers gebakken uit gietijzeren pannen uit de oven en het traditionele “potjekos” smaakte ons prima. Aan het eind van het diner mocht de zwarte hulp (die volgens Kobus als enige probleem had dat hij af en toe teveel dronk) voor ons zingen, hij begeleidde zichzelf op de gitaar. Natuurlijk waren die blanken uit Europa goed voor een goede fooi voor het geterg van hun oren.

7 januari: naar George De afstand naar George was slechts 75 kilometer dus reden wij meteen door naar Wilderness National Park. We wilden daar wandelen. We waren er vroeg en besloten de ‘Giant King Fisher Trail’ te gaan lopen. De trail begon op de camping waar we volgens het oorspronkelijke reisplan zouden overnachten. En dan baal je weer vreselijk. De camping ligt prachtig en je kon zo van de camping met een kano de bush in. Op het moment dat je dat ziet heb je gewoon de pest in. Hier wil ik ook staan! We volgden de oostzijde van de Touw Rivier en wilden lopen tot de waterval.

In het totaal 7 km volgens de folder. Maar soms was het lopen op handen en voeten onder de gevallen bomen door en het pad was steil en smal. Behoorlijk klauteren dus, wel erg mooi. Tijdens het lopen hoorden we steeds de roep van de Knysna Loerie, we zagen hem een keer in de boom zitten. Na ruim 2 uur lopen besloten we terug te gaan omdat we anders teveel tijd kwijt zouden zijn, we wilden nog meer zien. Om een uur of twaalf waren we kletsnat van het zweet weer bij de ingang. We vroegen aan de gate-gard of we gebruik mochten maken van de douche van de camping en dat mocht. Heerlijk opgefrist gingen we lunchen bij de camper en daar zag ik de Knysna Loerie vliegen. Vliegend een schitterende vogel. We hebben nog een rit gemaakt door Wilderness naar een vogelhut aan het water. Een mooie plek waar van alles te zien viel. Ik heb zelfs een glimp van een opgeschrikte ijsvogel gezien. Aan het einde van de dag hadden we er danig de pest in dat we niet naar de Wilderness camping konden gaan maar weer terug moesten rijden naar een camping in George.

8 januari: Naar Blaukrantz

Blaukrantz ligt vlak bij Tsitsikamma en was ook weer een vervangende camping. Een waardeloze vervanging maar gelukkig wisten we dat nog niet tijdens de rit erheen Er was geen andere keuze dan de snelweg de N2 te nemen. Gestopt in Knysna, een leuke plaats. We hebben ons zelf maar eens getrakteerd op een lekker ontbijt. Bij een Italiaans restaurant. Tenslotte was het pas half negen en we hadden we al weer 2 uur rijden achter de rug. Knysna had veel te bieden. We zijn naar de Knysna Heads gereden en genoten van de golfslag tegen de rotsen.  Daarna was het even zoeken naar Robberg Nature Reserve, het zoeken was de moeite waard, we genoten op de Robberg.

Volgens de verhalen de oudste plaats van Zuid-Afrika en de rotsen oogden ook heel apart. Net metselwerk met stenen erin. Aan het eind van de dag naar de camping in Blaukrantz bij de toegang naar Khoisan Village, waar je de hoogste bungi jump ter wereld kon maken. Wat een desillusie. Een vreselijke camping, het leek eerder een parkeerplaats voor vrachtauto’s.

9 januari: een vrije dag om Tsitsikamma te ontdekken Eerst maar even naar Storm’s River Village om te kijken of we wat informatie te pakken konden krijgen. Dat was op de camping, waar alles al dicht was toen we aan kwamen, niet gelukt. Ook ’s morgens was alles om 08.00 uur nog pot dicht. In Storm’s River konden we een plattegrondje van het park krijgen. We reden eerst naar Big Tree. Deze gigantische Yellowwood groeide al in de dertiende eeuw. Dit deel van het bos was weloverwogen ongestoord gebleven en we maakten er een mooie wandeling. Je hoorde overal prachtige vogelgeluiden maar zien, ho maar. Nu naar Storm’s River Bridge en ja hoor daar had je ze weer: de Bobo campers die wel op de camping direct aan de Oceaan stonden. De camping lag echt prachtig en ik was daar behoorlijk jaloers op. Maar goed, op naar de hangbrug die over de Storm’s River kloof loopt.

Het was even slikken bij die schommelende brug maar ik ben er toch over gegaan en we zijn helemaal naar boven gelopen waar je een spectaculair uitzicht had over de kloof en de kustlijn. Het pad was voor iemand met hoogtevrees lang niet makkelijk maar ik heb het toch maar weer gedaan. Het voordeel van vroeg op pad gaan blijkt maar weer we hebben nog tijd genoeg om via de R102 naar monding van de Bloukransrivier te rijden. Hier liggen mooie stranden. En dan weer terug naar de hangbrug waar we een leuk restaurant hebben gezien. Maar rijdend langs de kust vlak bij die geweldige camping zie ik opeens dolfijnen in de golven. Met de verrekijker was het spel van de dolfijnen goed te zien. Een geweldige bijna ontroerende ervaring om een grote groep dolfijnen te zien spelen in de golven. Jammer dat de andere van de groep op die stomme camping zijn en dit niet kunnen zien. Met donker zijn we pas weer terug bij de camping. We hebben een geweldige dag gehad.

10 januari: naar Addo 260 km Een flinke rit vandaag. Volgens het reisboek een weg die niets te bieden heeft, dus in een keer door naar de camping. Weer verblijven niet op de camping volgens het oorspronkelijke reisplan. We zouden op de camping in Addo Elephant National Park staan maar die is weer gereserveerd voor Bobo en wij staan op een camping 15 km van het park. We rijden via Port Elizabeth een grote stad aan de kust en met grote krottenwijken. Voorbij de stad draaien we het binnenland in, eerst maar naar de camping even op ons gemak lunchen en om half drie richting park. Addo ligt mooi met uitzicht op de bergen.

We krijgen het advies om naar de Janwalpan (pool) te rijden en ja hoor…olifanten. Het is een levendige bedoeling daar beneden bij de pool. Veel olifanten met jongen maar ook zebra’s ( de burchell zebra), reigers, struisvogel en wat verder weg een buffel. Geweldig!!! We staan er een hele tijd te kijken.

11 januari: naar Cradock Spa 210 km Grote Karoo. Even voorbij de camping ligt Mountain Zebra National Park en hoewel niet genoemd in het programma besluiten we er wel heen te gaan en dat was een goede beslissing. Dit park komt veel natuurlijker over dan Addo. Het ligt ook in de bergen en je moet een behoorlijk steile weg in het park omhoog nemen.

De Mountain Zebra is kleiner en heeft een witte buik. Ze zijn schuwer en komen niet dicht bij de weg. Zodra je stopt gaan ze aan de haal. We zien er ook hartebeesten, impala’s en de witstaartgnoe. We vinden met moeite nog een plekje op de camping waar ook de NKC groep stond.

12 januari: Lesotho Malealea, 482 kilometer

Gewoon maar even flink doortrekken vandaag. Zoals gewoonte wisselen om het uur van stuur. Er zijn geen parkeerplekken onderweg dus rijden we lang achter elkaar door. Via de douanepost: ‘Van Rooyenshek’ rijden we het Koninkrijk Lesotho in. De douane formaliteiten nemen enige tijd in beslag maar het verloopt toch vrij soepeltjes. De ambtenaren lijken met vooral alles langzaam doen en hautain kijken hun macht te willen uitstralen. En dan rijden we de grens over en lijk je in een andere wereld terecht te komen. Het lijkt wel een decor voor de film en wij voelen ons figuranten die er niet thuishoren. Stil staan om foto’s te nemen, ik heb er geen zin in. Overal mensen en ze hebben het arm. De kinderen staan over hun buikjes te wrijven en houden hun hand op, maar ook vriendelijke mensen die zwaaien als je langs rijdt. Het is een heel aparte ervaring. Het landschap is mooi en de hutjes zijn om te wonen in onze ogen erbarmelijk maar zien er wel pittoresk uit. Vanaf Motsekuoa wordt het rustig. We stoppen even en meteen komt er van het veld een jongeman naar ons toegelopen. Hij spreekt redelijk engels en vindt het gewoon leuk om even met ons te praten. Hij is met zijn ouders het veld aan het bewerken en vertelt dat hij graag naar de Highschool was gegaan maar dat niet kon betalen. Dan volgt 15 km gravelweg, naar links, nog 1 km en dan rijden we door de ‘Gates of Paradise.

