Home – Welkom

Leuk dat u komt kijken op mijn blog “marianne’s reisverhalen”


Op dit blog vindt u in de linkerkolom onder categoriën mijn reisverhalen van camperreizen, vliegreizen en korte trips. Wij houden van de natuur en doen tijdens onze reizen niet veel grote steden aan. Met de camper, een Knaus Sun Ti, staan we als het even kan op camperplaatsen en in Frankrijk en Italie ook graag bij de wijnboeren van France Passion en Fattore Amico en in Engeland bij voorkeur op de CL’s de Certified Locations van de The Caravan Club

Als het even lukt dan probeer ik u via een link meer informatie te geven. Klik op de anders gekleurde namen en u gaat naar een site die u meer kan vertellen over de plaats die genoemd wordt.

Zes jaar geleden kochten wij onze camper, daarvoor een paar jaar een caravan en jaren met de tent. Onze eerste camperreis was met een gehuurde camper door Zuid-Afrika en we waren verkocht. Wisten we daarvoor wel duizend redenen te bedenken om geen camper te kopen, nu wisten we wel duizend redenen te bedenken om er wel een te kopen. Zo kochten we de Knaus Sun TI een niet te grote camper (6.40) en sindsdien hebben we al heel wat reisjes gemaakt. De verslagen staat op dit Blog en ik hoop dat u er plezier aan beleefd. De foto’s zijn om naar te kijken. Ik vind het niet goed als ze ongevraagd voor andere doeleinden worden gebruikt.

Heeft U een leuke tip? Vertel het mij!! en schrijf een berichtje in mijn gastenboek .

Ik wens u veel mooie tripjes en reizen.

En wie weet…………komen we elkaar onderweg nog eens tegen.

Fijne dag!!! Marianne

Proud member of The Red Stones Z-O Drenthe

Geplaatst in home - welkom. Reageren uitgeschakeld

2011 IJsland

NKC IJsland tour van 3 juni tot 2 juli 2011

Klikt u op de blauwe woorden dan krijgt u meer informatie.

Drie juni 2011 naar Jambo Feriepark in Saltum: het verzamelpunt voor deze NKC groepreis en morgen voor 3 nachten de ferry van Smyrilline op. Wat een lange bootreis! Voor mij duurde dat veel te lang en de verveling sloeg toe. Gelukkig konden we na 2 nachten op de Faroër eilanden even van boord voor…jawel een boottochtje! Een welkome afwisseling en een heerlijke maaltijd. Toch was het mij liever geweest als we wat meer van Torhaven hadden kunnen zien en meer hadden kunnen lopen.

De laatste nacht aan boot is erg onrustig. De boot danst en schudt voor mijn idee alle kanten op. De stabilisatoren grijpen met een bonk in. We blijven zo lang mogelijk in de bar (in het midden van het schip) en eenmaal in de hut meteen plat dan heb je het minst last. We zijn blij dat we dinsdagmorgen vlak na het opstaan al snel IJsland in beeld krijgen. Het duurt wel een uurtje voor je door het fjord bij de haven ben.

Seydisfjördur – Höfn 7 juni 2 nachten

Vanuit de  haven Seydisfjördur rijden we meteen omhoog, het is drie graden en er ligt nog veel sneeuw. Even bekruipt mij het gevoel “wat doe ik hier in hemelsnaam”. Maar als we dan in de diepte Egilsstadir zien liggen is dat gevoel meteen weer weg. Dat het koud zou kunnen worden wisten we. Boodschappen gedaan in  Egilsstadir en 271 km rijden naar de eerste camping. Gradus had natuurlijk een mooie omweg bedacht. We volgen de 92 en rijden niet door maar gaan naar Reydarfjördur en daar  omhoog voor een mooi uitzicht over het fjord. Onderweg zien we veel vogels en eenden waaronder de eidereend en zelfs de harlekijneend. We genieten volop en komen er na drie uur achter dat we pas 75 kilometer hebben gereden en we moeten er nog tweehonderd voor de camping in Höfn: een camping  met een niet te schrijven naam . We moesten er nog tegen aan rijden om niet te laat aan te komen. Er viel zo veel te zien onderweg dat we  niet erg opschoten. ‘s Avonds om tien uur in Höfn wandelen we langs het fjord en hebben een fenomenaal gezicht over het water op de gletsjers. We zien hier zes uitlopers en de zon die door de wolken piekt geeft steeds een ander beeld. Prachtig! De foto is de volgende dag ‘s morgens gemaakt.

We lopen wel met dikke kleding, het is erg koud. Ook de schoolkindjes die hier wandelen hebben mutsen op, handschoenen aan en een skipak. Het wordt een spannende dag vandaag. Om half elf worden we verwacht bij “Glacierjeeps”. De superjeeps brengen ons moeiteloos naar boven. Aangekomen bij de sneeuw laten ze lucht uit de banden voor het laatste traject naar de hut op de Vatnajökull. We krijgen eerst een zeer smakelijke lunch en dan begint het grote werk. Sneeuwpakken aan, laarzen aan (als je bergschoenen aanhebt was dat ook goed) extra wanten uitzoeken en de scooter op.

Het weer is fantastisch: helderblauwe lucht met een paar wolken en stil……  Echt helemaal geweldig.

Boven is het prachtig wit omdat er verse sneeuw is gevallen. Onderweg zagen we dat het lager gelegen deel  van de gletsjer met vulkaanas is bedekt.

Höfn – Skaftafell 9 juni 2 nachten

Afgelopen nacht beroerd geslapen. De wind beukte tegen de camper en alles kraakte en piepte. Ook ‘s morgens nog veel wind en erg koud. We gaan even kijken bij de vuurtoren van Höfn en rijden dan naar Stokness, een vogelgebied. Maar ook mooi gekleurde bergwanden en een rendierjong. Terug naar weg nummer 1 levert weer veel moois om te kijken op. Overal gletsjers.

Om twee uur zijn we bij Jökulsarlon, een gletsjerlagune waar we met een amfibievoertuig een tochtje tussen de ijsschotsen maken. Ik was al volmaakt gelukkig met een wandeling rond het meer. Met het amfibievoertuig is koud en nat en ze mogen toch niet dicht bij de gletsjer varen vanwege de veiligheid. Maar met minder koud weer en zon zal het veel mooier zijn.

We zitten nu wel aan de kant waar veel as is neergekomen na de vulkaanuitbarsting van de Grimsvöten en we zien dan ook een dikke laag as op de ijsschotsen. De lagune en de ijsschotsen zijn heel spectaculair om te zien. De breking van het licht geeft mooie blauwe tinten aan het ijs. Fotograferen is moeilijk. Geen zon. Later lopen we nog even naar het strand waar de lagune in de zee loopt. De schotsen zijn hier al verder gesmolten (ze doen er een jaar over om in zee te komen) en dat levert prachtige ijssculpturen op. We overnachten op een grote camping van het Nationall Park Skaftafell. De camper staat op een groot grasveld en bij elke stap die je doet stuift de as op. Een prachtig gelegen camping.

Vrijdagmorgen rijden we met elkaar naar Ingolfshofdi : een vogelreservaat. Met zijn allen staand in een boerenkar over een brede eens groene strook maar nu een grote zwarte asvlakte.  Het laatste stuk moeten we zelf een steile zwarte heuvel oplopen, eenmaal boven loopt het makkelijk. IJzig koud maar de papegaaiduikertjes die we te zien krijgen zijn hartverwarmend. Ik ervaar dit als een van de hoogtepunten van de reis. Echt helemaal geweldig om zoveel puffins te zien.

‘s Middags wandelen we vanaf de camping naar de Svartifoss waterval, de op orgelpijpen gelijkende basaltblokken hebben volgens ons reisboek model gestaan voor de decoraties van het theater in Reykjavik, ik zou echter denken dat deze kerk in Reykjavik geinspireerd is door de Svartifoss.

Het was een fijne wandeling en je zou nog kunnen doorlopen voor een prachtig uitzicht op de gletsjers.

Skaftafell – Vik 9 juni

We worden wakker met stralend weer en het beloofd een prachtige dag te worden. Op de camping heb je bijna de neiging om buiten te ontbijten maar voor IJsland is dat dat toch een beetje te optimistisch. Hoe uitnodigend het weer er ook uitziet, de koude wind maakt dat we toch maar in de camper ontbijten. Onze eerste stop is bij het monument met informatie over de “Jökullhlaup”van 1996. Hier staat een kunstwerk gemaakt van de resten van de toen meegesleurde brug.

En voor we het ons realiseren zitten we  midden in een as storm.  We rijden door een grote spoelzandvlakte van duizend vierkante kilometer: Skeiđarársandur. Op zo’n moment vraag je je vertwijfeld af “waarom wonen hier mensen?” Dit eiland is niet gemaakt voor bewoning. Dit traject was zeker 35 kilometer.

Hier kan geen mens leven. En toch zie je tegen de bergwanden af en toe een huis. Ruig, onherbergzaam, surrealistisch, bedenk er maar namen voor. Het is gewoon niet te geloven dit  landschap. We hebben geen zon meer gezien. Na 35 kilometer komen we in wat rustiger vaarwater. 12 km voor Kirkjubæjarklaustur  stoppen we op een parkeerplaats  links van de weg. Van de parkeerplaats  een leuk kort wandelingetje  naar de rots  Dverghamrar (dwergkliffen). Als je tussen de rotsen loopt zie je in de verte de waterval Foss á Sidu, waar we even later ook een kijkje nemen. Het waait hier erg hard, felle koude wind en regen. Zo guur dat ik geen zin heb om mijn fototoestel mee te nemen.  Bij de waterval regent het in ieder geval niet meer. Bij het gehucht Kirkjubæjarklaustur doen we wat boodschappen. Uit een bus stappen toeristen die allemaal een mondkapje voor hebben. Zelfs in de bus en niet alleen de Japanners. De natuur verandert weer, we zijn nu in de Eldhraun.

Een lavaveld ontstaan in 1783 en het gevolg van een zeven maanden durende uitbarsting van de Lakagigar. En zo groot dat het een half procent van de totale oppervlake van IJsland beslaat. De lava lijkt overgoten door een dikke witte saus. Op andere foto’s heb ik gezien dat het mos later in het seizoen wel groen kleurt. We nemen voor Vik de afslag van de 206 naar de Fjabrárglúfur, een lange kloof. Je kunt een heel eind langs de kloof lopen, wat wij doen tot de waterval.

Hoe dichter we bij Vik ( volledige naam Vik í Mýrdal = baai in het veendal) komen hoe vriendelijker het landschap weer wordt. De camping waar we overnachten ligt in een groen gebied, een mooi plekje! Ligt aan de voet van groene bergen en nodigt uit tot een wandeling. Ik had hier wel een dagje langer willen blijven.

Vik – Selfoss 12 juni

Verslapen! Om 9.00 uur schrikken we wakker en het is nog wel heerlijk weer. We willen op pad en het zondagochtend eitje schiet er bij in. Deze zondag werd een schitterende dag. Eerst genieten op het strand  bij Reynisdrangar 

De legende vertelt dat de drie kliffen ver op de achtergrond een driemaster van de trollen was die bij dageraad veranderde in steen. Het monument op de voorgrond is ter nagedachtenis aan  Duitse vissers die verongelukt zijn.

Bij laag water schijn je voor de rotsen langs door te kunnen lopen naar het strand met zijn hele mooie basaltformaties. Wij moesten omrijden. Het was een mooie dag en zondag, gezellige drukte op het strand. Deze plek is kennelijk voor de IJslanders ook een geliefd uitstapje.

Er is nog veel meer moois te zien. We vervolgen wegnummer 1 weer en zoeken de hoge waterval Skógafoss. Niet te missen, ongeveer 35 km voorbij Vik.

Aan de oostkant van de waterval loopt een trap omhoog en eigenlijk moet je als je boven bent nog verder lopen naar een nog mooiere plek met waterval. Maar ik vond het wel genoeg. Naar beneden was lastig genoeg voor iemand met hoogtevrees.

Nog weer verder langs de een (wel naar rechts afslaan) ligt de Seljalandfoss ook weer zo’n mooie waterval. Je kan achter de waterval langs lopen maar riskeert natuurlijk wel een nat pak. Het was deze dag mooi weer en niet veel wind, dus veel bezoekers namen de uitdaging aan. Als je op de foto goed kijkt zie je helemaal rechts een meneer in het blauw lopen.

Om een gravelweg te ontlopen slaan wij bij Hvollsvöllur rechtsaf om in tegengestelde richting de mooie 261 te rijden. Heen en terug dus. Geen slechte keuze want de vergezichten richting de gletsjer zijn mooi!

Aan het einde van de verharde weg nog een leuke waterval waar we ook weer harlekijn eenden zien.

Voor we verder rijden naar ons einddoel van vandaag (Selfoss) rijden we eerst nog langs Stokkseyri en Eyrarbakki. Kleine vissersplaatsen waarvan de laatste nog gerestaureerde oude vissershuisjes uit de periode 1890-1920 heeft. Kom je niet veel tegen op IJsland. Alles van golfplaten waar toch ook veel  nieuwbouw huizen van zijn gemaakt. De kust hier is een gewild wandel- en vogelkijkgebied.

Het mag duidelijk zijn dat we na zo’n intensieve dag, waarop we heel veel hebben gezien, laat aankomen op de camping in Selfoss. Het is daar behoorlijk druk vanwege een muziekfestival. Maar het is een grote camping dus nog voldoende plek. Op deze camping blijven we 2 nachten omdat er voor de volgende dag een excursie naar Landmannalaugar op het programma staat. Helaas kon deze tocht niet door gaan omdat er nog wegen waren afgesloten. Jammer want iedereen had zich verheugd op deze mooie tocht langs kleurrijke  bergwanden en een bad in een heet waterbron. De groepsleden hebben een alternatieve excursie aangeboden gekregen waar wij vanwege gezondheidsproblemen van Gradus niet aan hebben meegedaan. Het advies van de dokter in het ziekenhuis was: ga naar huis. Maar daar was SOS International het niet mee eens. Wij zijn dus gebleven en hebben in Reykjavik opnieuw het ziekenhuis bezocht. We mochten doorreizen mits….. de rest van het verhaal bespaar  ik u, en gelukkig is alles goed gegaan. Wij hadden toch eerst wel moeite met het feit dat het advies van een ziekenhuis door SOS International niet werd overgenomen. We genoten die avond van een overheerlijke groepsmaaltijd .Wij kozen voor de  speciale visschotel naar het recept van de moeder van de campingbazin.

Selfoss – Geysir  15 juni.

Spannende dingen op het programma vandaag. Via een canyon waar je prachtige wandelingen kan  maken en de grote waterval van Gulfoss komen we in Geysir . Gulfoss is een spectaculaire waterval. Wij waren er met koud, regenachtig en zeer winderig weer. Vlak voor je bij het visitor centrum komt is er ook een weg naar beneden. Dat scheelt trappen lopen.

En dan komen we bij Geysir waar de Strokkur met grote regelmaat een flinke spuit van twintig meter en meer de lucht in spuwt. Enorm fascinerend om te zien. Het water is eerst rustig, begint dan te dansen en van links naar recht te bewegen en je hoort de  mensen die toekijken hun adem inhouden. Soms roept er iemand “there he goes” maar de geiser lijkt een spelletje met ons te spelen. Het water wordt weer rustig en dan opeens…….een flinke bel van grijs naar donkerblauw naar felblauw, dat alles in een fractie van een seconde en daar gaat ie dan.

Ik kan er geen genoeg van krijgen. Doe mijn uiterste best om die schitterde blauwe bel op de foto te krijgen maar dat is niet eenvoudig. Vaak ben je te laat of te vroeg. Wat een fascinerend schouwspel die rokende, blubberende en kolkende aarde. De eerste spuit overvalt je en daarna sta je vol verwachting te wachten op de volgende.

De camping ligt meteen naast dit spannende terrein dus ‘s avond en de volgende morgen voor vertrek ook  nog even kijken. En als je kadootjes nodig hebt voor het thuisfront in winkel bij het visitor centre is van alles te koop. Prachtige wollen truien, geweven plaids, warme mutsen en meer.

Geysir – Reykjavik 15 juni 2 nachten

Wij gaan vroeg op pad naar Reykjavik maar niet zonder eerst nog een bezoek te brengen aan Pingvellir: het Nationale heiligdom van IJsland. Hier ligt de geologische grens tussen het Noord-Amerikaanse en Europese continentaal plat. De platen verzakken en drijven jaarlijks 2 centimeter uit elkaar. Ook historisch is dit een gewichtige plek. Op 17 juni 1944 werd hier de onafhankelijkheid getekend. Vanaf 930 kwam men hier al bij elkaar voor het bespreken van belangrijke zaken. Dat noemt met een Alþing.Het was druk op deze belangrijke plek, we zaten dan ook dicht bij 17 juni de Nationale Feestdag van IJsland. Veel bussen met waarschijnlijk dagtoeristen uit Reykjavik.