Nu die naam is terecht, we rijden door een nauwe steile doorgang en daar ligt het paradijs aan onze voeten. Het is echt een schitterend gezicht om het dal opeens te zien liggen en op de achtergrond weer de bergen. De camping ligt wel leuk, geen uitzicht want er staan veel bomen en een groot hek er omheen. Maar het heeft wel wat. We zijn vroeg dus we hebben de tijd om lekker te relaxen en wat rond te kijken. Ik maak wat foto’s van kindjes en een prachtig laantje waar de Agaven groot bloeien.


Je ziet veel mensen op een paard rijden, ook de kinderen. ’s Avonds voor het diner speelt er een plaatselijke band bij het restaurant. We hoorden de muziek op de camping en Gradus is even polshoogte gaan nemen. Die kwam natuurlijk niet meer terug en toen ik maar eens ging kijken stond hij lekker mee te swingen en genoot zichtbaar. Natuurlijk wilde men graag geld, in dit geval voor de hele gemeenschap. De Malealea Lodge besteedt ook een deel van de winst aan de directe dorpjes in de omgeving en dat is ook duidelijk te zien.

We gaven ons op voor excursies de volgende dag. Ik zou gaan wandelen met een groepje en Gradus paard rijden.

13 januari: Malealea

De hele nacht regende het en ook ’s morgens regen. Het paardrijden kon niet doorgaan omdat het te glad was voor de paarden. Het lopen gaat wel door maar niet iedereen heeft zin om mee te gaan in de regen. Wij gaan wel en glibberen over de paden. De rode klei plakt aan je schoenen en je gaat steeds zwaarder lopen. Het laatste stuk als we vlak bij de rivier zijn en het pad stijl omlaag gaat haken de vrouwen af. De mannen lopen wel door om de grottekeningen te bekijken bij de rivier. Achteraf horen we dat we groot gelijk hebben gehad om te stoppen. De tweede gids brengt ons weer terug. We waren kletsnat!! ’s Middag een lunch: spaghetti. Alle mannen zijn al weer terug behalve Gradus. De vrouwen rond mij heen maken zich zorgen want het kan toch niet zo zijn dat Gradus, die erom bekend staat altijd eten te willen hebben, de hond in de pot zal vinden. Dus schept de een een bord sla en de ander een bord spaghetti voor hem op. Kees gaat maar eens even kijken waar hij blijft. Gradus moest zonodig schoenen schoon maken en vergat de tijd. ’s Middags maakt een klein groepje olv de 14-jarige Paul een rondleiding door het dorp.

We bezoeken de plaatselijke brouwerij en kopen een fles “bier” die gebotteld is een een wijnfles met een mooi etiket. We gaan naar het winkeltje van Paul’s moeder, een mandenmakerij, een “museum” (we krijgen daar een kopje traditioneel gezette thee) en we bezoeken dan ook nog de kliniek.

Gelukkig bleef het die middag droog en lopen op de Teva’s bleek een veel beter idee dan de bergschoenen. De kinderen van het schooltje lieten ons hun kennis over Nederland horen en de overeenkomsten: koninkrijk en een democratie. Nederland werd aangewezen op de kaart en alle namen van het koningshuis werden opgedreund. Niet zo gek want de school was gebouwd met geld van 5 Nederlanders die zich de ‘Big Five’ noemden. Onze giften werden dankbaar in ontvangst genomen. De kinderen hadden voor de bezoekers een papieren bloem gemaakt. Bekaf was ik die avond, we hadden we al met al zes uur gelopen. Om half negen sliepen we al.

14 januari: Golden Gate National Park 250 km.

’s Morgens om zes uur scheen de zon nog een beetje en kon ik bij de ‘Gates of Paradise’ toch nog een mooie foto maken.


Terug naar Motsekuoa en richting Maseru passeerden we bij Maseru Bridge de grens met Zuid Afrika weer. Krijn reed voor ons en moest de camper parkeren maar wij werden doorgezwaaid door de douane beambte. Later werden we daar steeds mee geplaagd. Wij mochten vast Zuid Afrika niet uit want die zitten nog in Lesotho. Het weer zou weer spoedig omslaan naar regen en op de Glen Reenen Rest Camping kwam het met bakken naar beneden. Wel mooi want de camping lag onder de rotswanden en overal kwamen watervallen naar beneden.


Met Kees en Jeanne zijn we gaan lopen. De wandelpaden waren veranderd in kleine beekjes. Op een gegeven moment konden we gewoon niet meer verder. We hebben met een groepje nog een gezellig “happy hour” gehad onder een overdekking. Ieder nam wat lekkers mee en zijn eigen wijn en met de dikke fleece vesten aan hadden we het enorm gezellig.

15 januari: Royal Natal 120 km

Voordat we doorrijden naar Natal bekijken we Golden Gate beter. Het is mooi weer en dat nodigt wel uit tot wandelingetjes. We rijden de Blesbok Loop en de Oribi Loop en gaan geregeld de camper uit om te genieten van de mooie vergezichten en de natuur.

We zien niet zoveel beesten dit keer. Verder weer op de route komen we langs het Sterkfontein Dam Nature Reserve. We rijden de toegangsweg in maar gaan niet door de gate die toegang geeft tot een waterrecreatie verblijfgebied. Wat verder op de hoofdweg de R74 is een parkeerplaats waar we met veel anderen een tijd hebben staan kijken naar een geweldige groep gieren. De gieren werden wel gevoerd, onder in het dal lagen minstens 20 kadavers van koeien. Het was een imposant gezicht tegen de strakblauwe hemel en boven het blauwe water van het stuwmeer. Verder naar Royal Natal en de Mahaicamping, die mooi gelegen was in het park. Ruime plaatsen en we hebben de middag dan ook lekker genoten van het mooie weer en rust gehouden. Tegen 18.00 uur regende het weer.

16 januari: Royal Natal

We hadden met een groepje afgesproken om te gaan wandelen om 08.00 uur en dat moest weer in de regen en dikke mist. Geen nood we hebben een prachtige wandeling gehad naar de Tiger Falls en de Cascades.

Bij de Tiger Falls moesten we de rivier oversteken, de schoenen waren toch al drijfnat dus dit kon er ook wel bij. Wel een beetje bang om uit te glijden op de glibberige stenen. De middag druk geweest met de was en een droger die maar niet wilde drogen.

17 januari: Howick 190 km

We moesten we al weer weg uit Royal Natal en hadden we het hele amfitheater (rotswand) nog niet gezien en ook die ochtend alles in dikke mist. Toch brak na een halfuurtje aarzelend de zon door en kwamen er wat gaten in de mistflarden.

Nog een redelijke foto kunnen maken.

We kozen voor de R 103 vanaf Mooirivier. De weg (Midlandsmeander) liep via vele kleine plaatsjes en veel ateliers. Alles was dicht of niet bereikbaar. Het was een mooie weg en leek ons leuker dan de N3. Voor we naar de camping reden zijn we doorgegaan naar Pietermaritzburg. Het laatste stuk was een boomrijke laan met links en rechts prachtige villa’s. De stad heeft een leuk centrum, het was erg druk op straat en je zag slechts een enkele blanke.

In Howick boodschappen gedaan en heerlijke warme pasteitjes gekocht. We waren uitgehongerd. De camping lag naast de Howick Falls waar nog maar weinig water in viel. Zomertijd zullen we maar denken. ’s Avonds lekker gegeten met een groepje.

18 januari: Ballito 125 km

Om tien uur afgesproken voor de Holiday Inn in Durban om met elkaar de stad in te gaan. Omdat we altijd om zes uur vertrekken dachten we nog wel een uitstapje naar Kranskloof Nature Reserve te kunnen maken. Een verkeerde keuze, de weg was mooi maar het Reserve niet te vinden. We kwamen in tijdnood en konden de weg terug naar de snelweg niet vinden. Stress! Om tien over tien waren we op de afgesproken plaats en gingen we met meerdere in een camper de stad in. Het lukte niet om een parkeerplek te vinden, Jannie had een route uitgestippeld en leidde de eerste camper langs de bezienswaardigheden. Met elkaar nog even wat gegeten aan de haven. Lekker is anders. Langs de kustweg verder naar Ballito. Het was snoeiheet en broeierig geworden. De aankomst op de camping was helemaal niet leuk. Ik werd kribbig van de warmte, het duurde dan ook niet lang of het begon te regenen en onweren. Koken en eten in de camper met die hitte is een ramp. Wat later zijn we met elkaar ergens onder de veranda gaan zitten.

19 januari: Ballito

Een vrije dag. Om zes uur lopen we op het geasfalteerde pad langs het strand. Overal is bebouwing van appartementen en hotels, direct aan het strand. Het is nog steeds zwaarbewolkt en broeierig. Geen dolfijnen en daar hadden we een beetje op gehoopt bij de Dolfijnenkust. Tegen half negen terug bij de camper en om half tien breekt de lucht open. Binnen een half uur is het prachtig zonnig en niet meer broeierig, wel warm.

Naar zee dus. Behoorlijk hoge golven, we mogen alleen de zee in bij een bewaakt stuk dat door twee palen wordt gemarkeerd. Met moeite kan je blijven staan in de golven. Omdat het een jubileumreis is, worden voor de avond uitgenodigd door de tourleiding in een dichtbij gelegen restaurant. Mooie gelegenheid met erg lekker eten. Witte zalm?

20 januari: Shakaland 90 km.

We niet ver hoeven te rijden en we worden pas om 16.30 in Shakaland (een soort museum Zuludorp) verwacht, dus blijven we de ochtend nog lekker in Ballito en gaat Gradus nog een keertje spelen in de zee.


In Shakaland hebben we een cultureel programma, diner, overnachting in een rondavel, dansvoorstelling, ontbijt en de volgende ochtend deel 2 van het programma.

Het is allemaal wel aardig maar wat ons betreft mogen ze dit onderdeel schrappen. We besluiten dan ook met 6 mensen om de volgende dag gewoon vroeg te vertrekken en niet aan het programma deel te nemen. We waren intussen zo gewend aan onze camper dat we ons niet konden verheugen op een nachtje in een hotelkamer.

21 januari: Mkuze 250 km

Een rustige eindeloze weg met links en rechts productiebossen.Wij gingen eerst naar St. Lucia en op advies van ons reisboek maakten we daar een boottocht. Het was weer broeierig heet, het windje op de boot was zeer welkom. Een mooie tocht en voldoende te zien. In het riet zaten heel veel gele wever vogeltjes, maar ook een donkerbruine dikkont wever. Langs de oevers verder: een reuzenreiger (1,5 meter hoog), nijlpaarden, een krokodil en een visarend.

Nog even boodschappen doen en door naar Mkuze. De camping ligt in het park maar toch nog 10 km van de receptie en dan is het een voordeel dat er voor je geboekt is. We konden zo de camping op. Tegen etenstijd weer volop regen, onweer en bloedheet. Ik zag het niet meer zitten en hield het in de camper niet uit. Gradus wilde graag warm eten en ging zelf koken. De airco kon het niet koel krijgen met het gas aan. Vreselijk!!!

22 januari: Mkuze

Vandaag moesten er meer vroeg op. We hebben een ochtendsafari om 06.00 uur. We loten voor deze tijd, we konden niet allemaal mee. De volgende groep ging om 07.00 uur. Achteraf bleek dat we, toen we zelf op pad gingen, meer zouden zien. Vrij snel zagen we een jonge giraffe en moeder. Onze eerste! Je raakt niet uitgekeken.

Dan met eigen camper door het park, eerst naar de Kumahlahl schuilhut. Je loopt dan eerst door een “gang” met aan weerszijden hoge hekken en dan kom je in een schuilhut. Niet veel te zien, maar even rustig afwachten. En ja hoor daar komt een oude kudu (meerdere draaien in de horens) aan en een vlakvarken. Ook veel watervogels. Daarna naar de Kumasinga schuilhut. Er zat een man met prachtige Canon fotoapparatuur. “Die zit daar niet voor niets” dachten we en we zijn er maar mooi bij gaan zitten. Al met al wel 1,5 uur.

Eerst zagen we alleen vogels, wel mooie, maar het duurde maar even en daar kwamen nyala’s aanlopen om te drinken in de pool. Dan weer even rust en daar komen de gnoe’s (wildebeesten) met hun jongen en de zebra’s. Het was weer even rustig en dan hoor je een soppend geluid en daar komt de olifant aan en dat werd een heel spannend schouwspel. Eerst dronk hij rustig aan de overkant uit de pool en spoot wat water over zich heen maar toen liep hij met wildklapperende oren naar de zijkant van de schuilhut. Het leek of hij er dwars door heen wilde. Ik werd er een beetje bang van en pakt mij spullen om weg te kunnen rennen.


Het was een geweldige ervaring daar bij die pool. Gradus zag er ook nog de Kingfisher en kon mij nog net op tijd waarschuwen. Eindelijk eentje goed kunnen zien! Verder naar het uitzichtpunt NsumoPan. Hier zijn de mooi citroengele Fevertrees volop te bewonderen. Een ideaal gebied voor vogels maar midden op de dag zie je er niet zoveel.

Wij zagen wel de ooievaar met de rode kop: de Nimmersatt en natuurlijk nijlpaarden die lui lagen te zijn en niet boven kwamen.

Om 17.00 uur nog een avond-drive. Een beetje veel van het goede, want we waren behoorlijk afgeknoedeld. Aan het eind de grote verrassing: toen we weer camp waarts gingen zagen we geheel onverwacht toch nog de neushoorn die iedereen zo graag wilde zien. Onze gids vroeg nog of we die dag de olifant hadden gezien. Ik liet hem de opnames bij de pool zien en hij reageerde met trots. De olifant was nog maar kortgeleden uitgezet in Mkuze.

Het was een indrukwekkende dag geweest!!

26 januari: Mmilwane 250 km

We moeten ons weer onderwerpen aan grensformaliteiten, ook hier verliep dat vlot. 5 Rand wegenbelasting betalen en we konden verder rijden. De verandering was lang niet zo groot als in Lesotho. Politieke partijen zijn er verboden en de ministers worden persoonlijk door de koning uitgezocht. Swaziland is een van de laatste absolute monarchieën ter wereld. Overal reclame en vermeldingen over de beste irrigatiesystemen ter wereld. Het koninkrijk Swaziland is trots op zijn uitvindingen. In Manzini doen we nog even boodschappen, het is weer broeierig heet. Gradus pint geld en vergeet dat hij niet in Zuid-Afrika is en schrikt dat hij 1000 Swaziland… krijgt. Het is zondag en we kunnen de bank in, gelukkig lukt het de volgende dag in Pigs Peak vrij eenvoudig om het geld 1 op 1 om te wisselen tot SAR. De camping ligt in Mliiwane Widlife Sanctuary. Als we door het park naar de camping rijden stuiten we bij de brug bij de Hippopool op een grote krokodil. Gradus vergeet helemaal te stoppen dus weg krokodil en geen foto. Eigenlijk weten we bij aankomst niet goed wat we moeten doen, het is zo heet en vochtig. We gaan maar even proberen te slapen. De airco hoog op. Tegen drie uur wordt het noodweer, onweer, veel wind en een gigantische regenbui. Reisgenoten, zo hoorden we later, zaten nog bij Manzine midden in een tornado. De dakplaten vlogen door de lucht en de bomen knapten als luciferhoutjes. Toen Harmien bij aankomst haar verhaal vertelde zag je de angst nog in haar ogen. ’s Avonds met elkaar gegeten in het restaurant van het park. Het bleef regenen. Het park zijn we niet meer rond gegaan de dirtroads waren veel te modderig te geworden.

24 januari: Kruger National Park 210 km

Via het Malelane hek rijden we het Kruger Park binnen. Ik voel gewoon wat zenuwachtige opwinding als we het hek passeren. Dit moet het hoogtepunt van de reis worden. We rijden eerst naar camping Berg en Dal en gaan daar koken en even lekker op ons gemak eten. Zo kunnen we tot half zeven (uiterste tijd dat je weer binnen moet zijn) genieten van het park.

We nemen de S114 en de S25 richting Krokodillenbrug. De natuur is mooi, we zien veel vogels maar verder niet veel bijzonders. Om half drie zien we een zwarte ooievaar en na drieën wordt het leuker.

Onverwacht duikt er opeens een grote olifant voor ons op. Het is echt even happen naar adem als een dergelijk groot beest onverwacht zo vlak voor je camper staat.

We nemen links de S119 die langs de rivier loopt en zien een neushoorn. Bij de Gardenia schuilhut blijven we een tijdje kijken maar buiten wat gnoes zien we hier verder geen beesten. Wel de bosveldvisvanger. Verder op de S118 staan we opeens midden tussen een grote groep buffels.

We moeten ons nog haasten om voor half zeven weer op de camping te zijn. Je krijgt zware boetes als je te laat binnen bent. Op het laatste stuk zien we nog weer een groep olifanten met jongen.

25 januari: Skukuza Kruger National Park

Het heeft weer veel geregend. Vlak bij de camping Berg en Dal begint de Matjulu-loop en die nemen we eerst maar. De weg is behoorlijk modderig en af en toe moeten we door riviertjes waarvan het water nu veel hoger staat. De camper staat hoog en de mercedesmotor trekt hem prima overal door. De steile glibberige helllingen zijn geen probleem. We zien nog niet zoveel die ochtend. Wel veel antilopen. Verderop bij de Renosterpan maken we even koffie en blijven we een tijd genieten van het geluid van de kikkers, zij geven een prachtig concert met mooi diepe bassen. Veel vogels hier, de verrekijker hebben we hard nodig. Maar een neushoorn zien we niet.