We hebben vandaag schitterend weer en ook de temperatuur is goed. Voor het eerst boven de tien graden. We kunnen deze middag in het zonnetje zitten. Reykjavik mag dan de hoofdstad zijn maar heeft nog een gemoedelijke sfeer. Hier woont 60% van de totale bevolking(tot:275.277). De wegen rondom de stad zijn ongelooflijk rustig. De stad heeft mooie modezaken, zeer aparte schoenenzaken, juweliers die prachtige sieraden van half edelstenen en lava  verkopen. In het oude gedeelte zie je nog de traditionele golfplaten huizen. En veel vogels in de vijver voor het Gemeentehuis. Gebouwen van een mooie strakke architectuur zoals de eerder genoemde kerk, het nog in aanbouw zijnde conferentieoord Harpa en het watergebouw op de heuvel. Op de omloop bij de cafetaria heb je een prachtig uitzicht over de stad en de kerk die overal boven uit steekt.

In het oude centrum kom je nog golfplatengebouwen tegen zoals dit restaurant.

Reykjavik – Fossatun 17  juni

Vrijdag 17 juni: Nationale Feestdag in IJsland. We merken er niet veel van. Hoogstens wat meer eilanders op de stadscamping, zij zullen een lang weekend vrij hebben. De route die we vandaag nemen  gaat langs de mooie Hvalfjord. Wij nemen niet de tunnel richting Akranes maar slaan rechtsaf voor weg 47.

Bestemming van vandaag is Fossatún maar we rijden door naar Reykholt voor de heetwaterbronnen Deildartunga.  Het water in deze bron is 100 graden , je kan er een eitje in koken wat dan ook werd gedaan in een sok of theedoek. Het warme water gaat via pijpleidingen naar Borgarnes en Akranes. Ondanks het hete water en de hete stoom was het hier ijskoud. Een straffe wind maakte het buiten zijn onplezierig.

Nog verder door ligt de bijzondere Hraunfossar, het water loopt eerst 46 kilometer onder het lava veld en komt er dan pas onder uit. Over een kilometer lengte zie je allemaal kleine watervallen. 3 stappen verderop ligt de Bjarnafoss. Aan deze waterval is weer een volksvertelling verbonden zoals op zoveel plekken in IJsland. Dit keer over twee verdronken jongens. Mooie kleurtjes in het gesteente langs deze waterval.

Op de weg terug naar Fossatún nemen we nog even een kijkje in Reykholt. Voor de IJslanders een belangrijke plaats omdat hier Snorri Struluson, een hier vermoorde politicus en schrijver, woonde. Voor ons minder interessant. Terug bij de camping in Fosssatún staat ons een heerlijke maaltijd te wachten. Terwijl het buiten drie graden is en het regent krijgen wij zalm op speciaal roggebrood vooraf en lamsbout met gebakken aardappelen en zoete uien opgediend. Na het ijs een prachtige film over IJsland. Je zou geen foto meer maken als je deze knap gemaakt beelden ziet. De eigenaar van de camping schrijft en verkoopt zijn volksvertelling boekje.

Fossartun – Arnastapi 18 juni

Je kan 2 verschillende wegen nemen richting Arnarstapi. Wij kiezen voor de lange brug naar Borgarnes. Het weer is prima vandaag, half bewolkt en dat is meer dan we mogen  hopen. Dat de wind koud blijft hebben we al mee leren leven.We doen hier onze boodschappen, verder zullen we vandaag niet veel tegenkomen. Verder omhoog tot de afslag naar weg 54 is de omgeving saai. Bij een kleine waterval bij een mooi huis ( Lundur, groen wit) zagen we nog een groepje harlekijn eenden.

Eenmaal op het schiereiland Snaefellsnes  nemen we weg 54 en  de natuur verandert al snel. Prachtige gekleurde bergwanden, het is weer volop genieten vandaag. We nemen de gravelweg (wat rammelt en kraakt die camper dan toch) naar Gerỗuberg voor een kijkje bij basaltformaties en rijden dan nog even door naar het kerkje, dat evenals alle andere kleine kerkjes die we zien, op een stil plekje ligt.

De boerderijen in IJsland zijn een apart verhaal. Meestal ligt er veel troep op het erf, oude verroeste spullen en je ziet er nooit iemand werken. Genoeg trekkers maar je ziet ze niet rijden op het  land. In een van de boeken over IJsland hebben we gelezen dat de boeren voor 80% gesubsidieerd worden.

Trouwens langs deze weg ligt ook een benzinepomp en Gradus kocht er een overheerlijke hotdog met uitjes en mosterd. Hij was er al snel achter dat ze die broodjes bijna bij alle benzine pompen verkopen. Het is niet bij 1 gebleven!

Bij de boerderij Ytri-Tunga loopt een weggetje naar het strand waar regelmatig zeehonden zijn te zien. Wij hadden pech. Het zal wel te hard waaien om lekker te liggen luieren op het strand. We zien wel veel vogels en natuurlijk ook de scholekster weer: de nationale vogel van IJsland. Op you tube vond ik dit filmpje van dat strand.

Hoe dichter bij Arnastapi hoe mooier de bergwanden.

De camping van Arnarstapi ligt op een super mooie plek. Je wandelt zo van de camping naar de vogelkliffen. Het stukje van de camping tot de haven is wonderschoon. Als we ‘s avond om half elf nog even naar de kust lopen worden we aangevallen door de noordse sternen die met honderden op de weg en het gras zitten. Je hebt echt een plu of een stok nodig die je hoog boven je hoofd houdt zodat dat voorwerp wordt aangevallen en niet je eigen hoofd.

Arnastapi – Stykkisholmur 19 juni

Zondag vervolgen we de route om dit schiereiland en we blijven ons verbazen. Een heldere dag vandaag, leuk om even een nieuwe foto te maken van het kerkje in Hellnar met de besneeuwde Sneafell op de achtergrond.

De weg loopt verder om de berg heen naar Olafsvik. Een kleine plaats met een prachtige moderne kerk. Kerkjes en kerken vind je in overvloed. Elk gehucht heeft zijn eigen kerkje maar deze is wel heel bijzonder. Binnen een prachtige lichtinval door de vele gebrandschilderde ramen. Verder is hier niet veel te beleven.

We maken weer even een uitstapje over een onverharde weg naar het gehucht Bjarnarhofn. Een  museum, een kerkje en 8 parochianen, de familie die dit kerkje in eigendom heeft. In het kerkje hangt een prachtig schilderij, ergens in 1600 geschonken door Nederlandse vissers. De vissers beloofden GOD bij heel slecht weer dat als zij het zouden overleven, zij een mooi schilderij zouden schenken aan het dichts bijzijnde kerkje. De bewoners denken graag dat het een schilderij van Rembrandt is, helaas is het werk niet gesigneerd. De familie onderhoudt dit kerkje goed. Het is ook leuk om even een kijkje te nemen in het volksmuseum en daar de aangeboden gerookte haai te proeven.

Al vroeg zijn we op de camping in Stykkisholmur  . Vandaag staat voor de middag  een boottocht, tussen de eilandjes die hier voor de kust liggen, op het programma.  We treffen het bijzonder met het weer. Een strakblauwe lucht waardoor de sneeuwwitte bergtoppen haarscherp te zien zijn.Weer mooie basalt formaties. En de lupine, je ziet hem overal in IJsland.

Veel vogels maar ik geloof nog steeds niet dat er ook echt een zee adelaar zat. Wel een kuifaalscholver.

Als verrassing werden de sleepnetten uitgegooid om vers zeefruit aan boord te halen. En als iemand genoot van de verse jacobsschelpen dat was het Gradus wel, mèt een glaasje witte wijn. Naast de camping ligt een golfbaan en ik had het geluk dat ik mee kon liften op hun internetverbinding. Vergeet ik nog te vertellen dat je op de camping een schitterend uitzicht had op de bergen.

Stykkisholmur – Laugarbakki 20 juni

Via de 56 weer terug naar Borgarnes waar een goede supermarkt zit en vandaar omhoog via de 1 door een verlaten lava landschap. Voor we naar de camping van Laugarbakki gaan rijden we de 72 op voor een bezoekje aan Hvammstangi. Helemaal boven in het dorp ligt een kerkje  bij de ingang van het natuurpark. Een prachtig gebied. 2 dames zijn de graven aan het verzorgen en zij laten ons de kerk even van binnen zien. Zij wijzen ons ook op een oude watermolen. De 72 gaat over in de gravelweg 711 die we helemaal rond rijden. Veel kilometers maar het leverde niet veel op, of het moet Hvirserkur zijn: een rots die je op veel promotiemateriaal over IJsland ziet.

We rijden hier in een streek met veel paardenboerderijen dus uitkijken met rijden. De paarden hebben veel ruimte en steken makkelijk over.

Het waait enorm en het is ijskoud die dag. Op de kleine camping staan we dicht bij elkaar op een grasveld. Van het lokale gemeenschapsgebouw  mogen we voor de avond de zaal gebruiken. Eigenlijk hebben we na aan komst op de camping nauwelijks contact met de groep. Je kan niet buiten zitten en iedereen zit in zijn eigen camper.

Laugarbakki – Akureyri 21 juni

Weer een prachtige zonnige dag vandaag maar heel erg koud!  Eerst even naar Blönduós. Een kleine vissersplaats. Het textielmuseum zoeken we en daar hebben we geen spijt van. Leuk klein museum met op het moment dat wij daar waren een mooie tentoonstelling van een IJslandse kunstenares. Geweven wandkleden, kleding en lingerie. Erg mooi.

Als je het plaatsje uitrijdt, de rondweg op, kan het niet anders en je ziet een mooie moderne kerk liggen. Daar moet je gewoon even heen om nader te bekijken. De kerk is ontworpen door een boer uit de omgeving en moet een vulkanische krater symboliseren. Ook hier weer die mooie lichtinval.

Na het kerkbezoek volgen we de 1 weer, nemen een kijkje bij Vídimỳrarkirkju en nemen dan bij Varmahliö de afslag naar weg 75, naar Glaumbær. Hier vind je het Skagafjondur volksmuseum: een mooi bewaarde turfboerderij en kerk.

We rijden via weg 76 verder en zien veel paarden boerderijen. Je ziet ze overal in IJsland maar dit gebied is toch wel de kern. Het wordt eentonig maar ook hier is het weer prachtig. Je ziet een hele duidelijke overgang tussen fjord en oceaan. In de fjord lichtblauw, oceaan donkerblauw.

Helderblauw in de fjord en donkerblauw van de oceaan. Via diverse tunnels (geopend in oktober 2010) komen we in het gezellig Olafsfjordur. Eindelijk een plaats waar wat leven is, waar meer bedrijvigheid is en zowaar terrasjes. Locatie van deze plaats is geweldig. Midden in het plaatsje is een camping, leuk plekje om te overnachten.

Ook Dalvik ligt mooi. Ik beleef deze route zonder meer als een hoogtepunt. We werden natuurlijk wel geholpen door het mooie weer. Koud, maar helder en zonnig dus je kon ver kijken. Na al het moois van vandaag valt de camping in Akureyri ons wat rauw op het dak. Een slecht verzorgde stadscamping en verkeerslawaai.

Akureyri 22 juni

Een rustdag in Akureyri. ‘s Morgens de camper een beetje opruimen en ‘s middags de plaats verkennen. Heb je niet veel tijd voor nodig maar het is mooi weer en in de luwte best lekker warm. Dus lopen we wat rond, bekijken de kerk en het mooie gebouw waar de touristen info zit en gaan dan lekker op een terrasje zitten. De schoolkinderen hebben kennelijk een soort laatste schooldag, van tijd tot tijd hoor je een brul en dan zie je een groep tieners naar de grond duiken. Er is een gezellige boekwinkel met een koffiebar en gratis wifi. De tijdschriften kan je aan je tafeltje even inkijken. Geweldig idee. Moesten ze  in Nederland ook maar eens doen.

Akureyki – Husavik 23 juni

Een korte rit vandaag, mooi tijd om nog even door de stad te lopen, wijn te kopen (veel te duur)  en even bij de bookshop langs. Maar goed dat we dat gedaan hebben, het is nog goed weer , richting Husavik wordt dat wel anders. Het is koud en het regent als we daar op de camping aankomen. Onderweg een stop bij de Godafoss.

Voor de avond staat een groepsactiviteit op het programma. We gaan whale  watchen. Tot het laatste moment aarzel ik om mee te gaan en dan besluit ik om 18.00 uur  om  het te doen. Ik moet eerlijk zeggen dat ik na tien minuten op de boot al spijt had als haren op mijn hoofd. Ik had zelf al een warme winterbroek en 4 laagjes trui aan en op de boot kregen we nog zo’n dik hansop pak. Dat pak was nat van binnen dus dat was ook niet alles. Het was gewoon zo vreselijk koud dat  ik er de lol niet van inzag. We hebben ook niet veel gezien. In de verte een paar “spuiten” Gradus zag een rug, ik een kop en wat dolfijnenvinnen. Het was slecht weer en veel wind, dus golven. Dit moet je met mooi weer doen!

De camping van Húsavik ligt mooi. Het plaatsje heeft bakkers, een supermarkt en een penismuseum (van zoogdieren).

Húsavik – Asbyrgi 24 , 25 juni

Gisteren laat naar bed, vandaag laat op. We hebben maar een korte rit voor de boeg. Eerst maar even boodschappen doen.  In Mánárbakki is een boerderij met een oud huis overgebracht per trailer van Húsavik. Het is nu een Volksmuseum met heel veel rommelmarktspullen. Zelfs een blik van Droste Cacao. De beheerder is erg enthousiast en wil wel van alles vertellen. Dat maakte een bezoek aan dat kleine museum toch erg leuk, vooral als het buiten pijpenstelen regent. Op het terrein heeft hij een replica van een turfhuis gebouwd. Wij mochten een stukje gerookt lam proeven, een specialiteit voor de Kerstdagen. Smaakte wel lekker.

Bij Tungalendin rijden we een smal landweggetje in. Aan de kust ligt veel drijfhout. Bij Lónsós is een mooi uitzichtspunt waar je een klein wandelingetje kan maken. Wel met muts en handschoenen. We rijden in Asbyrgi eerst langs de camping naar het einde van de kloof waar een klein meertje ligt. Een aardige wandeling van 1,5 km vanaf de parkeerplaats. Dan naar de camping om een beetje rust in te bouwen vandaag. Daar denken onze reisgenoten anders over. Twee buren hebben de was van 2 weken buiten hangen. De volgende dag zoeken we een mooi plekje op de camping zonder uitzicht op de was. Asbyrgi is een V-vormige kloof en de camping ligt daar binnen. Prachtige plek, mooi wandelgebied. De camping heeft uitstekend sanitair en 5 droogkasten voor je was. Wat een service!

En op dat nieuwe plekje kunnen we zowaar even in de zon onze koffie drinken terwijl de koperwieken vrolijk om ons heen wippen. ‘s Middag maken we een wandeling  op de V van de kloof. Er groeien hier allerlei bloeiende lage plantjes. Als totale leek heb ik geen idee welke maar ik vind het wel leuk om de plantjes te bekijken. Al met al een heerlijke rustige dag maar je hoort ook al wel onrust in de groep. 2 dagen hier en dan ook nog 2 dagen Myvatn. Men wil wel weer naar huis.

Asbyrgi – Reykjahliŏ ( Myvatn) 26 juni, 27 juni

Waar we gisteren geen zin in hadden wil Gradus vandaag toch wel graag doen: Hljóồaklettar. Weg F862, een smalle, 13 km lange gravelweg door een maanlandschap. Helemaal doorrijden tot voorbij de camping en daar parkeren. Mooie rotsformaties langs de rivier de Jökulsá. En het lukt me niet om daar een fatsoenlijke foto van te maken.

We komen weer langs Húsavik. Komt goed uit kunnen we hier weer boodschappen doen. Bijna elke supermarkt in IJsland is open op zondag. Het kerkje van Husavik ziet er met zon ook mooier uit. Wij kiezen 87 richting Myvatn. De weg ligt hoog en aan de rechterkant ligt de rivier met breed dal. Een gravelweg leidt ons naar Grenjadarstadour . Het oudste deel van deze woningen dateert van begin 1800. Er woonden 30 mensen. Boeren en de dominee van het naastgelegen kerkje. Het kost even wat moeite om er te komen. Je wordt dan wel heel vriendelijk ontvangen in het visitor centrum mét een kopje koffie en een mooie dia show. Leuk ook om binnen te  kijken. Mooi gerestaureerd.

Weer terug op de 87 komen we al snel weer op gravel uit en rijden we door een totaal eenzaam landschap. Als de maan er zo uit ziet waarom willen we er dan zo graag naar toe? Tegen de tijd dat we op camping Vogur in Reykjahlo aan komen is het al een uur of zes en het weer helaas compleet veranderd. Myvatn, dit gebied rondom een meer heeft veel te bieden, behalve mooi weer. Het is echt ontzettend koud: 5 graden en ijsregen. Er is geen lol aan! Maar ja, je komt hier niet zo gauw weer terug. Dan maar de dubbele winterbroek, een warmhoudhemdje, een shirt, een wollen trui, een gewatteerd jasje en een regenjack aan. Je valt hier van de ene verbazing in de andere. Allemaal lavavelden van een uitbarsting in 1957 en de grond, borrelt en bubbelt en stoomt. Eerst maar even naar het sofatarenveld Hverir. En dat is nu het fijne van een camper, we drinken eerst even binnen koffie tot de ergste bui voorbij is.

Het is een intrigerend gebied. Koud of niet, ik wil er alles van zien. De paden op de berghelling waar de zwavel ligt doe ik niet. Er zijn enkele plaatsen waar gierend en fluitend de stoom uit de grond komt. Dit zijn oude boorgaten die zijn afgedekt met een hoopjes stenen. De toeristen, die hier met grote busladingen vol aankomen, verdringen zich om gefotografeerd te worden met de stomende stenen.

Even verder aan de 1 is links de afslag naar de Krafla. De Krafla geothermisch kracht centrale is omstreden vanwege de bouw in een vulkanisch actief gebied. We nemen er een kijkje en het Visitor centre gunt ons een blik in een van de koeltorens. Verder omhoog rijden naar de Viti krater heeft vandaag geen zin, er hangt een dichte mist.  Dus maken we een tocht om het meer, staan een tijd bij een meer met veel eenden en gaan kijken bij de pseudokraters. ’s Avonds gezellig met zijn zessen eten in het prima restaurant dat bij de camping hoort en krom liggen van de  lach om Gradus die “mustard after dinner’ zegt tegen de bediening die vraagt of hij nog een aardappel wil als hij zijn eten al op heeft. Daarna een borrel drinken met de hele groep. De volgende dag is het weer nog niet veel beter. We doen ‘s morgens rustig aan en als het wat opklaart rijden we voor de tweede keer richting Krafla. We hebben ietsje meer geluk bij het Viti meer.

De mist klaart even op. De wandeling rondom de krater durven we niet aan en even later zit het ook weer potdicht. Ook het pad bij het iets lager gelegen solfatarenveld dat voert naar de Leirhnjúkur lopen we niet helemaal af. Ons reisboek vertelde dat het hier met goed weer zo mooi is dat je voor de 2 uur durende wandeling eigenlijk de hele middag moet uit trekken.

Ons plan voor het rest van de middag was eigenlijk naar het bad te gaan. Een kleinere en goedkopere Blue Lagoon. Maar het liep anders, we reden nog naar Höfdi en zijn daar lang gebleven. Een leuke wandeling op een klein schiereiland met steeds weer ander zicht op het meer. Met als hoogtepunt voor ons: de IJsduiker wat een schitterende vogel.

‘s Avonds hebben we met de hele groep nog een wandeling gemaakt. En zo hebben we ondanks het zeer slechte weer 2 fantastische dagen gehad in dit gebied.

Seydisfjordur 29 juni

De laatste dag in IJsland. We rijden naar de haven en overnachten op een camping zeer dicht bij de haven omdat we de volgende dag om 7 uur in de rij moeten staan. Het is bijna niet te bevatten maar we rijden vandaag zeker 100 km door een gebied waar geen huis, schuur, schuilhokje of ook maar iets staat. Fascinerend.

Omdat Seydisfjordur op zeeniveau ligt zien we het van verre al liggen. De plaats wordt omringd door bergen en het schijnt dat de mensen die hier wonen ‘s winters de zon gedurenden twee maanden niet te zien krijgen.

De NKC rondreis is een prachtige reis waar we enorm van hebben genoten. Ik kan allerlei superlatieven bedenken maar dan zou ik het nog niet goed omschreven hebben. Ondanks de kou, de IJslanders zelf vonden het ook koud voor de tijd van het jaar, hebben we veel kunnen doen. We hebben het getroffen met de droge zonnige dagen die in de meerderheid waren. Het toerboek zat uitstekend in elkaar en alle activiteiten en maaltijden waren prima geregeld. De toerleiders weten waar ze over praten, ze zijn al tien keer in IJsland geweest. Joop en Gepke bedankt!

Meer foto’s van onze ijslandreis : klik hier

Denemarken

Wij zijn in 5 dagen naar het verzamelpunt in Denemarken gereden. Een kort verslag: Schleswig in Noord-Duitsland is de eerste tussenstop op weg naar Hirtshalls waar we de boot naar IJsland zullen nemen. Een goede keuze. De plaatsen in de haven zijn wat krap maar je staat naast een prachtig aangelegd recreatie terrein en het plaatsje is erg mooi.

We hebben 4 dagen om in Denemarken wat rond te kijken en toeren de volgende dag gewoon wat rond. Overnachting in Westerholz. Prima camperplek naast een camping maar 700 meter verder door rijden en je staat op Langballigau direct aan zee. Met de stevige wind stonden we wel lekker beschut in Westerholz en konden we buiten eten. Via Flensburg (lijkt een prachtige stad als je er langs rijdt) gaan we naar Tonder (DK) De plaats staat bekend om zijn puntdaken. Verder naar Logumkloster waar de mooiste bakstenen kerk van Europa te bewonderen is. We overnachten op de zeer luxe camping Ribe, even buiten de gelijkgenoemde plaats. Je krijgt hier kaartjes voor de badkamers, ja echt badkamers, maar de receptie kan dan wel precies zien hoe vaak je gaat douchen en je moet per keer afrekenen. Het centrum van Ribe bekijken we de volgende dag. De domkerk heeft schitterende mozaïeken achter het altaar. Gemaakt door het echtpaar Pedersen die tot de Cobra groep behoorden. We rijden verder via de kustweg en lunchen aan de voet van de Blabjerg, een 64 meter hoog stuifduin. Overigen we volgen hier route 8 van de “Margriet”route. Bij Skive blijkt de door ons gekozen camping vol. Het zal ook niet. We hadden het kunnen weten op de dag voor Hemelvaart hebben we zo vaak “vol”te horen gekregen. Maar de receptie belt naar een andere camping en zo komen we terecht op “”Junget Strand”, een prima camping aan een doodlopende weg tot de zee. Lekker stil! Op Hemelvaartsdag rijden we terug via Skive naar de andere kant van het Virksundfjord naar Logstor waar we in Aggersborg de schamele resten van een ringburcht bekijken. De kerk in het midden is helemaal gerestaureerd, tussen de lampen hangt een zeilschip. Vlak voor Nibe bezoeken we de Salling Kirke in Skap Salling. Deze dorpskerk komt over als een kleine dom en is gebouwd rond 1150. Door naar Nibe waar de kerk gesloten is en dan even door trekken naar camping Blokhus waar we weer in de zon kunnen eten. De volgende dag melden we ons op de verzamelcamping voor de IJsland reis.

Geplaatst in 2011 IJsland. Reageren uitgeschakeld

2010 frankrijk najaar

Een camperrondreis door de zuidelijke Aveyron, de Haute Langedoc, Ardeche en Haute Loire

We hadden het leuk uitgedokterd: op Zaterdagavond 25  september 2010 op pad en overnachten in het vertrouwde Nordhorn en dan gebruik maken van de zondagochtendrust om een flink eind te kunnen rijden en vroeg aan te komen op de camperplaats van Lac du Der de Chantecoq in Giffaumont zodat we daar nog een leuke fietstocht konden maken. De reis verliep uitstekend, we waren er mooi op tijd maar het regende pijpestelen. Niks fietsen dus. Ook de volgende dag de hele dag regen. We schieten totaal niet op vandaag. De route is niet boeiend en kost veel tijd. We overnachten 80 km boven Clermont Ferrand op camping Deneuvre in Chatel-de-Neuvre. Prima voor een nacht maar om de camping heen is weinig te doen. Je zal op de rivier wel kunnen kanoeen of zo maar  een klein wandelingetje zit er niet in. Ons plan om de omgeving van Clermont te ontdekken laten we vanwege het slechte weer vervallen en we rijden de volgende dag door naar Millau waar we om 4 uur ‘s middags in een lekker zonnetje zitten. De camperplaats, waar toch aardig wat campers kunnen staan, is om zes uur helemaal vol. De camperplaats ligt dicht bij het centrum zodat we de volgende morgen gezellig op de markt onze boodschappen kunnen doen.

Natuurlijk rijden we ook even naar de spectaculaire brug van Millau. Het is inderdaad een indrukwekkend bouwwerk. Onder  de brug is een bezoekerscentrum met info over de brug.

Vervolgens beginnen we aan een rondtour door de zuidelijke Aveyron. We rijden eerst naar Roquefort-s-Soulzon, het hart van de productie van de gelijknamige kaas. Wist u dat de schimmel van deze kaas vroeger op brood gekweekt werd. Diverse fabrieken geven een rondleiding. Voor het toeristeninfo is een camperplaats met een mooi uitzicht. Sanizuil aanwezig. Buiten de kaas heeft het dorpje weinig te bieden. We rijden verder naar St Afrique en vervolgens de D25 naar St Izaire en Brousse le Chateau. Een aardige rustige omgeving.

We overnachten in Coupiac op een opmerkelijke camperplaats. Mooi aangelegd veld met boompjes achter een benzinepomp en naast een fabriek. De fabriek heeft grote ventilatoren maar daar wen je snel aan. Leuk uitzicht op het kasteel van Coupiac. We vervolgen via de D33 naar Praisance en Pousthomy waar we de menhirs bekijken. De originelen staan in een museum en de replica’s op de oorspronkelijke vindplekken. We kijken ook even rond in St Sernin s-Rance.  St Sernin is vanaf de rivier omhoog gebouwd. Geen gezelllige plaats. Veel leegstand. We lunchen op de leuke camperplek van Belmont s-Rance. Een verzorgde plek met een aardige tuin en bankjes. Via Lacaune en La Salvetat komen we bij Fraisse s-Agout. Het is zeker 9 jaar geleden dat we hier op een camping hebben gestaan met de caravan en een wandeling maakten naar dit leuke plaatsje. We zagen toen de camperplaats en zeiden tegen elkaar: als we ooit een camper hebben dan komen we hier terug. De plek stelt ons niet teleur, ligt leuk aan het riviertje de Agout. Allen jammer dat een egoïstische fransman gewoon met zijn camper de barriere negeert en tussen ons en de rivier gaat staan. De beheerder die het geld ophaalt durft er niets van te zeggen.

In de omgeving van dit dorp kan je goed wandelen. We blijven hier 2 nachten. Zaterdag 2 oktober trekken we weer verder. Eerst  naar het Lac de Vesole voor een wandeling rond dit stuwmeer, dan naar Olarques. Het is uitgestorven in dit mooie dorpje. We rijden door een beboste streek en met dit sombere weer een beetje saai. Nog geen herfstkleuren.

Sommige zaken al gesloten tot voorjaar 2011. Dat maakt zo’n plaatsje ook niet erg leefbaar. Via Bedarieux rijden we naar de cp van Lunas voor een overnachting. We worden wakker met regen maar maken toch eerst een wandelingetje voor we verder rijden. In dit geval maar goed ook: Lunas is een prachtig plaatsje om door te lopen en ziet er vanonder de paraplu ook erg mooi uit.

De abdij van Sylvanes wordt aangeprezen in de reisboeken dus daar maar even een kijkje nemen. Valt heel erg tegen. Byzonder dat het gelukt is deze abdij weer op te bouwen maar verder niet spectaculair.

Het regent nog steeds en we besluiten richting kust te rijden. We willen overnachten op de camperplaats bij het Lac de Salagou.  De camperplaats is klein en met 5 campers vol zodat we moeten uitwijken naar de camping met zeer verouderd sanitair. De temperatuur is redelijk maar het blijft regen en harde wind.
Maandag wandelen we door Sete.

Een levendige plaats met brede kanalen. De camperplaats hier is in mijn ogen totaal ongeschikt. Een parkeerplaats lang een zeer drukke weg. De parkeerplek langs het kanaal wordt bezet door permanente caravans. We kiezen voor een camperplaats in Agde: les Peupliers en zowaar hier is ook wifi. De camperplaats ligt voor een paardenbedrijf en een camping. Niets bijzonders, je staat op gravel. Het  lukt weer om buiten te zitten, het blijft wisselvallig. Dreigende luchten. Dinsdag fietsen  we langs de rivier de Heraut naar Agde en aan de andere kant van de rivier van Agde naar le Grau d’Agde (na 1 oktober mag je hier op de parkeerplaats direct aan het strand staan) . Als je in Agde niet de  brug naar het centrum neemt maar door fietst langs de Herault kom je bij de enige ronde sluis ter wereld.

Een aansluiting op het kanaal de midi. De sluis kan van drie kanten benadert worden. Terug naar de camperplaats fietsen we nog even naar la Tamarissiere.
Woensdag 6 oktober via Marseillan naar de Abbye de Valinghe. De abdij kan je alleen bezoeken inclusief een wijnproeverij en daar hebben we geen zin in.

Het zit tegen vandaag. We proberen een parkeerplaats te vinden in Pezenas maar het lukt totaal  niet. Ik rijd argeloos een parkeerplaats op maar daar blijkt iedereen dubbel geparkeerd te hebben en ik kom er met geen mogelijkheid door. Sta helemaal klem en raak in paniek. Maar gauw weg achter het stuur  en de moeilijke situatie door Gradus laten oplossen. Op naar Villeneuve les Beziers naar de camperplaats aan het kanaal. Aan de linkerkant(richting zee) kunnen na de camping ongeveer 6 campers parkeren. Er staat een bord vanaf waar je mag parkeren. In het kanaal liggen veel woonboten en zo te zien ook boten van mensen die waarschijnlijk nergens anders meer terecht konden. Villeneuve is een levendige plaats.

IMG_1170

We fietsen langs het kanaal tot aan Beziers en komen verschillende sluizen tegen. Op een moment worden we opgeschrikt door een explosie op een van de boten. Wij zijn maar door gefietst. Je weet maar nooit. In een van de sluizen ook groot spectakel. Een van de boten in de sluis had het touw niet los toen het water in de sluis ging zakken. De voorplecht bleef hoog hangen en dat gaf veel kabaal. Kastjes vlogen open en het serviesgoed vloog door de boot. Al  met al een leuk fietstochtje. Achteraf bleek dat we nog verder iets voorbij Beziers hadden moeten fietsen voor de 9 sluizen (neuf ecluses). Die hebben we de volgende dag met de camper bezocht.  In het totaal moet hier met behulp van de 9 sluizen 1315 meter hoogte overwonnen worden.

IMG_1178

Daarna bezoeken we de abdij Sainte-Marie de  Fontfroide (koude bron). Helaas kan je deze abdij alleen met een gids bezoeken. Het compex is zeker een bezoek waard. De gids spreekt alleen frans en je krijgt een electronische nederlandse gids mee. De abdij werd vroeger draaiende gehouden met behulp van lekenbroeders.

IMG_1247
het lekenbroederstraatje naar de kerk

Maar ook deze mannen mochten het terrein niet af en moesten op zondag naar de kerk. We overnachten bij een France Passion adres in Bizanet: Domaine Gaussan-Kozine.

Vrijdag ( weer regen) willen we naar Narbonne en rijden maar meteen naar de camperplaats want vandaar kan je met de bus naar Narbonne. Het is een nieuwe goed verzorgde plek maar je kan er niet parkeren. Sta je langer dan een uur dan betaal je voor 24 uur. Narbonne is een mooie gezellige stad waar we een paar uurtjes rond lopen.Het  is inmiddels droog en er komt zelfs een zonnetje bij. We kunnen dus lekker buiten op een bankje ons gekochte overheerlijke broodje opeten. Narbonne heeft een prachtige kathedraal.