Als we hier wegrijden gebeurt er ineens weer van alles vlak achter elkaar. Een grote groep giraffen en 5 minuten later als we naar de giraffen staan te kijken, steekt er een grote neushoorn de weg over. We volgen de hoofdweg H3 en nemen rechts de S113. Een safari auto gebaart ons te stoppen en de gids vertelt dat hij leeuwen heeft gezien langs de S26, dus wij ook die kant op. Het is maar goed dat er een andere safari-auto nog staat te kijken bij de leeuwen anders waren we er wellicht langs gereden. Het vrouwtje ligt helemaal verstopt en het mannetje is nog net een beetje te zien. Ook hier is geduld een schone zaak. Wanneer het mannetje wakker wordt, rijden we dichterbij en, kan ik vanuit het raam een mooie foto maken.

We beginnen honger te krijgen en het warmeten tussen de middag was ons goed bevallen. We rijden naar de Lower Sabie camping. De dagrecreatie was zo snel niet te vinden, we gaan brutaal als Gradus is, gewoon op een kampeerplek staan. Camper aansluiten op elektra en koken met de airco aan. Gradus verdwenen, het eten is klaar en daar is Gradus weer. We kunnen er weer tegenaan en gaan naar de picknick plaats bij de Mlondozidam. Die plaatsen zijn veilig en daar mag je je voertuig uit. Het is een prachtige hooggelegen plek met een mooi uitzicht. Beneden in de rivier liggen de nijlpaarden lui te wezen. Via de H10 en deH4-1 rijden we naar Skukuza Restcamp. Bij de Lubyelubye rivier wemelt het van de nijlpaarden die nu (uur of vier) veel actiever zijn en met elkaar spelen. Het lukt maar net om op tijd daar te zijn voor de avonddrive . Ik ben bekaf en heb genoeg gezien voor vandaag, ik besluit niet mee te gaan. Als ik met de camper naar een plek zoek heb ik meteen al spijt. Het is warm en vochtig op de camping en helemaal niet gezellig. Gelukkig komt de safari auto langs rijden en als ze vragen “of ik geen spijt heb van mijn beslissing” weet ik niet hoe snel ik moet instappen.

26 januari: Satara 100 km

Het regent als we opstaan. We volgen de H1-2 en willen de zijwegen nemen. Die zijn afgesloten. Ik maak foto’s van verregende aapjes die langs de weg lopen. We zien in een grote pool weer heel veel actieve nijlpaarden. Het is echt een gerollebol van jewelste in het water. Vandaag is het veel koeler en de dieren lijken daar ook van te genieten. Het begint weer droger te worden, we rijden eerst door naar de camping om te koken. Tegen half drie weer op pad. We hebben meteen veel te zien langs de H7. Een groepje gnoe’s, een grote vogel: de koritrap en bij de pool vier olifanten die zich uitleven in het water. Prachtig om te zien hoe die logge beesten soepel in het water worden. Ze rollen om, gaan kopje onder, klauteren over elkaar heen. Geweldig!! Via de s39 en de s127 naar de hoofdweg. Genoeg te zien: grote groep olifanten, uiteraard de antilopen, giraffes, neushoornvogels en ga maar door. Het laatste stuk de H1-4 (het is nu half zes) genieten we vooral van het mooie licht over de “steppen” en de lucht die prachtig kleurt. Ik maak toch maar weer een foto van een giraffe in het avondlicht en een paar vogelfoto’s. Om twee minuten voor half zeven rijden we de gate binnen. Net op tijd. Nu lekker aan de wijn en koken hoeven we niet.

27 januari: Blydepoort 195 km.

Om vijf uur zitten we in de camper. We willen er alles nog uit halen vanmorgen. Ongedoucht gaan we op pad. Een hyena. We wilden die nog graag zien. We gaan eerst naar een hoofdweg de H6. Een dan een geweldige verrassing: er liggen leeuwen op de weg: 2 koppeltjes met 4 welpen.

Hier hadden we op gehoopt. We zijn ontroerd bij het zien van deze mooie beesten. De mannetjes blijven liggen, wel alert en de vrouwtjes lopen steeds heen en weer. Ze likken hun welpen eens en lopen geregeld links en rechts van de weg het veld in te kijken. Een prachtig schouwspel waar we wel een uur van genieten. De ochtend begint zo wel heel erg mooi. We gaan verder via de S41 en de S100 en zien nog van alles. Onze ontmoeting met een agressieve olifant was heel spannend. Hij stond midden op de weg en wij moesten wel stoppen, met flink zwaaiende oren kwam hij steeds dichter naar de camper toegelopen. Ik kon het niet meer aanzien en vluchtte naar achter. Helpt niet natuurlijk. Gelukkig hij gaat opzij staan maar blijft agressief. Als Gradus de motor weer start gaat de bul een stapje opzij en rijden wij snel door. De kudde gnoes, die verderop staan, kijken ons rustig aan. Om tien uur zijn we weer terug en gaan we lekker douchen en koffie drinken op de camping. Nu moeten we toch echt Kruger verlaten. Via Orpengate, waar we koken en middagpauze houden, gaan we richting Blydepoort. Een mooie weg. De Abel Erasmuspas is schitterend maar biedt geen stopplaatsen om te fotograferen. Aventura Blydepoort is een mooie camping met eigen uitzichtpunt op de Blyde rivier en de rondavels.

We wachten boven, met koffie, het mooie licht af om foto’s te maken van de rondavels.

28 januari: Sabie 95 km.

Geen grote afstand toch doen we er de hele dag over. Er is van alles te bekijken. Het wordt camper in camper uit om alle uitzichtpunten te zien. Bij Burke’s Potholes blijven we wat langer. De potholes uitgesleten door de Blyde rivier zijn mooi, jammer dat het midden op de dag is. Dit had ik wel met avondlicht willen zien.

Op de parkeerplaats zingt en danst een groepje vrouwen. Ze zien er kleurrijk uit en hebben er duidelijk zelf ook plezier in. Ik presenteer ze een koekje en ben dan de hele trommel kwijt. Ik gebaar dat ze de inhoud mogen hebben maar dat ik de trommel wil houden. Pilgrims’s Rest een oud mijn dorp vinden niet veel aan. Als je niet uitkijkt gaan ze ongevraagd je camper wassen. In Sabie komen we op een camping met zeer royale plekken. We gaan uit eten en genieten daar zeer van. Lekker met zijn tweetjes.

29 januari: Pretoria 360 km.

In Sabie rijden we verkeerd en moeten we via White River en Nelspruit naar de N4. Geen probleem, de weg is mooi. We komen veel fietsers tegen. Blanken wel te verstaan. Het is zondag. Bij Waterval Boven zoeken we naar de trein die via een spectaculair spoor naar Waterval Onder moet lopen. Het spoor loopt er wel, verder alles dicht. Bij Waterval Onder staat de trein verroest op de rails. Gradus wil terug naar de tunnel om zelf te kijken. Het spoor ligt er maar ziet er net uit als het monument in Westerbork. De wandeling naar de waterval is wel de moeite waard. Bij Middelburg gaan we van de N4 af om de het Ndebeledorp bij de Botshabelo Missie te bezoeken. Helaas het dorp is niet bereikbaar vanwege de hoge rivierstand. Toch is het goed toeven bij de missie.

Het is er stil en een mooie plek om te lunchen. De kerk is mooi versierd vanwege een trouwerij. Eenmaal terug op de N4 realiseren we ons dat de reis bijna voorbij is. Overal borden dat we moeten oppassen voor Hi-jackers en aan de horizon lelijke fabrieken. De camping in Pretoria ligt aan een drukke weg. Een waardeloze camping.

30 januari: bustocht Pretoria en J’burg.

Om 08.00 vertrekken we. Op het verzoek van de groep wordt het pretpark Sun City ingeruild voor een tour langs Soweto.

De betere wijken bestaan uit stenen huisjes waarbij de steen staand is opgemetseld. Zo heb je veel minder stenen nodig. De echte krottenwijken zijn schrijnend. We bezoeken achtereenvolgend het Hector Pieterson Museum, het Apartheidsmuseum en de wijk waar TuTu en Winnie Mandela wonen. Pas om half twee bij het restaurant van het Voortrekkermonument kunnen we wat drinken. Zolang zonder koffie, dat had je ons niet mogen aandoen. Bij terugkomst op de camping lukt het me nog net om een blouaapje te fotograferen. De blauwe balletjes moesten nog zichtbaar. ’s Avonds een lekkere braai in de mooie tuin van een nabijgelegen restaurant.