IMG_4808

Alleen die ondergrondse graanopslag bekijken had voor mij niet gehoeven. Akelige donkere gangen en dan hebben ze ook nog onmogelijke muziek. Eng! Terug op de camperplaats besluiten we niet te blijven. Veel te veel last van verkeers lawaai en dus rijden we naar Narbonne plage een plek direct aan zee. Veel wind maar wel een lekker zonnetje.
De volgende dag weer dreigende zwarte luchten maar aan de kust nog een beetje zon. Weten niet goed wat we moeten doen. Veel wind, wel fietsen niet fietsen. Uiteindelijk toch maar op de fiets naar Gruisson. Best een leuk plaatsje en zeker een leuke markt waar we de boodschappen hebben gedaan. We hebben stroom nodig en rijden naar de dichtstbijzijnde camping: La Nautique. Ongezellige plekken tussen hoge hagen en iedere plek zijn eigen toilet en doucheruimte. Inmiddels hoost het en de hele nacht door komt het met bakken uit de hemel. De bewoners van de caravan naast ons kan de volgende dag alleen met laarzen zijn deur uit. Zondag de hele dag regen en we hebben niets anders te doen dan maar vast een stuk in de richting van de Ardeche te rijden waar we nog naar toe willen. We overnachten op de camperplaats in le Grau du Roi . Tussen de buien door kunnen we een kleine wandeling maken.

IMG_4818

Maandagochtend nog steeds regen en we besluiten maar richting  huis te rijden. Zijn die regen meer dan zat (elke avond horen we op het weerbericht dat het weer in Nederland zo mooi is). We rijden binnendoor richting Montpellier. Bij een MacDonald lukt het zowaar een wifi verbinding te krijgen. Volgens weer online moet het morgen beter weer worden in Frankrijk. De plannen weer gewijzigd en zo dicht mogelijk  naar de Gorges de Ardeche gereden en overnacht bij Domaine la Favette. 5 euro inclusief een flesje zoete likeurwijn. En ze verkopen er heerlijk fruit. De pruimen zijn erg lekker. Na het avondeten wandelen we met droog weer door de wijngaarden van La Favette naar het dorp St. Just. Leuk plaatsje.
Dinsdag. De zon!! Dat was leuk wakker worden. Weer een mooie blauwe lucht! Prachtig weer om de D209  te rijden en steeds weer bij mooie uitzichtspunten de camper parkeren en eruit. Eerst de brug over naar Aigueze. Gelegen op een klif boven de Ardeche. Wat een prachtig plaatsje!

En dan weer terug naar de D209. We doen er de hele dag over en proberen natuurlijk een zo mooi mogelijke foto te maken van de bekende boog over de rivier de Ardeche.

We  overnachten op de camperplaats  van Vallon Pont d’Arc. Leeg als we erop rijden maar een uurtje later staan er tien campers. De cp ligt 500 meter van het centrum op een rustige plek.
Woensdag langs Joyeuse,


Joyeuse

Balazuc en Vogue naar Aubenas. Omdat in de beschrijving van de camperplaats van Aubenas staat dat de cp achter de Marie ligt denken we dicht bij het centrum uit te komen. Maar de camperplaats ligt in Aubenas le Pont en nergens staat dat je hier mag overnachten. Dan wil ik er ook niet blijven. Er staan ook geen andere campers. France Passion brengt uitkomst we verblijven bij Propriete Casimir Gascon in Rochecolombe.
Donderdag binnendoor van Aubenas richting Puy le Dome. Vanuit Aubenas nemen we de N103 maar verlaten die al snel bij  Meyras voor de D 536. Een mooie weg en hier zie je goed dat je in het hart bent van het gebied van de tamme kastanje. Langs de weg alleen tamme kastanje bomen.  Gelijdelijk aan verandert de natuur , we komen steeds hoger bij de Suc de Bauzon (1471) en zien meer naaldbomen en beukenbomen. We stoppen in St Eulalie een dorp waar ‘s winters veel wordt gelanglauft.

De Loire ontspringt even boven deze plaats en we rijden langs en over de hier nog kleine rivier.

We nemen de D122 naar Lac -d’Issarles waar we een wandeling maken om het vulkaanmeer en ook overnachten op de mooie camperplaats. Hier is zelfs een douche!
Weer zware bewolking de volgende dag. De rit maakt veel goed. De natuur is hier prachtig. We volgen de Loire  en rijden de D37  die hoog boven de Loire loopt. Even voorbij Salettes kruisen we de Loire rijdend op de D500 . Ongelooflijk dat deze stroom uit zal groeien naar zo’n machtige rivier. En na een bocht in de rivier ligt daar plotseling het Chateau d’ Arlempdes. Een prachtige plek.


Het kasteel staat bovenop een vulkanische bergtop op 80 m hoogte. De muren gaan over in de grillige vormen van de rots. Niet te vergelijken met de machtige kastelen voorbij Orleans maar het plekje is werkelijk magnifiek.Als je het dorpje even voorbij rijdt  ligt er links een mooie picnic plaats met uitzicht op dorp en kasteel.

In Brignon staat een  mooi voorbeeld van de kerken met de open klokkentorens die je in dit gebied veel ziet. De St. Martin kerk.

We overnachten in Vorey op een camperplaats aan de Arazon. Een prima plekje maar op deze tijd wel een beetje eenzaam. De naastgelegen camping is dicht.

Op Zaterdagmorgen doen we eerst wat boodschappen in Vorey, niet veel te krijgen. Slager is dicht in het naseizoen en de groenteboer is ook niet denderd. Bij Retournac krijgen we opeen een brede Loire te zien, een klein voorpoefje. Hoe het komt weet ik niet maar de rivier komt hier smal  binnen en verlaat het stadje ook weer als een snelle smalle rivier. Het is heel leuk om de Loire van zijn oorsprong te volgen. De natuur is heel wisselend.

In Beauzac staat een heel sfeervol kerkje uit de 12e eeuw. Even binnenwippen!

En hier is ook een slager. Hebben we dat ook weer geregeld. De weg vervolgt hoog boven de loire en even voor Aureac liggen een paar mooie pic-nic plaatsen met uitzicht op de Loie en sommige ook op Aureac. We maken even een omweggetje om te overnachten op de mooie camperplaats van St Victor sur Loire. De plaatsen lliggen aan het Base Nautique, 4 km voorbij St. Victor. ‘s Zomer ongetwijfeld erg druk maar nu rustig. Parking met een apart gedeelte voor tien campers.

Zondagmorgen: het heeft weer de hele nacht geregend en ook nu veel wind en regen. We geven de moed op. We hadden graag de Loire nog verder gevolgd maar het is nu al te lang koud geweest. Baumes les Dames ,ligt op een redelijke afstand voor vandaag. Altijd een leuke plek voor een tussenstop op weg naar huis. Je kan er leuk wandelen en fietsen. Trouwens er wordt druk gebruik gemaakt van die camperplaats en daarom is hij nogal eens vol. Even een stukje doorrijden en je staat op een gemeentecamping voor tien euro.

Helaas nog nooit eerder naar huis gegaan. In oktober hebben we altijd prachtig weer. Dit keer een keertje pech.

Onze volgende reis: je gelooft het niet of we koud leuk vinden: IJsland!

Geplaatst in 2010 najaar frankrijk. Reageren uitgeschakeld

2010 peleponnesos

Een rondreis van 5 weken door Griekenland werd een rondreis van 2,5 week door de Peleponnesos

Vrijdag 26 maart

13.00 uur kan de reis beginnen. Het regent pijpenstelen en we zijn wel toe aan een beetje zon. Helaas stuiten we op de tweebaansweg naar Bielefeld op een gigantische file, denken we bij de oprit naar de snelweg richting Paderborn van ons leed verlost te zijn blijkt de oprit afgesloten en krijgen we opnieuw een uur file naar de volgende oprit. Slechts 350 km maar 7 uur verder stoppen we op de camperplek van Seepark in Kirchheim (10 euro als je van geen enkele voorziening gebruik maakt). Volgende dag besluiten we, vanwege het slechte weer, niet de mooie route over de Reschenpas te rijden maar door te stomen via de snelweg en overnachten in Natters op de prachtig gelegen camping bij de Natters See (bij Innsbruck Acsi). De volgende dag toch nog weer vier uur rijden en dan gaat het gebeuren: om half drie zitten we even onder Laszise op camping Belvedere, met uitzicht over het Gardameer, lekker buiten in het zonnetje te lunchen. Dit is genieten. Een wandeling van de camping langs het meer naar Lazise haalt de lange zit uit onze botten. De maandag brengen we nog door op deze camping. Even bijkomen! Helaas niet bijkomen. Gradus moet naar de tandarts en we kunnen dinsdag ook nog niet verder.

Woensdag 31 maart

Een derde en laatste bezoek aan de tandarts en dan kunnen we eindelijk verder. Moet ook wel want morgen gaat de boot naar Griekenland. Om een uur of twee kunnen we weg met de goedkeuring van de tandarts. We overnachten in Riccione, de campings in de buurt van Ancona zijn allemaal nog gesloten. We weten ook zo snel geen geschikte camperplaats. Als je dan denkt dat we de volgende morgen rustig naar de boot kunnen rijden: vergeet het maar. De
ruitenwissers zijn stuk en we moeten op zoek naar een Renault garage. Al met alkost dat zoveel tijd dat we geen boodschappen meer kunnen doen en we bij de boot aangekomen meteen door kunnen rijden, het buitendek op. We hadden ook  niet een minuut  later moeten zijn. Camping on board is een beleving apart. Heerlijk om niet rond te hoeven hangen in de (rokerige) ruimtes die het schip te bieden heeft. We zitten lekker in eigen camper en gaan af en toe naar het buitendek. Slapen gaat goed maar ik ben erg vroeg wakker vanwege de aankomst in Igoumenitsa. Dat geeft zo veel lawaai dat ik klaar wakker ben en veel te nieuwsgierig om in mijn bed te blijven. We varen met Superfast Ferries, die om half vijf in Igoumenitsa aankomt. De aankomst in Patras valt tegen. Zwaar bewolkt en we hebben geen mooi uitzicht vanaf de boot op de kustlijn. Maar alles wordt even later op de camping weer goed gemaakt. We zetten het tafeltje voor de lunch buiten en zien een blauw plekje aan de lucht.

Binnen tien minuten is de lucht  schoon en hebben we lekker weer met een strakblauwe lucht. Camping Kato Alysos is een kleine camping in een olijvenboomgaard met gratis wifi en matig sanitair. Geeft een beetje een opgesloten gevoel. Heerlijk rustig en de vogels zingen het hoogste lied. Voor een eerste nacht prima.

Zaterdag 3 april

Omdat we in Italie geen boodschappen hebben kunnen doen besluiten we nog een dagje op Kato Alysos te blijven en rijden we terug naar Patras om bij de Carefour boodschappen te doen. De snelweg richting Athene nemen en er af gaan bij uitrit nummer 3. Hier vind je een Aldi, Lidl en Carefour.

Zondag 4 april Pasen

Op Paaszondag een heerlijk ontbijt met matzers, paasbrood en eitjes en natuurlijk buiten in de zon. De eigenaar van de camping was met zijn familie al druk bezig met de voorbereidingen van het Paas eten. Twee lammetjes met

kop en al werden ‘s morgens om 8 uur al aan het spit geregen. Onder de lammetjes nog twee enorme spiezen met vlees en paprika’s. De avond daarvoor zijn we in de buurt wezen fietsen en overal zagen we de mensen de buitengrill in orde maken. Kwamen door een heel leuk dorpje : ALykes. Eerste Paasdag is echt een groot familiefeest in Griekenland. Wij reden op paaszondag naar Kalogria. Neem de mooie weg die zo dicht mogelijk langs de kust loopt. Vandaar stonden we op de eerste strandopgang. De camper neergezet op een prachtig plekje aan zee met een mooi zandstrand en daar de dag doorgebracht.

Lange strandwandeling gemaakt. ‘s Avonds bleef het helaas onrustig op de plek waar we stonden. Jonge mensen reden af en aan en maakten herrie rondom onze camper. Het was immers feest! Om half tien zijn we weg gereden naar een parkeerplaats in midden Kalogria en daar was het heerlijk rustig. Prima geslapen. Kalogria heeft drie strand opgangen. De middelste heeft een groot parkeerterrein waar met Pasen een stuk of 8 campers stonden. Je kan
hier ook een mooie wandeling maken in het moeras waar je door moet rijden om bij de parkeerplaats te komen. Later hoorden we dat het gebruikelijk is dat de campingbaas met Pasen zijn gasten uitnodigt voor de paaslunch met het gegrilde lam en er zijn campings die grandioos uitpakken.

Maandag 5 april

Maandag wilden we het enige kasteel van de Peleponnesus bezichtigen. Kasteel Chlemoutsi in het dorp Kastro is ooit hersteld met veel subsidie van het Europees Fonds. Maar wij hebben er niet van kunnen genieten. Het was nog
gesloten en het pad rondom het kasteel is zwaar verwaarloosd. We rijden verder  langs de kust naar Loutra Killinis.
Ongetwijfeld heeft deze plaats hoogtijdagen gekend met zijn Romeinse zwavelhoudende baden. Nu is het vergane glorie. Mede door de grote eucalyptisbomen geeft de plaats een rare indruk. We overnachten op camping Aginara Beach naast het luxe Ionion Beach

Dinsdag 6 april

Het oude Olympia is ons doel voor vandaag. Het is druk bij Olympia. Busladingen schoolkinderen en toeristen. Toch indrukwekkend om hier te staan en te weten dat hier zo lang gelden 1000 jaar achter elkaar Spelen werden
gehouden. Vanwege het regenachtige weer nemen we eerst een kijkje in het museum. Hier leer ik voor het eerst dat “NIKE” de godin van de overwinning is. Daar zal het sportmerk dus ook wel zijn naam aan hebben ontleend. Verder het mooie beeld van Hermes en de zo goed als mogelijk herstelde terracotta afbeeldingen. En heel veel vondsten natuurlijk.

Voor Ancient Olympia Moet je echt even de tijd nemen.

We overnachten op camping Alfios in Olympia, de camping ligt mooi en tot ons plezier blijken we een internet verbinding te hebben van het naastgelegen Best Western Hotel. (moet je boven bij de ingang blijven staan).

Woensdag 7 april

Na Olympia wilden we de bergtocht doen via Langadia naar Dimitsana naar de Lousioskloof. Maar op de camping spreken we meerdere die deze rit hebben gereden en zij hebben het als behoorlijk stressend ervaren. Brede campers hebben toch moeite om door de dorpjes te komen. Wij hebben geen zin in schade en besluiten de rit te maken tot het mooie dorp Langadia en dan weer terug te rijden. Een mooie rit waar we van hebben genoten en terug rijden is totaal geen probleem want de vergezichten zijn weer heel anders. Ook hier zien we overal langs de weg kleine herdenkingstekens en heel veel kleine kapellen. We overnachten op de camping in Kyparissia een mooie camping aan zee.

Donderdag 8 april

Na een dag in de bergen en dus een dag veel rijden relaxen we een dagje aan zee en maken de camper schoon, draaien een was en lopen door Kyparissia.

Vrijdag 9 april

We willen toch nog wat meer van het binnenland zien en dus rijden we terug naar Tholo en nemen daar de weg naar Vasses waar we een kijkje nemen bij de tempel van Bassea ofwel Apollo Epicurius. Deze Griekse tempel staat helaas onder een enorm zeildoek midden in een verlaten landschap. Het waait er hard en ondanks de stralende zon is het er erg guur. De zeildoeken klapperen hard tegen de stalen peilers en dat geeft het geheel maar een naargeestige sfeer.

De tempel zou omstreeks 420 voor Christus gebouwd zijn. Je dat realiserend is het toch echt wel een plek om te bezoeken. Trouwens toen we er aan kwamen leek het complex gesloten. Italianen die gelijk met ons aankwamen gingen teleurgesteld weer terug. Wij zijn toch even naar boven gelopen en bij de tent bleek een kaartjesverkoper te zitten. Ik schrok zelfs toen het luikje onverwacht open ging. Dan verder naar Andritsena.

Weer een mooi bergdorp, hier hebben we lekker gelunchd bij een cafetaria (uithangbordje met een blauwe Griekse naam en daaronder cafetaria) We kiezen voor dit restaurantje omdat hier gasten zaten en al die grote restaurants met terrassen waren uitgestorven. Natuurlijk hadden we geen idee wat we moesten bestellen dus wezen we maar wat aan wat op de borden van de andere eters lag. O.a. een omelet met lange groene slierten wat wilde asperges bleken te zijn. Een varkenspies en een Griekse salade erbij. Heerlijk! De camper hebben we geparkeerd voorbij Hotel Theoxenia ( de weg volgen richting Karitena) waar een ruime parkeerstrook aan de linkerkant van de weg ligt. Na Megolopoli is het niet meer zo mooi en zie je o.a. grote bruinkoolcentrales. We gaan niet terug naar de camping in Kiparissia omdat we daar ‘s morgens drie kwartier hebben moeten bakkeleien met wegwerkers die ons niet door wilden laten. Dus tanden op elkaar en door rijden naar Gialova waar we overnachten op camping Navarino Beach. Er staan hooguit 5 campers op een terrein waar er veel meer kunnen staan. We nemen gewoon een straatje van 8 plekken in beslag en zetten onze stoeltjes op het strand en dineren bij de ondergaande zon. Mooier kan toch niet.

Tot hier vonden wij de natuur lang de  kust nog niet zo geweldig. De olijfboomgaarden domineren het uitzicht.

Zaterdag 10 april

Eerst naar de supermarkt die je in Pilos kan vinden. In het dorp volg je de weg naar Methoni om het vierkante plein heen en al snel zie je links de supermarkt. We rijden weer terug naar het centrum en parkeren de camper op een grote parkeerplaats aan zee. Ruimte genoeg maar ja het is ook april en het seizoen is nog lang niet begonnen. Pilos is een een gezellige plaats om door te lopen. In de haven was een hele opstoot van mensen. Er was een auto met man, vrouw en 2 kinderen het water in gereden. Iedereen gered! Vanaf de parkeerplaats zie je het Turkse Fort van Pilos liggen en dus dachten we vandaar  naar boven te lopen. Een misrekening. We  kwamen niet verder dan de muur. Later hebben we de ingang wel gevonden, zelfde weg nemen als voor de supermarkt en nu rechts een inrit nemen waar een grote spiegel hangt. Er staat geen verwijzingbordje dus goed opletten  want je rijdt er zo langs. ‘s Middag gingen we op zoek naar het Voidokilia strand. We rijden naar Petrochori maar kunnen de toegang tot dit Bounty strand niet vinden. Dus rijden we weer terug naar Gialova waar we vlak voor het dorp de weg  inslaan naar camping Erodios . De camping rijd je voorbij en dan kom je bij het natuurgebied van de Lagune van Jalova. Je mag er gewoon met de camper inrijden. Of dat nou zo goed is?? Links van de weg allemaal parkeer mogelijkheden met privestrandjes. Wij rijden de weg (dirt road) helemaal af tot waar een voetpad loopt linksom omhoog naar de ruine van Navariono Kasteel.

Vanaf hier zou je weer naar beneden moeten kunnen lopen maar dat pad is niet te vinden, er zit niets anders op om hetzelfde pad terug te nemen. We overnachten weer op Navarino Beach. Het bevalt ons wel dineren bij de ondergaande zon zittend op het zandstrand. ‘s Avonds lopen we langs het strand nog even naar het dorpje Gialova dat voor 80% bestaat uit horecagelegenheden.

Zondag 11 april

Vandaag pakken we het anders aan. We rijden weer naar het natuurgebied de moerassen van Jalova en parkeren de camper en nemen dan links bij het eerste informatiebord het fietspad. Met behulp van omwonenden vinden we (halverwege weer een stukje op de drukke doorgaande weg fietsen) het fietspad naar Voidokilia. Prachtig is het hier! Jammer dan wij weinig meekrijgen van de vele vogelsoorten die hier volgens het reisboek moeten leven. Ook de zeeschildpadden krijgen we niet te zien. We overnachten weer op Navarino beach voor 18 euro inclusief stroom en prima sanitair.

Maandag 12 april

Van Pilos  rijden we naar Methoni. Maar eerst brengen we nog een bezoek aan Neo Kastro het Turkse fort van Pilos met in het midden de Metamorfosiskerk ( in 1829 was het een Moskee). Het uitzicht over de mooie baai van Pilos is hier overweldigend.

In Methoni rijden we meteen door naar de vesting. Dagelijks
geopend van 8 tot 15.00 uur. Gratis toegang. Beslist een bezoek waard. De verrassing zit helemaal achter in de hoek waar aan het einde van een rots top een brug verbinding maakt met de nog mooi intact zijnde Bourdzi-toren. Het leukste onderdeel van deze Byzantijnse vesting uit 1125. Wij zagen een bus vol franse toeristen die bleven hangen op het middenveld en niet de moeite namen om helemaal achterin te gaan kijken. Niet doen. Het is gewoon de moeite waard wel te gaan kijken.

Koroni valt ons vreselijk tegen. Lezen we in andere verslagen iets over een “romantische” haven, nu reden er alleen vrachtwagen heen en weer. Het hele havengebied staat op zijn kop. En parkeer de camper maar aan de buitenrand op het parkeerterrein, de straatjes zijn erg smal en de balkonnetjes laag. Gauw weer weg. In Aghios Andreas zien we een restaurantje waar meerdere tafeltjes bezet zijn. We draaien de camper en met behulp van een Engelse dame die Grieks spreekt bestellen we een heerlijke maaltijd. We kregen karbonades op het bord die wel van een olifant leken te komen. De bonen zijn hier vinger dik en met een heerlijke saus. Smaken echt veel beter dan onze sperziebonen. We wilden geen toetje maar daar was de eigenaresse het niet mee eens en ze gaf ons een geschild appeltje.

We overnachten in Petalidi waar we de enige gasten op de camping zijn. Ik vergeet helemaal te vertellen dat we na de regenachtige dag in Olympia steeds mooi weer hebben. De wind is nog wel fris.

Dinsdag 13 april

Eerst boodschappen doen in Kalamata, een grotere plaats. En weer eens langs bij een garage. De Renault garage lag aan de doorgaande weg, dat was makkelijk. De airco deed het niet en die kan je eigenlijk niet meer missen. Het
probleem was snel verholpen door de koelvloeistof aan te vullen en natuurlijk de rekening van 50 euro te betalen! Voorbij Kalamata wordt het mooi, voor we het weten zitten we behoorlijk op hoogte en krijgen we mooie vergezichten te zien. De typische Mani architectuur zie je hier overal, zowel in de oude als de nieuwe bouw. We stoppen in Kardamily en lopen naar de oude stadswijk. Is niet veel meer van over maar wel leuk om even heen te lopen.

De weg blijft prachtig. Veel kerkjes van een aparte bouw met versierde torentjes.

Church of the Metamorphosis

De grotten van Stoupa geloven we wel. Al grotten genoeg gezien. We passeren Langada, ook weer zo’n mooi dorpje met aparte kerkjes en dan volgt een hele lange afdaling naar Neo Itolo. We overnachten in dit kleine plaatsje aan de baai en zetten de camper op een betonstrook net voor het dorp. Het is hier heel stil. En wonder boven wonder kan ik meeliften op de internetverbinding van een van de weinige bewoners hier.Tot mijn grote vreugde kon ik net even skypen met mijn zusje die trots vertelde dat haar tweede kleinkind is geboren: Aiden Kalani, broertje van Julie, zoon van Jurrit en Maaike.

woensdag 14 april

Het is leuk wakker worden in Neo Itolo. We horen alleen de zee. Dat zal binnenkort wel anders zijn want er wordt enorm veel gebouwd tegen de rotsen om de baai. Een bouw overigens die stil ligt. Sommige projecten
zijn wel afgebouwd maar nog niet afgewerkt maar ook veel betonnen karkassen. We rijden verder langs de oostkust van Mani en zijn erg onder de indruk. Je kan wel spreken van een desolate omgeving. En natuurlijk
stoppen we geregeld om een uitzicht wat beter te bekijken of een dorpje te voet te verkennen.

De mooiste is misschien wel Vathia. Er is veel gerestaureerd maar die woningen hebben de luiken dicht, ze worden gebruikt als tweede woning.bent gewoon blij als je in een van de huizen een moeder en kind plezier hoort
maken. Er wonen dus ook nog mensen!

De wegen zijn hier erg smal maar het rijden gaat prima omdat het nog voorseizoen is. Heel weinig verkeer. Na Vathia rijden we weer terug en volgen dan de oostkust tot Gythio. Hier minder huizen in Mani stijl. Ook een mooie kustweg, hoog boven de zee. Bij Lagdia lijkt het wel of je zo de zee in rijdt.

We overnachten op camping Meltemini even voor Gythio. De eerste camping waar het echt schoon is in de sanitaire gebouwen.

Woensdag
14 april.

We rijden eerst naar Gythio. Een levendige haven en veel winkeltjes. Wij zijn er snel uitgekeken. Gewoon niet zo gek op winkeltjes kijken. Dus rijden we naar Monemvasia. Het eerste stukje, de baai voorbij Gythio is wel
aardig maar verder is het een saaie weg. Kom je op een uitzichtspunt waar je een gestrand schip ziet liggen en je houdt van vrij staan; meteen om de bocht het weggetje naar het strand nemen. Monemvasia ligt tegen een hoge klif en
ook hier het bekende beeld van mooi gerestaureerde huizen en een hoofdstraat met allemaal winkeltjes.

Wij parkeerden op de eerste de beste parkeergelegenheid die we zagen en daar stonden al meer campers. Was niet nodig geweest want het is overal nog zo stil dat we ook wel in de haven hadden kunnen parkeren. Wij lopen op ons gemak door Monemvasia en nemen daarna moeite om naar boven te lopen waar nog ruines liggen. Het uitzicht is  hier mooi. Het keienpad naar boven is glad. Het loopt nietmakkelijk en vooral het weer naar beneden lopen is lastig. Boven is de Agia Sofia Kerk nog het enige gebouw dat staat.

We  overnachten op de parkeerplaats (de weg naar de haven in de bocht rechts) maar blijven tot het donker wordt langs het water staan. Nu het nog zo rustig is kunnen we met de camper de brug naar het eiland over en parkeren aan het water. Wat wij ons overigens van te voren helemaal niet hebben gerealiseerd is het feit dat het hier ‘s avonds zo vroeg donker is. Wij gaan vaak in het voorjaar op stap engenieten dan juist van de langer wordende avonden.

Vrijdag 16 april

Rijden we naar camping Castle View bij Mystras . Een gezellige camping. Een middagje rommelen, lezen en van de zon genieten. De temperaturen schommelen  inmiddels rond de 22 graden. Devolgende morgen vragen wij een taxi om ons (samen met Daan en Maartje) naar de boven ingang van Mystras te brengen. Vandaar loop je in tien minuten omhoog naar het
kasteel (ruine) en wandel je het dorp door naar beneden. Het is moeilijk voor te stellen dat hier ooit 40.000 mensen hebben gewoond. Geen huis staat meer overeind.

Alleen de kerken zijn gespaard door de vernietigers. En van die kerken kan je dan volop genieten. Binnen nog gehavende fresco’s. Al met al zijn we vier uur bezig geweest voor we lopend weer terug kwamen op de camping. Genoten van Mystras dat een bezoek meer dan waard is.

Zondag ochtend rijden we via Geraki een mooie bergroute die eindigt bij Leonido.
Hier zien we voor het eerst schildpadden op de weg.

Grote stukken van de heuvels zijn kaal door de brand van een paar jaar geleden.We rijden hier behoorlijk op hoogte en ik moest oppassen om niet duizelig te worden bij het rijden van de vele haarspeldbochten naar beneden. Leonido is een mooi dorp maar moeilijk voor campers om door te komen vooral de alkoofcampers zullen last hebben van de balkonnetjes. Na Leonido kom je weer bij de kust. Ook hier loopt de weg hoog boven de kust. De dorpjes slecht bereikbaar via smalle weggetjes. We stoppen oa bij het gezellige Paralio Astros. In de haven maken we een praatje met een Nederlands echtpaar die hier liggen met hun boot. Zij zijn 7 jaar geleden begonnen een tocht te maken langs de  kusten van Frankrijk, Portugal, Spanje en zo verder. In juli vliegen ze steeds weer naar huis en in april gaat de tocht weer verder. We komen tegen 6 uur aan in dhaven van Napflio waar we met een tiental andere campers de nacht door brengen. Napflio is een gezellige stad met veel sfeer, dezelfde avond slenteren we nog even door de straatjes waar de terrasjes om half negen nog vol zitten. De kindjes ook mee.

Maandag 19 april

Maar dan de volgende morgen……………………… Natuurlijk lopen we Napflio weer in om de stad bij daglicht te bekijken.

En we gaan nog even naar het Museum voor de Volkskunst. Niemand aanwezig bij de receptie maar vanaf kantoor krijgen we een zwaai om maar door te lopen. De trap is niet verlicht en heeft smalle treden. Halverwege roept een dame ons terug, ik draai me om om naar beneden te lopen en het lijkt of ik in het luchtledige stap. Ik mis de smalle trede en val. Gradus trekt meteen mijn schoen uit en weet het al wel.
Misse boel! Met de taxi naar het ziekenhuis en de foto’s tonen een breuk van het voetwortelbeentje aan. In het gips, twee weken beslist  niet lopen en met de voet omhoog zitten. Je kan helemaal  niets  meer. We overnachten nog maar een nachtje in de haven van Napflio. Valt niet mee om in de camper te komen en ik ben blij dat wij niet zo’n hoge opstap hebben. Nu kan ik de knie in de camper leggen en hijs me dan op.

Dinsdag 20 april

Naar huis rijden is geen optie want ik kan helemaal niet met het been omhoog op de bijrijdersstoel, dus besluiten we een comfortabele camping met internet te zoeken en het eerst maar een paar dagen aan te kijken. Nu oefenen met de krukken. Wat valt dat tegen!!! We overnachten op Tolo Beach camping die geen internet heeft, veel te duur is in het voorseizoen en waar het erg hard waait. Het bevalt ons hier niet, de volgende dag komen we op camping Bekas in Palea Epidavros. Mooie camping aan zee, vriendelijke beheerder, internet.

Goed, we zouden het dus even rustig aan doen. Maar ja, je kan wel willen maar of dat dan ook uit komt. Lekker geinstalleerd op de camping zou Gradus ‘s avonds aan het koken……..gas op! Normaal is dat geen probleem want we hebben een reserve fles en we kunnen aan de pomp bijtanken. Maar deze reis is niets
normaal. De reservetank blijkt leeg. Hoe  kan dat nu vraagt Gradus zich vertwijfeld af. Geen idee  misschien niet gecontroleerd voor we op stap gingen? En LPG pompen zijn er nagenoeg niet in Griekenland. Gelukkig wist de
campingbaas een gasvulstation waar ze ons waarschijnlijk wel konden helpen. Dus woensdag weer terug naar Napflio, de kustweg blijven volgen richting  Leonidio en dan de afslag DALAMANARA ( je ziet hier borden staan met oa een bord van een GAS Center) nemen.  We werden prima geholpen dankzij de aansluitingen die Gradus mee had.
We blijven hier een paar dagen staan.

Zondag 25 april

Niet veel pijn en dus vond ik dat Gradus maar mooi naar Epidavros moest gaan, ik zou wel op de parkeerplaats wachten. In tegenstelling tot de weerberichten is een prachtige dag. We
beginnen met koffie drinken in het gezellige haventje van Palea (of Archio)
Epidravos.

Een griekse meneer kijkt me meewarig aan en begint een verhaal in het Grieks steeds wijzend naar zijn voet. Hij maakt bewegingen waaruit ik kan opmaken dat zijn voet er minstens af geweest moet zijn. Zijn gesprek eindigt
breedlachend en daar haal ik dan maar uit dan met mij ook alles spoedig weer beter is.  Bij het Theater Epidravos probeert Gradus de camper zo gunstig mogelijk voor mij te parkeren en installeert me met boek en laptop onder handbereik. Wat hij niet voor me kon regelen is de temperatuur. Een koude wind op de parkeerplaats.

Na drie kwartier is Gradus al weer terug, hij kan dus  nooit alles gezien hebben. Klopt! We drinken samen even koffie en ik verzeker hem dat alles met mij in orde is en dat hij beslist nog terug moet gaan. Enthousiast kom hij weer terug, de eerste keer had hij de esculaapjes gemist en die moest hij toch echt gezien hebben. Eten doen we weer in het haventje. De camper kan voor het restaurant even stoppen om mij uit te  laten en daarna te parkeren. Maar daar sta ik dan op de stoep. Ik moet drie tredes op voor het terras. Dat kan ik dus niet. Dus hobbel ik even door waar een grote pilaar staat en daar ga ik op de knieen en
hijs me op. We hebben erg gezellig gegeten en genoten van de ambiance maar herestaurant liet grote steken vallen. Ik wilde gevulde tomaten vooraf: is er niet. Voor het hoofdgerecht een kalfs steak; is er niet. Nee, we konden beide
beter de pork chops nemen. Specialiteit and very soft. Dat doen we dan maar. Als nagerecht wilde Gradus baklava en ik gemengd ijs. Baklava was er niet, dan maar pistache ijs……was er niet. Dus hebben we het gelaten bij een gemengd ijs voor zijn tweeen. Gemengd???  drie bollen chocolade ijs en een vanille. Wat overigens goed smaakte en meer dan genoeg was voor ons samen. De kelner, een griek die jaren  in Brussel heeft gewoond, maakte excuses en zei ook dat ons dat in Belgie of Nederland vast niet zou overkomen.