31 januari: Vliegveld Johannesburg.

Hangen en wachten tot onze vlucht naar Londen gaat om tien over tien ‘avonds. 5 uur de tijd gehad op het vliegveld en Gradus moet 20 minuten voor tijd nog naar CD luisteren. Als allerlaatste komen we het vliegtuig in.

Ik kan deze reis van harte aanbevelen. We hadden pech dat er binnen Wereldcontact net wisseling was geweest van camperverhuurders en af en toe was dat lastig tijdens de reis maar ik ben ervan overtuigd dat die problemen eenmalig zijn geweest.

Geplaatst in 2005 Zuid-Afrika. Reageren uitgeschakeld

begeleide camperreis marokko

Begeleide camperreis Marokko 5 weken vertrek 16 april Tarifa Spanje

Tarifa-Tanger-Asilah

Met de boot over naar Tanger. Het invullen van de papieren bij de douane geeft weinig problemen. We rijden door de poorten van het haventerrein en weten het direct: Marokko is Afrika. Grote overeenkomsten met de indrukken die wij kregen in andere Afrikaanse landen. Het is druk in Tanger maar toch niet zo veel verkeer als in een stad in Nederland. We volgen de borden richting luchthaven en vinden zo vanzelf de kustweg naar Asilah (eerst even langs bij de Marjane supermarkt). De kustweg maakt geen indruk. De camping is zoals er nog velen zullen volgen: niet verzorgd en je ruikt de toiletten. Asilah is een mooi stadje: witte huisjes, smalle straatjes aan de voet van het paleis van Raisouili. De stadsmuren herinneren nog aan de Portugese bezetting.

Asilah – Sale/Rabat

Het eerste wat weer opvalt als je verder rijdt zijn de vele ezels met grote manden en mensen met korte bungelende benen erop.

We stoppen in Souk-el-Arba-du-Rharb en eten een brochette (vleesspies) met een broodje. 13 km ten noorden van Rabat liggen de Jardins Exotiques. Hoewel niet de hele tuin goed wordt onderhouden was het toch de moeite waard om er op je gemak door te lopen. Camping de la Plage was niet zo eenvoudig te vinden en we reden bijna klem tussen de smalle poorten van de stadsmuren van Sale. ’s Middags Sale bekeken.

We wilden naar de Koranschool. Op de gok door de smalle straatjes van Sale gelopen. Bij de Koranschool boden twee heren aan ons de mooie dingen van Sale te laten zien. We waren met een groepje en de een riep ‘joh, daar vragen ze straks heus wel geld voor’ en de ander ‘Nee, ze zijn trots op hun stad en willen de stad graag aan ons laten zien’. De rondleiding van de twee gidsen was een groot succes. Wij hadden zelf onze weg nooit kunnen vinden en het andalusische huis en de prachtige trouwzaal waren mooi om te zien.

En natuurlijk werd er na afloop geld gevraag. Dit keer was het het waard geweest.

Excursie naar de ‘toren van Hassan’ en het ‘mausoleum van Mohammed V’ geven een goed beeld van de Marokkaanse bouwkunst.

Hier zag alles er zeer goed verzorgd uit en het koper werd blinkend opgepoetst. Er was hoog bezoek die dag. We moesten wachten voor we het mausoleum in konden. Honderden militairen die allemaal graag op de foto wilden voor het grote Mausoleum. Door na de Kasba Oudaia en een kopje thee bij café Mauree met een prachtig uitzicht. Die muntthee kan mij niet bekoren. Zonder suiker veeeel te bitter en met suiker gewoon niet lekker. Ze verkopen hier overheerlijke koekjes. Verder kan Rabat ons niet zo bekoren. Sale was leuker. We steken de baai over naar Sale en lopen naar de vele vis tentjes. Men roept om het hardst om de klandizie binnen te halen en er gaat een groot gejuich op onder het personeel van het tentje dat wint. Tenslotte zijn we wel met 28 personen. Wij hebben genoeg van de kust die ons niet zo kan bekoren en nemen nu de 401 die via een grote hoek door het binnenland weer uitkomt bij Casablanca. Wij rijden Rabat uit via een brede laan met aan weerszijden prachtige grote panden. Hier zitten de ambassades en het paleis van de huidige koning. We rijden via een mooie bergachtige weg door de Gorges Sidi Abdallah.

Kleine boerderijen en gebouwtjes van golfplaten en landbouwplastic. We kiezen voor een geel weggetje en nemen een lange pauze bij de rivier. Een grote groep bijeneters zijn ons gezelschap, beneden langs de rivier trekt een herder met zijn geiten langs en aan de overkant van de rivier zit een grote uil naar ons te kijken. Een prachtige plek en we zitten hier alleen. Niemand die iets komt verkopen of vragen naar sigaretten. Als we weer richting kust rijden komen we door Ben-Slimane, deze plaats ziet er opmerkelijk schoon en mooi uit. Van deze plaats tot de kust rijden we via de 313 door de wijngaarden. Blij dat we deze route gekozen hebben en niet de route van het routeboek. In Casablanca kunnen we de camping (Camping Oasis een prima stadscamping) niet vinden en ten einde raad vragen we een taxi om voor te rijden naar de camping. De volgende dag bezoeken we de Hassan II Moskee, die de Marokkanen zoveel geld heeft gekost.

Het is een gebouw van veel pracht en praal en heel indrukwekkend. Er gaan gidsen mee naar binnen. Het vervelende daarvan is dat je dat te weinig tijd hebt om goed rond te kijken. Elk hoekje en gaatje zijn bewerkt, er zijn zoveel mooie details. De moskee komt kil over.

Casablanca –Safi Het is wel duidelijk te zien dat Marokko dreigt te gaan lijken op Spanje. Hoeveel bebouwing zal er over tien jaar langs de kust staan. Onderweg stoppen we in El Jadida om een kijkje te nemen in de oude Portugese stad die omgeven is door wallen. We bezoeken het Portugese waterreservoir, de gewelven weerspiegelen in het water, zeer fotogeniek!

De voegen van de muren zijn van lood! Dit reservoir is aangelegd voor de Portugese schepen om water in te nemen op hun weg naar Indië. Het is een gezellig e zondagmorgen in dit gedeelte van de stad.

Een muziekgroepje met artiesten trekt door de straten en het is net het tafereel van de ‘rattenvanger van Hamelen’. De mensen lopen er achter aan tot een van de torens op de stadswallen en daar begint de voorstelling van de acrobaten.

Als we El Jadida verlaten ( ik reed kennelijk te hard en kreeg een boete van 400 dirham) rijden we eerst langs de fosfaathavens. Niet zo mooi natuurlijk maar daarna wordt het weer een mooie kustweg. Bij aankomt op de camping van Safi is de lucht zwaar bewolkt geworden en te oordelen naar de gesteldheid van de bodem heeft het al heel wat geregend de afgelopen dagen. Het duurt dan ook niet lang of de regen barst los en houdt de hele nacht en de volgende dag aan.

Safi – Essaouira Ons bezoek aan Safi de volgende dag kost dan ook niet te veel tijd. Beneden hoorden we dat de pottenbakkers in het hooggelegen stadsgedeelte ivm de regen niet aan het werk waren en dus besluiten we na een kort verblijf in Safi maar door te rijden. Opvallend zijn de vele bogen in de medina.We volgen weer de kustweg en het weer klaart al weer op.

Het meest opvallende langs deze weg zijn de bebouwde stukjes land die tot aan het strand lopen. Een mooie weg. Essaouria. Overnachten op camping Sidi Magdoul een half uurtje lopen van de haven Een heerlijke, enorm gezellige plaats. De zee is puperrood door de puperslak van de Mogador eilanden die voor de kust liggen. We gaan met een groepje ‘s morgens op tijd naar de haven omdat om tien uur de sardine vloot binnenkomt.

Het is druk in de haven en de een na de andere emmer met sardines wordt aan wal gebracht. Vaak wordt de vis meteen al door verkocht. De vrouwen die hier werken hebben over hun hoofddoek nog een pet op. Een grappig gezicht. We wandelen op ons gemak over de stadmuren naar de plek waar de vistentjes zijn. Om het hardst wordt geroepen, armen om je heen geslagen en of je toch vooral maar bij hun wil komen eten. Maar het is nog veel te vroeg voor vis, we gaan later terug.

Essaouira heeft gezellige straatje met natuurlijk veel winkeltjes. De spullen die hier verkocht worden zien er echter veel beter uit. Mooi afgewerkte houten doosjes gemaakt van thujawortelhout, er hangen prachtige geweven kleden en tapijten en ook de sieraden winkels zien er veel beter uit dan we tot nu toe gewend waren. En overal terrasjes.