Maandag besluiten we toch maar verder te trekken. Niet een goede beslissing! Het rijden blijkt voor mij toch heel vervelend. Pijnlijk en het is vreselijk als je er niet geregeld even uit kan. Het kanaal van Korinthe waren
we al over voor dat we het in de gaten hebben. Het wordt niet aangegeven
en je rijdt over een drukke brug. Ook de tweede keer hadden we moeite om het te vinden. De omgeving is waardeloos maar je moet het toch even gezien hebben.
We overnachten op akrata beach camping aan de noordzijde van de Peleponnesos. En we blijven hier maar de volgende dag. Er staat een harde zeewind, de camper gedraaid en we zitten in de luwte en ik kan met mijn boek lekker genieten van de zon. Ik heb ook wel gezellige gesprekken op deze camping. Naast ons staan Zwitsers en aan de andere kant twee Amerikaanse dames. Die dames zijn helemaal geweldig.
Ze wonen in Californie en hebben vorig jaar in Amsterdam een camper gekocht. Daar hebben ze 6 maanden mee door Europa getrokken tot Griekenland en hier hebben ze de camper in de stalling gedaan. Dit jaar staan ze twee maanden op deze camping. Terug  naar Nederland kan niet want de APK is verlopen. Verzekeren is nog wel mogelijk maar erg duur dus voor dat geld hebben ze maar een auto gehuurd en blijft de camper gewoon staan.

In reisverslagen hebben we gelezen dat de kaasflapjes  hier erg lekker zijn. Gradus is vamorgen met de fiets naar het dorp geweest en kwam terug met….heerlijk!!

Vrijdag 30 april
We staan nu al weer 4 dagen op dezelfde camping. Helemaal niets voor ons maar dit bevalt op dit  moment het beste. Gewoon genieten van het mooie weer. We beginnen het te leren: easy going.
Vanavond gaat het restaurant op de camping open, we hebben maar snel gereserveerd voor de vis.

Maandag 3 mei

Het gips is er af! Zwachtel erom en dankzij mijn teva’s ook een schoen. Andere schoenen kan ik beslist nog niet aan. De voet is redelijk slank. De bloeduitstorting zit voornamelijk onder de voet. Maar o wat ben ik blij dat ik
wat meer mobiel ben.

We  hebben besloten om donderdag, zoals van te voren gepland, naar huis te gaan. Wel omgeboekt van Igoumenitsa naar Patras. We kunnen dus nog drie dagen van het stralende weer genieten en ik iedere dag een beetje meer lopen. De thuisreis zal dan ongetwijfeld een stuk plezieriger gaan.

Woensdag 4 mei

De camping licht dicht bij Diakofto vanwaar een treintje naar Kalavrita gaat.De trein gaat door een erg mooi landschap langs de bergengtes van Vouraikos. Ondanks dat het overal zeer rustig is blijkt het treintje steeds uitverkocht. Wij rijden met de camper naar boven. Mooie rit!

Donderdag 6 mei nemen we de boot terug naar Ancona. Doen rustig aan met de thuisreis. In Hunfeld ontdekken we nog een mooie camperplaats. Voor ons op een ideale afstand van huis voor een eerste of laatste overnachting. Hier zullen we dus wel vaker komen.

Een rondreis van 5 weken Griekenland werd dus een rondreis van 2,5 week door de Peleponnesos. Ondanks alle tegenvallers waren we enthousiast over Griekenland vooral ook vanwege het mooie weer. We komen vast terug.

Geplaatst in 2010 peleponnesos. Reageren uitgeschakeld

Thuringen Sachsen Tsjechie

Maandag 7 september 2009. Een cultuurreis is het dit keer geworden. We willen een aantal plaatsen bezoeken in voormalig Oost Duitsland en starten onze reis in Thuringen in Eisenach de Wartburgstad. Voor de overnachting hebben we de camperplaats van camperbedrijf Waldhelm gekozen. We zijn er lekker vroeg en kunnen nog op de fiets naar Eisenach. Een drukke weg maar het is niet ver.

Eisenach (de plaats waar Luther als kind opgroeide) is een gezellige plaats met dit mooie weer. De terrasjes zitten vol, het was marktdag vandaag.

De volgende dag rijden we met de camper naar de Wartburg. Het kasteel de Wartburg ligt hoog boven Eisenach en is volgens de verhalen omstreek 1067 gesticht. Parkeren met de camper kost 5 euro en het kasteel is alleen te bezichtigenen met een gids. De enthousiaste gids vertelt in rap duits van alles maar we hebben er niets van verstaan. Vraag een Nederlandse vertaling mee bij de kaartverkoop als je dit kasteel wilt bezoeken.

‘s Middag golfen we op een baan die vermeldt staat in het VVV krantje. 25 euro zou de greenfee zijn en dat leek ons wel wat. Foute informatie de greenfee was 50 euro. Omdat men bezig was met de greens mochten we voor de helft van de prijs golfen. Maar wat een saaie baan! Geen aanrader. We overnachten weer bij Waldhelm.

De Residentsstad Gotha  is het volgende plaatsje op onze route. De historische stadskern ligt aan de voet van Slot Friedenstein, het grootste vroegbarokke kasteelcomplex van Duitsland. Gotha is niet groot en een ochtend bezoek volstaat dus bezoeken we die middag nog Erfurt de hoofdstad van Thuringen. De oude stadskern heeft weinig oorlogsschade opgelopen en wordt gedomineerd door de romaans gotische Dom waaraan men gebouwd heeft van de 12de tot de 15de eeuw. De Dom heeft als het ware twee verdiepingen en het bovenste gedeelte is voor bezoek geopend. Vanaf de trappen van de Dom heb je een mooi uitzicht over het Domplein met zijn prachtige huizen.

Erfurt heeft heel veel bruggetjes en mag zich graag “Kleinvenedig” noemen. De bekendste is de Krämerbrücke met leuke winkeltjes.

We overnachten voor 15 euro op camping Mittleres Ilmtal in Oettern, een kleine camping in een bosrijke omgeving niet ver van Weimar.

De volgende dag rijden we de camping af naar links om via een mooie weg naar Weimar te gaan maar eerst nemen we een kijkje bij Schloss Belvedere.

Dit barokke slot ontstond rond 1724. We zijn er niet in gegaan, wel even gewandeld in de tuin en de orangerie met zijn leuke beeldjes. Vanaf de parkeerplaats van het Slot kan je met mooie oude bussen naar Weimar en krijgt daar dan een rondleiding. Niets voor ons en wij rijden verder met de camper. We vinden met moeite nog een parkeerplaats op de Herman Brillplatz omdat er veel auto’s geparkeerd staan op de voor campers bestemde plaatsen, overigens hadden alle auto’s een bekeuring onder de ruitenwisser. Van hier loop je in ongeveen tien minuten naar de stad. We  vinden het eigenlijk opvallend rustig in de stad van Goethe, Schiller, Bach en Listz. Op het plein met de rug naar het Nationaal Theater en het gezicht op het Bauhaus museum staat een grote beeldengroep van Goethe en Schiller. Als grapje ter gelegenheid van de opening van het nieuwe theaterseizoen heeft men er een beeld van Listz tussen gezet.

Volgende doel is Jena en vroeg in de middag komen we aan op camping Jena. Het is steeds prachtig weer en we gaan maar eens lekker rustig met een boek in de zon zitten. Even genoeg van de stad.

Vrijdag 11 september op de fiets van de camping naar Jena. In deze plaats was het erg druk. Markt en volop voorbereidingen voor feesten in de stad. Jena sttat bekend als centrum van de optische industrie bv de Carl Zeiss fabriek. Wij hebben het planetarium bezocht. Even heel wat anders.

‘s Middags rijden we door naar de camperplaats op het terrein van de firma Rossol in Naumburg. Je staat er op een grasveld voor het bedrijf midden tussen de nieuwe caravans en campers. Prima voor een nacht en op de fiets waren we zo in Naumburg. We zijn inmiddels in Sachsen Anhalt.

Naumberg is verrassend. Leuke sfeer, mooi marktplein, leuke straatjes en een bijzondere Dom. Deze laat romaanse-vroeg hoog gotische Dom St. Peter en Paul heeft levensgrote beelden. Maar er is veel meer te zien in deze Dom die een bezoek meer dan waard is.

Zaterdag 12 september. Leipzig ligt in de buurt maar deze stad laten we voor wat het is. We willen een beetje natuur en omdat we tot nu toe de omgeving niet erg aantrekkelijk vinden kiezen we voor Torgau aan de Elbe in de hoop daar wat te kunnen fietsen. Met veel moeite vanwege weer eens een omleiding  vinden we camping Seebad am Neumühlenteich (Schildau)gelegen aan een meer. Lekker rustig hier. En Torgau waar we op de fiets heen gaan blijkt een leuke plaats met Renaissance kasteel: Schloss Hartenfells. Het is feest(modefest?) in Torgau en gezellig druk. De volgende morgen regent het en komt er niets van fietsen langs de Elbe. Als het ‘s middags een beetje opklaart fietsen we nog even naar het kasteel waar een feestelijke opening is van een gerestaureerd deel is. In de slotgracht wonen een paar beren. Op het binnenplein voert een groepje oude middeleeuwse dansen uit.

    

Het trapportaal voor het slot is heel apart. De wenteltrap loopt buiten het gebouw.

We nemen een kijkje in de slotkerk, de eerste protestante kerk naar de ideeen van Luther. De kerk is in 1544 door Luther persoonlijk ingewijd en zijn vrouw ligt er begraven.

Maandag 14 september. Eerst even mijn jarige zusje bellen en dan zo dicht mogelijk langs de Elbe rijdend naar de porseleinstad Meissen. Zo’n 25 km voor Meissen begint de natuur weer veel mooier te worden. Natuurlijk willen we koffie drinken langs de Elbe en we parkeren de camper (een beetje brutaal) vlak bij een fietspontje.

We rijden naar de camperplaats van Landhaus Nassau een ongezellig klein terrein dicht bij een drukke weg dus verkeerslawaai. Er mogen 15 campers staan maar je mag hopen dat dat niet het geval is als jij er bent. Maar je kan per fiets naar de stad. En dat doen we nog diezelfde middag in de regen.

Ondanks de regen hebben we  een uitgebreide wandeling in Meissen gemaakt en de trappen genomen naar de Albrechtsburg. Een zaal van het museum mag je alleen betreden met enorme vilten sloffen die je over je eigen schoenen aan doet. Zo wordt de parketvloer beschermd en meteen gepoetst. In de Meissner Dom vinden we dit aantrekkelijke beeld

Dinsdag 15 september rijden we via kasteel Moritzburg naar Dresden. Het weer begint weer aardig op te  knappen. Het kasteel wordt nog volop gerestaureerd. Het ligt prachtig aan het water een heeft een grote tuin. Leuk om te wandelen naar het Fasanenschlosschen.

Op de foto kan je, als je goed kijkt, zien dat de entree nog niet klaar is. Tegenwoordig hangen ze dan van die mooie fotodoeken op met de afbeelding hoe het moet worden.

In Dresden hebben we gekozen voor de camperplaats aan de Wiesentorstrasse. Zonder stroom en verzorging betaal je daar 14 euro. De camperplaats ligt onder de bomen, niet gezellig maar…..de hoek om en je loopt langs de Elbe. Even verder ligt de Augustusbrug, steek je die over dan kom je in de Altstad en ga je naar rechts dan kom je in de Neustad met heel veel mooie winkels. Deze camperplaats lig gewoon ideaal en vind je het niet gezellig dan ga je toch gewoon op een bankje langs de Elbe zitten met je boekje of wat dan ook. We gaan meteen de Altstad in voor een eerste kennismaking en komen meteen in het Zwinger terecht. Een prachtig complex. We wandelen op ons gemak rond en stellen het museum bezoek uit tot de volgende dag. Nu maar even genieten van het lekkere weer.

Ik zou graag naar het historische Grunes Gewolbe dus gaan we even kijken hoe het zit met de kaartjes. Er is maar een manier als je niet van tevoren via internet gereserveerd hebt. Om 9 uur in de rij gaan staan voor de kassa die om tien uur opengaat. We sluiten het eerste bezoek af met een lekker wijntje op een van de gezellige terrassen. ‘s Avonds te moe om nog echt de stad in te gaan maken we nog een wandelingetje langs de Elbe en genieten van de verlichtte skyline.

De volgende dag sta ik vroeg op om in de rij te gaan staan voor een toegangskaartje voor  de historische Grune Gewolbe. Met mijn man spreek ik af dat hij er dan uiterlijk om vijf voor tien zou zijn zodat als het mij zou lukken om kaartje te krijgen we meteen naar binnen konden gaan. Geen man natuurlijk op die tijd. In het reisboek stond dat het museum in het Albertinum was gevestigd en dus was hij daar heen gelopen. (we waren toch de dag daarvoor een kijkje wezen nemen). Maar vanaf 2006 liggen de schatten weer in hun oorspronkelijke locatie: het Residentie Slot.. Maar goed, we waren overweldigd door wat we te zien kregen. Wat een ongelooflijke rijkdom verzameld door August de tweede. Ivoren kunstwerken, sieraden, objecten met enorme edelstenen, zilver, goud, kristal, prachtig bewerkte struisvogeleieren en nog veel meer. Je gelooft het niet. Eigenlijk is het ongehoord!

Na zoveel moois wordt het tijd voor iets anders. Met tram en bus gaan we naar Het Pilnitz Slot. Ligt prachtig aan de Elbe, achteraf hebben we spijt dat we er niet met de fiets heen gegaan zijn.Dat was waarschijnlijk vanaf de camperplaats prima te doen geweest.

Weer terug in Dresden bezoeken we het museum in het Zwinger met schilderijen van Oude (oa Hollandse) Meesters. Op de terugweg naar de camping gaan we een lekker biertje drinken in de Biergarten, net over de Augustusbrug aan de kant van de Elbe waar ook de camperplaats ligt. Je hebt hier een mooi uitzicht en zit er lekker.

Derde dag Dresden. De betaling van de camperplaats gaat echt op het uur en we hebben nog tot een uur de tijd dus bezoeken we de volgende dag nog de Dom, de neues Grunes Gewolbe en de Frauenkirche. Deze laatste kerk was volledig verwoest in de oorlog en is helemaal opnieuw opgebouwd.

Helemaal moe van alle indrukken rijden we ‘s middag naar een camping in Koningstein, in het hart van de Sachsische Schweiz. De camping ligt erg mooi direct aan de Elbe maar het prijsbeleid doet je steigeren. En de trein rijdt strak langs de camping. De camping kost 20 euro per nacht maar als je maar een nacht blijft krijg je een toeslag van 2 euro. Je betaalt een vast bedrag voor een aansluiting op de stroom en daar bovenop een vergoeding voor het verbruik, de douches moet je munten voor kopen. We hebben de neiging rechtsomkeer te maken maar de camping ligt ideaal voor wat fietsen dus blijven we. En ja, dan word je de volgende ochtend wakker met dit uitzicht.

Vrijdag 18 september fietsen we langs de Elbe naar Rathen waarvoor we door het pontje overgezet moeten worden. In Rathen maken we een wandeling naar de Bastei waarvoor we 770 trappen op moeten lopen. Kom je boven zie je een parkeerplaats!

168

Zaterdag 19 september. We  kunnen op de fiets boodschappen doen in Konigstein. Later fietsen we langs de Elbe en via Bad Schandau richting Tsjechische grens. We genieten volop van het prachtige weer.

‘s Maandag gaan we weer verder met onze cultuurreis en bezoeken we Bautzen. Vanwege Umleitungen komen we daar bijna 2 uur later aan dan gepland. In Bautzen blijkt de camperplaats aan de Muhlstrasse vervallen. Er is een nieuwe camperplaats op een parkeerterrein langs een drukke weg. Je loopt wel in 5 minuten naar de Altstad. We hebben ruim drie uur rondgelopen in het middeleeuwse centrum van Bautzen en genoten van een lekker wit biertje op een terras. Het interieur van de kathedraal is in 2-en gedeeld. Een altaar voor de katholieken en een voor de protestanten.

Na een onrustige nacht vroeg wakker door het verkeerslawaai zodat we op tijd op pad zijn richting Gorlitz. Deze stad ligt aan de Neisse die de grens met Polen vormt. Gorlitz en Zgorzelec(Polen) hebben afgesproken samen een Europeesche stad te vormen en je kan dan ook zo de brug over lopen naar Polen. Omdat we zo vroeg zijn lukt het zowaar om de camper op de markt te parkeren. Lekker makkelijk. Aan het marktplein nog renaissance huizen. Al snel komen er groepen toeristen die de rondleidingen met de gidsen meelopen. Vooral de portalen vallen op in Gorlitz.

 

De oude stad is grotendeels bewaard gebleven, er wordt nog wel druk gerenoveerd. Wij hebben niet overnacht in Gorlitz maar we hoorden dat er een prima camperplaats was op de parkeerplaats bij de Altstad. ‘s Nachts rustig. Wij reden tegen lunchtijd naar het Kloster Mariental een 14 km onder Gorlitz. Het klooster is mooi gelegen in het dal van de Neisse en het kleurrijke van de barok staat prachtig bij het groen van het dal.

Nu is het een oord waar je terecht kan voor rust en bezinning. Zowel groepen als families of alleen.

In de tuin staat een groot bronzen beel van Paus Johannes Paulus II. Het is heel gerelaxed om hier even rond te lopen tussen de gebouwen en langs de Neisse. Ik maak graag mijn eigen kerstkaartjes en vond hier een mooi plaatje om te fotograferen voor het kaartje van 2009.

Weer terug bij de camper moeten we ons even instellen op een stuk rijden. We willen naar het reuzengebergte en hebben Vchrlabi gekozen als pleisterplaats. Op de kaart lijkt het of we hele smalle weggetjes moeten rijden om bij Zittau de grens over te gaan. Maar dat valt erg mee. Het schiet alleen niet op. Als je de grens overgaat valt wel meteen op dat hier nog meer armoede is. In het stuk voormalig Oost-Duitsland was al duidelijk te zien dat het nog erg achter blijft bij West-Duitsland maar hier is het erger. Ook veel grote panden die zwaar verwaarloosd zijn. Om half zeven zijn we op de Euro-Air-Camping waar we aller vriendelijkst ontvangen worden en we maar 11 euro hoeven te betalen met het Acsi kaartje. Tot mijn grote verbazing hebben ze ook nog free wifi. We  kunnen nog net even lekker in de zon een wijntje drinken.

Dinsdag 22 september. We willen lopen naar de oorsprong van de Elbe. De taal is echter een groot probleem, we hebben de aanwijzingen niet goed begrepen. Niet erg we hebben evengoed een stuk gelopen. Wij zijn met de camper naar Spindleruv Mlyn gereden. Geparkeerd op de eerste parkeerplaats die je ziet want verderop hangen lage barrieres. Je moet dan nog wel een stukje naar het dorp lopen. Daar de stoeltjeslift genomen naar Medvedin en dan lopen naar Vrbatova. Van daar is het nog eens drie kilometer en dat werd ons teveel. Het is wel treurig om te zien hoe de zure regen de bomengroei hier heeft aangetast.

Woensdag 23 september. We willen richting Praag maar niet in een keer. We bezoeken Trutnov, een plaats met een leuk plein. De panden hebben galerijen en er zijn veel terrasjes hier. Winkelen hoef je er niet te doen. Wat hier te verkrijgen is spreekt ons helemaal niet aan. Wij hebben een bakker nodig en die is weer niet te vinden.

We rijden verder naar Kuks. Dit was vroeger een kuuroord maar de Elbe heeft aan de rechteroever de meeste gebouwen in 1740 weggevaagd een watertrap staat er nog. Aan de overkant van de Elbe staat nog een groot kasteel, de bordjes verwijzen naar “Hospital”. Dit kasteel heeft een groot bordes met aan weerskanten 11 levensgrote beelden, aan de ene kant de deugden en aan de andere kant de ondeugden.

Even terzijde het is 23 september en het is vandaag 28 graden!

We overnachten bij Kutna Hora bij Autocamp Transit. Keurig verzorgd, mooi tuintje maar ook hier weer veel verkeerslawaai. We staan er helemaal alleen tot om zes uur een andere nederlandse camper komt aan rijden en dan is de verrassing groot! Het blijken Rinus en Willemien te zijn waar wij vorig jaar in St. Tropez zo gezellig mee hebben gegeten. Wij hadden die avond op de camping met een stuk of zes echtparen alle avondeten op een grote tafel gezet en geproefd van ieder gerecht. Wat ongelooflijk dat wij die hier weer treffen en wat gezellig!

De volgende morgen bezoeken we met zijn vieren Kutna Hora, drinken gezellig koffie op een terras en lunchen nog samen. Kutna Hora heeft het stempel Unesco werelderfgoed en een grote kathedraal die druk bezocht wordt.

‘s Middags rijden wij door naar camping Sunny Camp in Praag. We schrikken een beetje als we daar aankomen. De camping ligt bij drukke wegen en we zijn bang voor veel verkeerslawaai. We besluiten er wel op te rijden en het maar even aan te zien. We kunnen altijd de volgende dag een andere plek zoeken. Maar dat is niet nodig! De camping ligt een beetje verdiept met flats er omheen en we hebben prima geslapen en geen last gehad van lawaai. Het sanitair is uitstekend. Naar Praag kan je met de metro die op 500 meter van de camping ligt of je neemt eerst de bus ( op 200meter) en rijdt een halte mee naar het metrostation. Bus 174 brengt je meteen naar de Burcht in Praag.

In Praag is het vreselijk druk. De Paus komt op bezoek die zondag en wellicht heeft dat nog meer toeristen getrokken. Praag is een prachtige stad waar heel veel te zien is. In het hoge gedeelte ligt de Loreta (tram 22) en hoewel ook daar veel mensen lopen het is er toch een oase van rust.

Na twee dagen Praag waren we helemaal afgeknoedeld en besluiten we op ons gemak naar huis te rijden. Het was veel heel veel. We zoveel gezien dat je haast niet meer weet wat je waar gezien hebt. We hebben eigenlijk te veel gedaan. Het is heel vermoeiend om zoveel steden te bezoek. Volgende keer weer veel natuur graag.

Geplaatst in 2009 Thu Sachsen Praag. Reageren uitgeschakeld

Schotland

Reisverslag Schotland 12 mei tot 16 juni 2009.

Klikken op de paarse plaatsnamen in het verslag geeft u meer informatie. De beschreven plaatsen kunt u terug vinden op onderstaande google map.

Schotland weergeven op een grotere kaart

We varen van IJmuiden met de DFDS naar New Castle.  Dit keer een hut met zeezicht en dat maakt de reis enorm veel plezieriger. Een vorige keer hadden we een binnenhut en ik voelde met erg opgesloten in die donkere ruimte en dit was een stuk plezieriger. De heenreis was met de veerboot “KING of Scandinavia”, een prachtig schip. Van de straffe wind was zittend weinig te merken maar lopen gaf komische taferelen. Het eten in het buffetrestaurant was heel goed verzorgd en smaakte erg goed.
Bij aankomst eerst lekker een stuk gereden om weer te wennen aan het links rijden. Iets wat ons nu, na diverse vakanties in Engeland, heel goed afgaat. Het voelt vertrouwd. Ons plan is om eerst de westkust van Schotland te doen (tot eind mei schijnen de midges zich nog koest te houden) en dan via de noordkant en de oostkant weer terug.
Dus rijden we richting Glasgow, waarbij we wel de toeristische route langs de Hadrian’s Wall nemen. We bezoeken New Lanark een world heritage village, een prachtig gerestaureerd katoenspinnersdorp uit de achttiende eeuw. De heer Lanark had zeer vooruitstrevende ideeen en maakte daarmee grote omzetten.
Het volgende uitstapje is Craignethan Castle een zestiende eeuws kasteel ruine.

Op de foto is wel te zien dat we somber en koud weer hebben.
Er zullen nog vele ruines volgen. We laten Glasgow liggen en rijden door voor de  overnachting bij Loch Lomond. Aan de rustige kant van het meer ligt bij Balmaha een mooie CL. Gartfairn Farm is vol maar de boer neemt het niet zo nauw en we mogen blijven. Gelukkig maar. We hebben een mooi uitzicht over het meer.

De volgende dag rijden we even door tot het einde van de weg waar het visitor center van Balmaha is. Je kan hier mooie wandelingen maken en boottochten op het Loch Lomond. We rijden weer terug en onze weg vervolgend komen we langs Balloch Castle. Het kasteel kan je niet bezoeken maar ook hier kan je weer mooie wandelingen maken in de tuinen en de omgeving.

Het is zaterdagochtend en van de tuinen wordt druk gebruik gemaakt door de families uit de omgeving. Dat recht op overpad in Engeland is toch wel mooi. Waar kan je nu je zaterdagochtend wandelen in de tuinen van een kasteel. We raken in gesprek met een familie en de vrouw vertelt ons dat er een Pipe Band Championship is in Dumbarton. Dat lijkt ons wel wat. Het terrein was niet moeilijk te vinden en werd duidelijk bewegwijzerd.  We mochten parkeren op een groot grasland. In Nederland was het prachtig weer maar hier had het veel geregend en we vroegen de parkeerwachters dan ook of het wel verstandig was om daar op te rijden. Geen probleem was het antwoord maar het was wel een probleem. Bij het afrijden kwamen we vast te zitten en moest er een tractor aan te pas komen. Het championship was voor ons natuurlijk heel leuk om te zien. Meer dan honderd Pipe Bands.

En niet allemaal doedelzakken, ook trommels en deelnemers die met stokjes aan de vingers zwaaien. Van de buien had niemand last. Elke groep had regenjassen met veel bewegingsruimte. Voor de overnachting rijden we maar weer terug naar Gartfairn farm. En dat is nu zo leuk als je niet reserveert van te voren. De dag is compleet anders verlopen dan we gepland hadden.

De volgende dag rijden we verder naar het noorden over de A82 aan de andere kant van het Loch Lomond.

We stoppen bij Luss een aardig dorpje en kijken een tijdje bij een trouwerij in het kerkje. De bruidegom is een Schot en trouwt in een kilt. Het is hier gebruikelijk dat de bruidegom en de familie al in de kerk zijn voordat de bruid arriveert.

De wandeling rond het dorp duurt een uur en is leuk om te doen.
Campings zijn er niet veel in dit gebied en CL’s al helemaal niet. Bij de toeristen informatie hebben we een kaart met campings gekregen en daar staan er meer op dan in de boekjes. We nemen de camping bij Inveruglas. Een stacaravanpark met een kleine afdeling voor “Tourers” en een mooi uitzicht op het meer. We genieten nog een drie kwartier van de zon en dan regent het al weer.

We rijden weer terug naar de A83 richting Inverary. Vlak voor die plaats zien we een kuifduiker op het Loch Fyne.  Met de paraplu op lopen we door het kleine plaatsje, een winkelstraat en dan heb je het wel gehad. Het kasteel bezoeken we niet. In de middag bezoeken we de Crarae gardens. Prachtige rhododendron soorten en veel bomen en planten uit de Himalaya. En de plu weer mee in de tuinen.
We verlaten de A83 voor een uitstapje naar Crinan.

Langs deze B841 ligt het Crinankanaal met  een stuk of twintig sluizen. Dat kost de boten wat tijd maar heel wat minder tijd dan helemaal om varen. Mooie weg en leuk om het “sluiswerk” te bekijken. We besluiten een campingbordje te volgen en komen uit in Tayvallich, een leuk havenplaatsje.

We rijden inmiddels op de “single track” wegen. Geen enkel probleem met de camper. Passeerplaatsen genoeg, weinig verkeer en hoffelijk rijgedrag. Ook hier weer een gecombineerde camping en dit keer plaats genoeg.

De volgende dag terug lang het Crinankanaal en we vermaken ons nog een tijdje bij de sluizen. Om de ander kant te bereiken mag je over de sluizen lopen. Iets wat ik dan een beetje griezelig vind maar ja, ik wil wel naar de overkant.
Weer terug op de hoofdweg komen we langs Kilmartin. In de omgeving van Kilmartin veel velden met cairns.

Het plaatsje heeft een begraafplaats met stenen uit de Middeleeuwen. Veel bezoekers en lastig parkeren. Dan maar op de naastgelegen parkeerplaats van een museum waar we eigenlijk niet mogen staan. Het is inmiddels mooi weer geworden en de Arduaine Gardens die aan de A816 boven Kilmartin liggen kunnen we zonder plu bezichtigen.

We willen overnachten op een Cl maar krijgen op beide plaatsen te horen dat ze vol zitten. Dan maar terug naar een camping van de Caravan Club in Ledaig even boven Oban. Een mooie camping aan het water. Ook hier vol, we kregen het laatste plekje.

Het wordt tijd om weer eens boodschappen te doen dus vragen we Tom Tom ons de weg naar de Tesco in Oban te wijzen. Inkopen doen is heel wat plezieriger dan drie jaar terug in Engeland. Toen betaalden we voor een pond nog euro 1.50 nu 1.05 euro. Een groot voordeel. Oban is een drukke plaats met een ferry naar het eiland Mull.  ‘s Middag zijn we wezen golfen op een heel aparte plek. We kwamen terecht bij een kasteelachtig huis wat een welness resort bleek te zijn. De oprijlaan er heen was zo lang dat we echt dachten helemaal fout te zitten. De 9 holes baan bleek in praktijk maar 6 onderhouden holes te hebben. De andere drie waren zo ruig dat we liever de eerste zes nog eens liepen. De baan lag prachtig aan het water op het Isle van Eriska en had mooi uitzichten. We hebben er van genoten. We overnachten weer in Ledaig

Het is inmiddels 21 mei en de dag beloofd weinig goeds mbt het weer. Donkere wolken en hevige regen. We wilden eigenlijk vandaag naar het eiland Mull. Als voetpassagier over met de ferry en op het eiland de bus. Maar met dit slechte weer heeft het geen zin. We rommelen de ochtend wat rond in de camper en vermaken ons met een spelletje “Kolonisten van Catan”. ’s Middags bezoeken we een single malt whisky stokerij in Oban. Een prima bezigheid met slecht weer. Natuurlijk moet whisky liefhebber Gradus wel een lekker flesje meenemen.

En zo overnachten we voor een derde nacht op dezelfde camping. Dat komt niet vaak voor.

Van Ledaig rijden we weer een stukje naar beneden en volgen de A85. We bezoeken de Bonawe Ironworks

Nu een vredige plek maar dat zal wel anders geweest zijn in 1800 toen er een produktie van van 700 ton door 600 werknemers werd gemaakt.

We kijken even rond bij het Chruachan Powerstation (je kan een boottochtje maken) en rijden dan door naar Kilchurn Castle.

De foto is gemaakt vanaf de A819 maar er is een parkeerplek aan de A85. Goed opletten want je rijdt hem zo voorbij. Bij Tyndrum nemen we links de A82. Een mooie weg vooral daar waar de weg weer links afbuigt richting Glen Coe. Met dit traject zijn we de hele dag bezig geweest en het valt ons dan ook tegen dat de camping bij het visitor centrum van Glen Coe vol is. We vinden een mooie camping, waar voor 1 nachtje een plek vrij is, bij Invercoe. Een klein plaatsje dat op onze kaart niet vermeld wordt.

Zaterdag 24 mei. Omdat het droog is maken we eerst maar een wandelingetje naar het dorp. De rest van de dag is het koud (negen graden) veel wind en regen. In Fort William doen we alleen even boodschappen bij de Morrison, hierna rijden we door naar Banavie. Bij deze plaats ligt Neptunes Staircase een sluizencomplex van acht sluizen. In de sluis ligt een reddingsboot die op weg is van Glasgow naar Aberdeen. Vanuit Banavie moet je een mooi uitzicht hebben op de Ben Nevis, maar niet vandaag. De wolken ontnemen ons ieder zicht op de hoogste berg van Schotland.

Het weer wordt steeds slechter als we richting Glenfinnan Monument rijden. Het visitor center kunnen we wel in maar het monument zelf niet. Het hoost!!

Het weer is te slecht om op zoek te gaan naar een camping dus rijden we terug richting Fort William naar een camping die we hadden gezien. Ook hier weer nagenoeg vol. Nog 2 plekjes.