Essaouira – Agadir 175 km Weer verder langs de kust. We krijgen er eigenlijk een beetje genoeg van. De kustweg is nog steeds mooi maar we hebben het wel gezien. We zien niet veel van Agadir. ’s Avonds wandelen we van camping International Agadir nog even richting stad en zien duidelijk dat Agadir veel moderner is. Na de aardbeving van 1960 is de stad geheel nieuw opgebouwd. Er lopen hier veel toeristen en die zijn niet van plan zich te houden aan de etiquette van het land. Veel te korte broeken en blote topjes. Het past niet hier zo rond te lopen.

Agadir – Abahinou Met vier andere campers besluiten we niet weer, zoals ons reisboek voorschrijft, langs de kust te rijden maar de we nemen de bergroute door het binnenland over Tafraoute. Een route waar je geen spijt van krijgt. Jammer genoeg moesten we deze route in een dag doen. Van Ait-Baha tot Tiznit rijden we een schitterende bergweg. Veel bochten natuurlijk maar met de camper heel goed te doen. We komen ook auto’s met caravan tegen. In het eerste stuk (r105) zien we nog weer argana bomen.

De geiten klimmen in de bomen om de vruchten te eten, poepen de pitten uit en de pitten worden verzameld en stukgeslagen om de argana-olie te maken. De herders willen natuurlijk wel geld voor de foto’s die we maken. De kleuren van de dorpjes en dat zie je eigenlijk overal in de bergen, veranderen mee met de kleur van de grond. De dorpjes lossen bijna op in de bergwand.

We hadden graag overnacht in Tafraoute om wat te kunnen wandelen in dit prachtige gebied. Het dorp stelt niet veel voor maar de omgeving met indrukwekkende rotsketens van rose graniet met verrassende vormen is buitengewoon mooi. We vinden aan de zijweg naar Agard-Ouadad (7075)een schitterende plek om met een paar campers te lunchen.

Luifeltjes uit en even lekker eten en genieten van de prachtige omgeving. Voor foto’s moet het hier tegen het einde van de dag nog veel mooier zijn. Na Tiznit volgen we de N1 weer. De natuur is compleet anders.We rijden door de uitlopers van het anti-Atlas gebergte. Guelmin is het gebied van de blauwe berbers. Toearegs die in de Sahara leven. We passeren de ‘Poort van de Sahara’en rijden door de ogenschijnlijke saaie steenwoestijn. Maar het is al laat en de late middagzon brengt de kleuren tot leven en ook van dit stuk genieten we volop. We zien bedoeïenententen in het landschap. In Abahinou overnachten we bij het thermaalbad voor mannen en speciaal voor ons is het bad die avond geopend voor gemengd zwemmen. De Marokkaanse mannen schrikken zich dood van die Europese vrouwen die daar zomaar in hun mannenbad komen. Als je vroeg opstaat, kan je leuke foto’s maken, in dit dorp midden in de steenwoestijn, van vrouwen die de geiten weer naar buiten brengen: De vrouwen hier gaan gekleed in vrolijke gekleurde doeken. Loop je met een man dan wordt de doek snel voor het gezicht geslagen maar loop je met vrouwen dan wordt er vriendelijk met open gezicht naar je gelachen en is ook oogcontact mogelijk.

Abahinou – Fort Bou Jarif 65 km Kort ritje voor vandaag maar wel om zes uur opgestaan voor de foto’s. We rijden op ons gemak richting Guelmin en dan verder naar Fort Bou Jarif.

Een lange rechte weg door de steenwoestijn waar toch van alles te zien is. We passeren zowaar een rivier waar water in zit en dus midden in die steenvlakte opeens groene struiken, bloeiende oleander en mooie vogels: bontbekplevier, bosruiter, steltkluut. Het laatste stuk is 9 km piste. We zien op dit stuk graven. Ronde steencirkels.

Af en toe schiet er een gifgroen salamanderachtig beest weg en we zien ook stokstaartjes. De camping heeft een grote poort maar geen ommuring en dat bevalt ons wel.

Heerlijk die enorme ruimte om je heen. Dit is een prachtige camping met lekkere douches. Aan het eind van de middag lopen we naar het fort van het vreemdelingenlegioen. Het is een grote ruïne. Het waait behoorlijk en het is hier warm. Een ideale plek om lakens te wassen! Droog in een half uur. De volgende dag staat een jeep-tour naar het strand op het programma. Of je dat l euk moet vinden, hetis afzien in die jeeps. Harde banken dwars in de jeep en je wordt door het ruige terrein alle kanten op geschud. Toch heeft het wel wat en het verbaast me hier toch nog weer huisjes te zien. Waar leven die mensen van. We zien wel cactusplantages maar hebben geen idee wat men er mee doet. Op het strand een lekkere wandeling gemaakt en daarna genoten van de prima lunch die de chauffeurs hadden meegenomen.

‘s Avonds hebben we een diner in het restaurant. Op het menu staat een kamelen-tagine. Heerlijk!! Fort-Bou-Jarif – Tiznit 180 km Via Guelmin naar Sidi Ifni. Opeens gaat de N12 weer omhoog en verandert het droge landschap in mooie groene bergweg. Als je op 850 meter even stopt heb je een prachtig uitzicht terug het dal in. Sidi Ifni trekt ons helemaal niet en we rijden dan ook maar snel door op zoek naar een mooie plek aan de kust.  En die vinden we.

Een hooggelegen plateau waarop je ver van de weg kunt parkeren. Voor ons ligt een vogeleiland. Luifeltje uit en even lekker op ons gemak lunchen. De zeewind zorgt voor verkoeling. We rijden verder langs de kustweg R104 naar de camping mucipal in Tiznit. Ommuurd, wie had anders verwacht.

Tiznit staat bekend om zijn medina met veel zilver en berberjuwelen winkeltjes.

Tiznit – Marrakech 400 km . (via de N8 345 km ) De groep heeft een vrije dag in Tiznit maar wij besluiten met 4 andere campers de bijna hoogste pas van Marokko te gaan rijden. Via de N1 naar Agadir, de N10 naar Taroudannt en de R203 via de pas naar Marrakech. Om zes uur vertrekken we richting Taroudannt. Ieder rijdt zijn eigen rit. In Taroudant kan je prima parkeren en zelfs bewaakt overnachten bij de stadsmuren van hotel Palais Salam. Wij willen echter op de top overnachten. Taroudannt is een charmante stad met enorme okerkleurige stadswallen. En nog niet zo toeristisch. Deze stad is veel leuker dan Tiznit. Opvallend zijn de drie vrachtwagens, vol met voornamelijk vrouwen, die vol lawaai door de stad rijden. Wij begrijpen natuurlijk helemaak niet waar het om gaat maar het is 1 mei vandaag en wellicht hebben de protesten daar mee te maken. Op de twee grote pleinen van Taroudannt is het een gezellige drukte en de kleine medina is leuk om door te lopen.

Deze stad is een bezoek beslist waard. We gaan verder en ontmoeten vlak voor de afslag naar de R203 onze mede reisgenoten en het duurt maar even en we zijn er alle 5. Op naar de top! De dag was in het begin zwaar bewolkt maar inmiddels hebben we een strakblauwe lucht. Het wordt een prachtige tocht naar boven. De weg is smal en vol bochten uiteraard maar heel goed te doen. Je ziet de tegenliggers meestal wel op tijd aankomen en dan wacht je even in de uithammen. De bergen zijn hier imposant en hebben mooie tekeningen. Op de top is zowaar bij een klein restaurantje een camping. Het korte weggetje naar de camping valt niet mee, je moet de steile weg en draai naar rechts in een keer nemen. Met wat passen en meten kunnen we er mooi staan met zijn vijfen. Met een glaasje wijn of een pilsje staan we te genieten en zijn het er over eens: dit is het helemaal en we voelen ons uitverkoren. Het lukt de jongens in het restaurantje om tien omeletten te maken. Verder is er niets te krijgen. Na het eten staan we vol bewondering met dikke fleecevesten aan naar de prachtige sterrenhemel te kijken. Hier is het echt donker!! De volgende ochtend vroeg wakker en weer een prachtig schouwspel buiten. We zitten met een stralend blauwe lucht boven het wolkendek en de ochtendzon kleurt bergen en wolkendek prachtig geel-rood. Een plaatje. Naar beneden is de weg helemaal rustig, een dood enkele tegenligger. Nu zien we veel meer dorpjes en we stoppen even bij Moskee Tin-Mal.

De Moskee was een ruïne maar is nu gerestaureerd. De bogen en de eenvoud van dit gebouw zijn erg mooi. Wij dachten dat we hier zo’n beetje uit de bergen zouden zijn maar de weg loopt nog heel ver door en heel geleidelijk naar beneden. Het laatste stuk naar Marrakech is weer vlak. Met een grote boog rijden we via brede mooie lanen om de stad heen naar camping Ferdaous aan de weg naar Casablanca. De camping ligt 10 km buiten de stad. Op de camping lopen pauwen die je ’s morgens vroeg al wakker schreeuwen. Maar met die hitte is dat niet zo erg. Vroeg op is dan gewoon lekker. Excursie Marrakech De ‘petit taxi’s’ komen niet op de camping. De beheerder heeft eigen vervoer voor de groep. We beginnen bij de Jardin Majorelle. Een gedeelte van de tuin die ooit het eigendam was van Yves St. Laurent. Het groen van de tuin contrasteert prachtig met de felblauwe villa. De tuin is prachtig, veel schaduw. Zou erg geschikt zijn voor een bezoek later op de dag. Dan naar het ‘Bahia Paleis’. Het is hier en in heel Marrakech erg druk met toeristen. Ik vind het paleis wel aardig, er moet nog veel gerenoveerd, Bij de ‘Graven van de Saadiers’ staan lange rijen. Daar heb ik geen zin in. Het graf voor de vrouwen is ook mooi en ik heb genoeg gezien. Na een lekkere lunch en een wandeling door de zoveelste medina gaan we naar het Jemaa-e-Fna plein ofwel het plein der onthoofden. Eerst maar even naar een van de hoge balkon terrassen. Hier heb je een mooi uitzicht over het hele plein en met de telelens kan je leuke foto’s maken. Het krioelt van de mensen: toeristen, marokkanen en artiesten die tegen betaling hun kunsten vertonen. Tegen zes uur worden de vele eettentjes actief.

De ondergaande zon geeft de gebouwen nog meer kleur.

We gaan op advies van de Trotter naar tentje no. 14 en eten daar inderdaad erg lekkere vis met heerlijke frietjes. Dit plein maakt Marrakech leuk. Nog een vrije dag in Marrakech We waren vast van plan om de hop-on/hop-off bus te nemen maar het warme weer speelt ons parten en we houden het even voor gezien. Tijd voor een rustdag en de camper uit te mesten.

Marrakech – Ouarzazate 230 km

We hebben vandaag weer een bergroute door de Hoge Atlas. Via de P 31 en de Tizi-n-Ticka pas (de hoogste berijdbare). Bij Taferiate begint de bergweg en als je daar terug kijkt richting Marrakech dan zie je de prachtige besneeuwde bergketens als achtergrond van de groene gronden. De weg vraagt wat tijd maar is het meer dan waard (hoewel ik de Tizi-n-Test mooier vond, ook omdat het daar veel rustiger is). Jammer genoeg is de weg heel erg druk. Veel vrachtwagen en veel jeeps die toeristen rondrijden en kennelijk alleen binnenbochten kunnen rijden. De weg verandert steeds weer. Als we hoger komen geen groene hellingen meer maar steile bleek gele wanden met in de diepte de rivier en een groen lint van bebouwde grond. En dan opeens ben je weer uit de bergen en rijd je weer door de steenachtige Sahara. Hier staan kinderen langs de weg levende kameleons te verkopen en ‘mineraux’ die pijn doen aan je ogen en dus gekleurd zijn. Soms best agressief. Een keer krijgen we een steen tegen de camper. Men probeert ook euro’s tegen dirham te ruilen en reisgenoten krijgen het voor elkaar om meegebrachte kleding om te ruilen tegen souvenirs. 25 km voor Ouarzazate nemen we de afslag naar de Kasba Ait Benhadou. Het is een behoorlijke klim in de hitte naar het hoogste punt van de Kasba maar het uitzicht rondom maakt alles goed.

Dan op naar de drukke camping in Ouarzazate. Veel reisgroepen doen deze camping aan en het valt niet mee een beetje redelijk plekje te vinden.

Vrije dag Ouarzazate

Eerst een ander plekje. We kunnen gelukkig in de schaduw staan. Het is 38 graden en ik heb deze hitte uitgekozen om griep te krijgen en ben tot niets in staat. Gradus gaat de Kasbah Taourt bekijken. Hij is er wel enthousiast over. Winkeltjes met prachtige wanddoeken en kleden. Niet goedkoop maar wel vaste prijzen.’s Avonds een folklore diner bij het verlichte zwembad. De traditionele dans en muziek zijn erg eentonig.

Ouarzazate – Agdz 75 km.

Een route door de vallei van de Dra en een aparte tocht. Kaal berglandschap met zwarte rotsen. Na de col Tizi-n-Tinfift daalt de weg naar Agdz. Langs dit stuk zie je veel Kasba’s. De camping ligt aan de voet van de Kasba van Agdz in de palmentuin. We vragen ons af wat we hier nu weer een hele dag moeten doen en dan blijkt ook de koelkast kapot. Al het eten kan weggegooid en hier zijn geen supermarkten. Het eten van het restaurant smaakt ook goed.

Kasba Agdz blijkt mooier dan we dachten en hadden we toch niet graag willen missen. Je ziet duidelijk de invloed van de Franse dame die hier woont en die er alles aan doet om het erfgoed van haar man mooi te houden. Er komen geregeld vrijwilligers om de lemen muren te onderhouden. Het is erg heel erg warm.

Agdz – Zagora 100 km

Een route in het teken van de rivier de Dra. Steeds weer stukken met dadelpalmen. Af en toe verstopt de Dra zich, op de achtergrond bergen. In Zagora kopen we vlees en groenten in de Souk. Camping Amezrou ligt ook in een palmentuin en naast een mooi hotel. We mogen gebruik maken van het zwembad in de tropische tuin. Dat doen we graag. Ik kook tussen de middag vanwege de kapotte koelkast. ’s Avonds een kamelentocht. Niets voor mij. Halverwege stap ik af en loop terug naar de camping. Gradus hield het beter vol.

Zagora – Erfoud 335 km

Eerst de N9 weer terug rijden door de vallei van de Dra en dan rechtsaf via de lange N10 door de Sahara. De weg begint slecht maar wordt al snel breder. We zijn blij met de airco in het rijgedeelte. Stoppen langs de weg kan niet. Toch stoppen we af en toe op de betonplaten die over de droge rivieren liggen. Deze woestijn rit kan ons wel bekoren.

Niet iedereen denkt er zo over. In Erfoud doen we nog even wat inkopen en het lukt me om twee bevroren flessen water te bemachtigen bij een hotel. De flessen zet ik in de koelkast en zo houd ik het eten goed. Later blijkt het diepvriesgedeelte het nog wel te doen. Ik houd bevroren flessen op voorraad voor de koelkast.

In Erfoud nemen we de afslag naar Merzouga (Les Dunes de Sable weg 702) . Bij een grote tent die daar voor ons in neergezet parkeren we de campers.

Het is hier niet aangenaam, heel heet en veel wind. Het zand belemmert je om lekker buiten te zitten, de luifel uit te zetten of een raampje open te doen. Door de vliegenhor in de deur komen al ladingen zand binnen. De berbers die de maaltijd klaar maken zeggen dat de wind tegen 5 uur wel gaat liggen. Maar niets daarvan. We zetten de tafels zo dicht mogelijk tegen de tent voor een beetje beschutting en het blijft bloed en bloed heet. Later gaat de wind wat liggen en wordt het toch nog gezellig. Het eten is erg lekker. Van slapen komt niet veel in die hitte en om 4 uur moeten we weer op om met jeeps naar de zandduinen te worden vervoerd om de zonsopgang te zien. Het is bewolkt!!

Daar zitten we dan met de groep op de duinen. Het was erg vermoeiend om boven te komen en bijna iedereen heeft de hulp van de berbers aangenomen. Daar hebben we later flink voor moeten betalen. Ook goed er moet ook verdiend worden in de woestijn. We ontbijten in de Sahara en rijden nog naar een oase. De kinderen plakken aan ons als vliegen aan stroop en hopen wat te verkopen. De landbouwgronden die om de beurt bevloeiing krijgen zijn wonderbaarlijk midden in de woestijn.

Diezelfde dag rijden we door:

Erfoud . Midelt 255 km

Eigenlijk zijn we erg blij om de zandwoestijn achter ons te kunnen laten. Het was een aparte ervaring dat wel maar we hebben meer dan genoeg van het zand. 16 km voorbij Erfoud ligt de enige spuitende woestijnbron met ……brak water! Heel langzaam stijgen we via de N13 de bergen weer in naar camping Timnay 20 kilometer voorbij Midelt richting Mekness. Het is heerlijk koel en we willen maar een ding. De camper ontdoen van het Sahara zand en een schoon bed opmaken. We slapen heerlijk die nacht. De volgende dag is het alweer warm terwijl we nu op 1655 meter hoogte zitten.

Excursie naar een verlaten mijnstreek.

Een oude gammele groene bus rijdt met ons naar een mijnstreek waar ooit duizenden mensen hebben gewoond. De gorge is mooi en we lopen een uur, het busje pikt ons wel weer op. We gaan naar een dorpje dat nog wel bewoond is waar we de meegebrachte lunch gebruiken. Je zult hier geboren zijn. De mensen hebben het hier erg arm.

Midelt – Meknes 205 km.

We rijden door een mooi groene hoogvlakte met bergweides naar Azrou. Hier vind je de Barbarijse apen die duidelijk worden bijgevoerd om ze daar te houden waar de souvenir verkopers staan. Wij gaan bij Azrou links af en volgen het bordje routes de cedres. Dit is voor ons weer genieten. Het is een smalle weg. Af en toe komen we een vrachtwagen met grote boomstammen tegen maar verder is het heer heerlijk stil en we zijn geïmponeerd door de majestueuze cederbomen. De weg klimt geleidelijk en is wondermooi, in de buurt van Ain-Leuh zien we veel vakantiehuisjes. Via een grote bocht komen we op de N8 en weer terug bij Azrou nemen we de N8 naar Ifrane. Ifrane is een wintersportdorp en je waant je eerder in de Alpen dan in Marokko. Via de R707 en de N13, in Meknes onder de stadspoorten door naar camping Agdal in Meknes.

Meknes: Nu heeft Gradus er voor gekozen om ziek te worden en ik ga alleen met de groep naar het ‘waterhuis’ Naast het gebouw ligt een groot waterbassin. Meknes laten we verder voor wat het is. We hebben geen zin in weer een medina.

Fez: om 9.00 uur zou de bus komen om de groep naar Fez te brengen. Hij komt om half elf. In de medina van Fez zou je met geen mogelijkheid zelf de weg kunnen vinden.

Hier zijn de steegjes vreselijk smal (en vuil). De ambachtslieden werken in kleine werkplaatsen van hooguit 2 bij 2.

En de leerververij is gewoon niet te geloven.

Zelfs in de middeleeuwen kan het niet zo slecht geweest zijn. Midden in de Medina een moskee. Veel oude mooi bewerkte poorten. Hoewel de medina vies en onverzorgd overkomt begrijp je toch wel dat het op de lijst staat van wereld erfgoed. Er zijn ook heel mooie details. Met geen enkele andere medina te vergelijken. We rijden ook nog even langs de ‘Blauwe poort’

Meknes –Moulay Bousselham 160 km

Het einde van de reis is in zicht. We rijden weer naar de kust naar camping International aan de lagune van Moulay. De camping ligt mooi aan een baai en daarom ben je des te meer geërgerd door het feit dat de camping zo slecht verzorgd wordt. Bijkomend nadeel: je wordt er opgevreten door de muggen.

Op onze vrije dag maken we een boottocht in de baai en dat is dan weer genieten. De baai is beschermd gebied en zeer vogelrijk. We zien een grote groep flamingo’s. Ze worden opgeschrikt door een vliegtuig en we zien een prachtig schouwspel van opvliegende flamingo’s. Hun kleuren komen zo heel mooi uit.

Moulay Bousselham – Grottes d’Hercules Tanger 110 km.

Te toeristisch. Hoef je echt niet heen te gaan. Maar het restaurant tegenover camping Achakkar waar we het afscheiddiner hebben is zeer luxueus en ligt fenomenaal. Vanaf het terras heb je een prachtig uitzicht.

We hebben veel moois  gezien in Marokko maar het gebedel is gewoon heel vervelend. Je voelt je bijna nergens vrij om op je gemak de dingen te bekijken. De kust is binnen een paar jaar waarschijnlijk net zo vol gebouwd als in Spanje. Op elke plek waar je stopt komen mensen naar je toe om iets te verkopen of te vragen om sigaretten en bier of geld. Het is overal vreselijk vuil. Plastic zakken vind je tot in de Sahara. Het lijkt wel of iedereen gewoon alles uit zijn handen laat vallen. Het naroepen ‘kijken, kijken, niet kopen’ gaat je ergeren. We hebben genoten van de overweldigend mooie natuur. Marokko moet je gewoon een keer zien en laat je dan niet bang maken. Je kan prima op eigen gelegenheid door het land reizen.

Het voordeel van een groepreis is vooral de factor tijd. De campings zijn besproken en je hoeft niet te zoeken. Excursies zijn geregeld. We hadden prima alleen kunnen gaan maar dan hadden we meer tijd nodig gehad. En comfortabel is het ook wel. Nadeel: je moet dealen met een groep en dat is niet altijd even makkelijk.


Geplaatst in 2006 marokko. Reageren uitgeschakeld

Naar de Messe

Messe Dusseldorf

Aangespoord door enthousiaste verhalen van forumleden van het camperforum zijn oook wij dit jaar naar de Camper en Caravan Messe in Dusseldorf geweest. We hebben er maar een weekje van gemaakt om eens een stukje Duitsland te bekijken waar we normaal niet voor zouden kiezen. We zijn begonnen in Emmerich en hebben overnacht bij Jachthaven YHE 5 km buiten Emmerich. Prima plek maar wel wat lawaai van de steenfabriek. Je staat vooral op de eerste plek ook erg dicht op elkaar. Je hebt daar wel een leuk uitzicht over de haven. Het was mooi weer dus hebben we de fiets gepakt en zijn langs de Rijn gaan fietsen. De volgende dag naar Xanten een leuk stadje Img_2310

dat vooral bekend is om zijn Argeologisch Park . Wij zijn er niet gaan kijken, we hebben in het voorjaar op Sicilie genoeg opgravingen gezien. We hebben wel de fiets weer gepakt en zijn met het pontje naar de overkant van de Rijn en via Wesel weer terug naar Xanten gefietst.

Img_2312

Overnacht in Traberpark Den Heyberg bij Kevelaer. Een prachtige plek aangelegd op een groot voormalig Amerikaanse legerterrein. De bunkers zijn omgebouwd naar aantrekkelijke vakantiewoningen. Heerlijk rustig, prima fietsen en natuurlijk even in Kevelaer gaan kijken. Dan door naar Goch  weer een mooie (en goedkope) camperplaats. De camperplaats ligt aan het riviertje de Niers, er loopt er fietspad langs richting het dorpje en de andere kant fiets je naar de bossen. Mijn man wil wel eens een mijn zien en daarom gaan we naar het Bergbaumuseum in Bochum. Ik heb het niet zo op onder de grond zijn en ben na een korte rondgang terug gegaan naar de camper, mijn man heeft er langer rondgelopen en vond dit museum zonder meer de moeite waard. Overnacht in Hattingen op het terrein van de Wassersportverein . Een ongezellig terrein en veel te nat, dus zijn we maar op de parkeerplaats gaan staan waar auto’s van hondenbezitters af en aan rijden om hun lievelingen uit te laten. Pas dus op waar je loopt! Een klein paadje brengt je direct bij de Ruhr en dat is dan wel weer leuk. De Ruhr was buiten haar oever getreden en de camping niet meer bruikbaar.

Img_2340

Dan naar Remscheid naar het Rontgenmuseum. Best een aardig museum. Mijn man helemaal blij dat hij daar vond wat hij zocht:

Img_2356Img_2359_1

Na het museumbezoek doorgereden naar Dusseldorf naar het P1 terrein van de Messe. Dankzij het camperforum wisten we dat we na vieren moesten aankomen omdat je daar betaalt voor de dag van 08.00 tot 16.00 en dan gratis mag overnachten. Met onze Clubkaart hebben we drie keer overnacht voor 24 euro en korting op de toegangsprijs van de Messe. Wij dachten dat het al druk was die donderdagavond maar vrijdagavond kwam het pas goed opgang. Het was een leuke belevenis om tussen al die campers te staan. Gezellige gesprekken met Nederlanders en met Duitsers vooral de familie uit Bremen. Een paar fotootjes van de campers die mij opvielen.

Mooie drager voor de scooters!

Img_2371

Het resultaat van 1,5 jaar hard werken

Img_2373

Permanente bewoning??

Img_2378

Deze zal voor velen geen onbekende zijn: reisbureau voor verre camperreizen

Img_2379

Geen zeep voor de handwas meer nodig

Img_2383

oude gevangenen bus

Img_2385

uitschuifbaar terras

Img_2386

Jammer genoeg had ik mijn fototoestel niet mee. Ik zag een meneer die in zijn garage een speelautomaat had gebouwd.

Geplaatst in korte trips. Reageren uitgeschakeld
Follow

Get every new post delivered to your Inbox.