De volgende dag weer regen en kou. We willen de ferry nemen bij Mallaig. Helaas gaat die op zondag alleen om 16.00 uur. En we staan er al om elf uur. We rijden terug naar de B8008 om een aardig plekje te zoeken en doden de tijd met de Kolonisten van Catan. Regen, regen en nog eens regen en dan ook nog die gure wind erbij. Wij blijven in de camper maar de Schotten zie je schaal- en schelpdieren zoeken op de rotsen. Als we aankomen op Skye is het iets droger en piekt de zon een beetje door de wolken. Het is mooi hier.

We rijden naar Elgon, een mooie weg. We wilden overnachten in Elgon op een gedoogplek maar het waaide veel te hard om boven te blijven staan en helemaal beneden bij het haventje kon je beter ook niet gaan staan volgens een vriendelijk restauranthouder. Hij verwees ons naar een carpark vlak bij Torrin daar waar de wandelingen beginnen naar de berg Blaven. Als je richting Elgol rijdt dan passeer je Torrin, je ziet een grote hangar die op een vliegtuig hangar lijkt. Dan neem je nog de bocht om het water en als je uit de bocht komt zie je een groen bordje met “carpark”. ‘s Nachts ging het behoorlijk te keer. Felle windstoten, wij stonden heerlijk beschut.

Het wordt eentonig weer regen en wind. Toch viel de dag erg mee, af en toe zon. We gaan weer terug naar de A87 en rijden via Slichachan naar Portree. Portree is een mooi dorp en gezellig druk op deze zondagmorgen. Buiten de haven ligt een groot cruiseschip, de passagiers lopen rond in het plaatsje waar alle winkels open zijn. De huizen die aan de haven staan zijn vrolijk gekleurd. Een welkome afwisseling. De meeste huizen zijn gebouwd van een grijze steensoort.

In de winkels weinig spannends. Veel geweven spul en van alles met ruiten. We rijden de 855, mooie uitzichten die met mooi weer ongetwijfeld nog mooier zouden zijn geweest. Van de “Old Man of Storr” en de ander toppen zien we niet veel.

We overnachten op een camping naast de haven van Idrigill en hebben zowaar een beetje zon ‘s avonds. Koud blijft het. Alle zomershirts liggen nog ongebuikt in de camperkastjes.

Dinsdag 26 mei begint met regen, eindigt met regen maar daar tussen een “lovely day” zoals een oude dame tegen me zei. We gaan naar Dunvegan, bezoeken niet het kasteel dat tussen de bomen verstopt ligt maar nemen het smalle weggetje langs het water naar Claigan. Hier parkeren we, met veel moeite vanwege de drukte, de camper voor een wandeling. Schitterend!

Die donkere dreigende zee van gisteren is vandaag in de zon een mooi blauw tapijtje.

Daarna via Colbost met een van de beste Schotse restaurant “The Three Chimneys” naar Neist point. De wandeling naar de vuurtoren kost wel even wat inspanning. Steil naar beneden en weer omhoog. We overnachten op de camping in Sligachan. Dit zou volgens de Expert reisgids de mooiste camping van Schotland moeten zijn, wij zijn het daar niet mee eens. Volgens ons is de schrijver dan nooit in Scourie geweest.

Woensdag 27 mei is weer een dag met veel regen. We verlaten Sky  en rijden richting Balmacara. Bij de Lochash woodland garden stoppen we. Regenbroek en jack aan en de paraplu mee en lopen. Anders zitten we veel te veel in de camper. Al met al was het een heerlijke wandeling in een prachtige tuin. We rijden verder naar het Eilean Donan Castle. Het meest gefotografeerde kasteel van Schotland. Het valt echter niet mee om van onder je pluutje een foto te maken. Kijk maar even op deze site voor een betere foto.

Na het kasteel nemen we de A 890 naar Lochcarron een leuk, lang gestrekt dorp langs het meer. Het plan is naar Applecross te rjden. De weg is erg smal en als na tien kilometer rijden het weer nog slechter wordt besluiten we terug te rijden en de A896 te volgen naar Torridon. In Torridon bezoeken we het Countryside Centre van de NTS waar een aardige film draait over de omgeving. Zo hebben we de bergen, die voor ons aan het zicht waren ontrokken door de wolken, toch gezien.

Het is een mooie weg van Torridon naar Kinlochewe. We overnachten in Kinlochewe op een camping van de Caravanclub. We zagen in deze plaats overigens ook een geschikte camperplaats toen we gingen wandelen. Een parkeerplaats aan een riviertje. Als je van de A896 de plaats binnenkomt, rechts afslaan en dan ligt links de parkeerplaats een beetje lager dan de weg.

Donderdag 28 mei is een speciale dag. Ik ben vandaag zestig geworden en loop daar de hele dag een beetje over te giechelen. Zestig jaar volgens mij gaat dat over een ander in ieder geval niet over mij. We brengen veel tijd door in Inverewe Garden. Een schitterende tuin met veel doorzichten naar Loch Ewe. In een van de bomen zien we enorme nesten van reigers. We gaan door naar Ullapool. Onderweg stoppen we geregeld bij mooie plekken. Bij voorbeeld bij de Falls of Monarch.

Ik vind de omgeving steeds nog mooier worden. Hier kom je echt in de rustige streken van Schotland. In Ullapool kiezen we voor de camping aan het einde van de winkelstraat. Kunnen we lopend een lekker restaurantje opzoeken voor een verjaardagsdiner. Vlak bij de camping was een restaurant. We hadden een tafeltje bij het raam met een prachtig uitzicht over de baai. Heerlijk gegeten, we keken wel op van het gepocheerde ei dat bij de gebakken zalm werd geserveerd. Gradus koos als toetje zijn onvolprezen sticky toffeepudding.

Tip: ga ook eens naar de delicatessenafdeling in restaurant “The Arch”. Zit halverwege de winkelstraat die langs het water loopt. Ze hebben de heerlijkste dingen voor weinig geld en hun brood……..geen woorden voor, zo lekker.

De volgende ochtend vroeg wakker en het is mooi weer. De temperatuur is ook een stuk aangenamer. We zien een zeehond zwemmen in de baai waar de camping aan ligt. Altijd leuk. We halen het heerlijke brood bij The Arch en vervolgen onze reis naar het Noorden. We passeren de ruine van kasteel Ardvreck; een mooi plekje! Een plek vol historie zoals op het info bord staat te lezen.

Nemen de A837 naar Lochinver. De plaats heeft een goede supermarkt en we vinden hier de bodylotion skin so soft van Avon, helpt prima tegen de midgets en ruikt lekker. Bij Lochinver nemen we de single pass road B869 naar Stoer en vandaar de kustweg naar “The Old Man of Stoer. We lopen naar de vuurtoren. Bij de parkeerplaats staat een dame met een versnaperingenwagen. Hier helemaal in de middle of nowhere. We vinden dat de dame wel wat omzet verdient en we kopen twee heerlijk grote stukken van haar homemade taart. We moeten dezelfde weg weer terug rijden om verder te kunnen. Bij Clashnessie liggen mooie zandstranden. De B869 is erg mooi om te rijden.

We overnachten in Scourie op een fantastisch mooi gelegen camping aan de Scourie Bay. Er is een speciaal verhard terrein voor campers en de tentjes en lichte campers staan op de grasvelden van de terrassen. Wij nemen een plek zonder stroom en vinden dat we mooier staan dan tusen de campers. Mooie zonsondergang op deze plek. Het is de hele dag al prachtig weer en dat belooft het de komende dagen te blijven. Hebben we wel verdiend na 2 weken kou, regen en wind.

Een nieuwe dag met stralend weer. Nu moet eerst de camper uitgemest worden van binnen. Met die regen kwam het er niet van. Na de lunch rijden we naar Tarbert waar je met een klein bootje overgezet wordt naar Handa eiland. In de prijs voor de overtocht zit ook de toegangsprijs voor het eiland. Handa heeft de grootste vogelkolonie in Europa. Wij hopen vooral de papegaaiduiker te zien en worden niet teleurgesteld. We zien ook alken, zeekoeten, de grote jager, de middelste jager, en een jonge watersnip.

 

Jammer genoeg moet je om 17.00 uur van het onbewoonde eiland. Het is een mooie avond en we waren graag langer gebleven. De wandeling duurt ongeveer drie uur. Het is echt genieten op het eiland. Grandioos. We overnachten weer in Scourie waar we met alle campinggasten een mooie zonsondergang kunnen bewonderen. ‘s Avonds drinken we met de Nederlandse camperaars naast ons een wijntje respectievelijk een whisky.

Het is zondag en mooi weer en eigenlijk zouden we gewoon een dagje van de zon moeten genieten. Maar we willen nog veel zien, het is hier zo mooi. Bij Laxford Bridge nemen we de A838 en even later linksaf de B801 naar Sheigra. Al weer zo’n mooie weg met links aftakkingen naar mooie stranden.Bij Sheigra (het pad langs de begraafplaats inrijden) is een “wild camping” plaats. Een hemelse plek. Wij nemen de afslag naar Pollin en wandelen daar een stuk. We hebben uitzicht op Handa en de bergen. Pollin is nauwelijks een dorp te noemen. Hier en daar verspreide huizen in de traditionele stijl. Twee schoorstenen, en drie dakkapellen. Wit gepleisterd. En een prachtig wit zandstrand.

Weer  terug op de A838 zien we bij Kyle of Durnes een apart schouwspel. Je ziet het water verdampen en wolken vormen.

Even voorbij Durness lig bij Balnakeil een oogverblindend wit zandstrand. De wandeling naar Faraid Head is te ver, die slaan we over. We parkeren om het oude ruine kerkje even te bekijken. Die Schotten hadden mooie begraafplaatsen met zeezicht. Het is hier wel veel kouder er staat een straffe zeewind. Helaas krijgen we bij het wegrijden schade aan de camper. Onze Knaus is nogal laag en het wegdek had een hoge rand. Gevolg: achterkant kiept en raakt de grond. Kost ons weer een paar centen.

We rijden verder langs Loch Eribol en zien ter hoogte van Laid een prachtige CL. Het is nog vroeg maar we voelen er wel wat voor om nu te stoppen en te genieten van de zon en het schitterde uitzicht dat deze CL heeft.

We houden van trekken maar soms overvalt ons toch een gevoel van spijt dat we weer verder trekken. Deze CL ligt zo mooi dat we ons afvragen waarom we nu in hemelsnaam verder willen. We vervolgen de A 838 langs Loch Eribol. Aan de andere kant zien we de bunkers uit 40-45. Als we verder langs de noordkust rijden verandert het weer totaal. Op een gegeven moment nemen we de afslag naar Strathy Point. We wandelen naar de vuurtoren.  Aan het landschap kan je nog duidelijk zien dat hier turf wordt afgegraven.

Verderop willen naar het visitor centre van Dounreay kerncentrale maar het centre is gesloten en dus rijden we verder naar de ruine van St.  Mary’s Chapel. Het laatste stuk moeten we lopen en ook hier weer zo’n mooie begraafplaats aan zee.

Het wordt steeds kouder. We melden ons op de CL in Scafkerry waar we willen overnachten. De eigenaresse spreekt goed Nederlands. Zij heeft een paar jaar in Rijnsburg gewoond vanwege het werk van haar man.  Het wordt steed kouder en dichte mist trekt het land binnen vanaf de zee. Toch willen we nog even naar Duncasby Head. We komen dan eerst langs John o’Groats, de plaats waar de ferry naar de eilanden gaat. De eerste ferry lijn is geopend door de Nederlander. Bij Duncansby Head is het zo koud dat we de warme winterbroek weer aantrekken en toch de wandeling langs de kliffen gaan doen. Dichte mist en straffe wind…..koud!!! Maar weer heel apart en de vogelkolonie is weer indrukwekkend.

Ook de volgende dag weer koud. We hebben drie dagen mooi weer gehad maar nu komt het fleecevest en het windjack weer van pas. We gaan naar Wick om boodschappen te doen en kijken even bij het Castle of Old Wick. Natuurlijk weer een ruine. Die Schotten hebben zoveel gevochten dat weinig bewaard gebleven is. We zitten nu op de A9 en deze kustweg is niet zo interessant.  Het Dunrobin Castle bij Golspie ziet er heel indrukwekkend uit en is mooi aan zee gelegen. Doet een beetje Frans aan.

Bij Loch Fleet nemen we het mooie kleine weggetje dat vlak langs het water loopt. Een vogelrijk gebied en op de zandbanken liggen veel zeehonden. Dornoch is verrassend. We hebben nog niet veel echt mooie plaatsjes gezien maar Dornoch is beslist de moeite waard. De golfbaan van Dornoch noemt men de St. Andrews van het Noorden en daarom zijn we even gaan kijken. Een prachtig complex en een schitterende baan. We willen overnachten op de CL ( Davochfin Farm) even voorbij Dornoch maar krijgen weer eens te horen dat het vol is. De eigenaar is allervriendelijkst en staat ons toe te overnachten op de parkeerplaats van zijn recreatieterrein. Hij heeft daar een drivingrange, een korte golfbaan, visvijvers en picknickplaatsen. We staan daar geweldig en hebben een mooi uitzicht.

Woensdag 4 juni: koel maar droog weer. We gaan naar Tain een plaats met een mooi oud centrum. En kiezen daarna voor de B817, die bij Dalmore weer op de A9 komt. Dan trekken we even door via de A833, een mooie weg door heuvelachtig landschap, naar Urquart Castle. Het monster van Loch Ness zullen we niet zien maar je moet toch wel even bij het meer geweest zijn.

We gaan weer terug naar de kust en komen voor de  overnachting terecht op een mooie ommuurde CL (Geddes House) nadat we bij een eerdere plaats en op de camping weer “vol” te horen kregen.

De volgende dag bezoeken we wat plaatsen in de buurt. Eerst Nairn, niet zo bijzonder. Erg leuk vind ik het grote grasveld aan de kust, iets wat je veel vaker ziet, waar families kunnen recreeren. En een leuk winkeltje met glasobjecten. Ik heb een mooi engeltje voor in de kerstboom gekocht (in mijn kerstboom hangen al wel 50 engeltjes).

Bij Brodie Castle hebben we pech. Het kasteel bleek gesloten ondanks de info in ons National Trust boek dat aangaf dat het kasteel open zou zijn. Een bus met een speciaal gezelschap werd wel toegelaten. Zo heel erg vonden we dat ook niet. We hebben lekker rondgelopen in de tuin en vroegen ons af, wat is er nu mooier is, die prachtige boom of het kasteel.

‘s Middags zijn we gaan golfen bij de golfbaan in Kinloss. De baan van Nairn was mooier maar die vonden we te duur : 85 pond. Bij KiInloss betaalden we 25 pond. Een prima baan en vanwege de hoge luchtvochtigheid gingen de ballen veel verder dan gewend. Het leek zowaar of ik kan golfen. (Helaas thuis bleek het tegendeel)

We overnachten weer op de CL Geddes House.

Vandaag hebben we een dagje kustplaatsjes kijken. Eerst Elgin en vervolgens de plaatsjes aan de A942. Leuke route. Bij Portknockie wandelen we ook even naar de ‘Bow Fiddle Rock”

Terug op de A98 doen we Cullen aan, een aardige plaats. Na Banff nemen we de A947 naar Fyvie Castle.

Geachte lezer, mocht je nog trouwplannen hebben. Dit kasteel kan je huren voor trouwpartijen. Wel mooi hoor!! Maar ook dit kasteel was gesloten. Weer kwam er een groep die er wel in mocht. We zijn toen maar brutaal geweest en hebben gevraagd of we mee mochten. En zowaar: het was goed. We mochten zelfs foto’s maken wat normaal niet mag. Het interieur van dit kasteel was beslist de moeite waard. Mooi ingericht en leuke objecten. De eigenaar had het nog niet zo lang gelden van de hand gedaan aan de National Trust. Overal familiefoto’s. De trap was opmerkelijk. Zeer breed. De gids vertelde dat de jongste zoon van de laatste eigenaren het presteerde om met zijn paard de trap op te gaan. Veel leuke details in het kasteel zoals de eerste telefoon.

En dan beleven we weer een mooi avontuur. We rijden naar een CL even voorbij Fisherford, zien 4 caravans staan en denken daar kunnen we nog wel bij en rijden het (gras) terrein op. Ik zeg nog “moeten we dat wel doen na al die regen” en ja hoor, we zitten zo vast als een huis. Naast de CL ligt een restaurant en daar komt een boze eigenaar uitlopen “I can’t believe you did this” . Nee, wij achteraf ook niet. Gelukkig draait de man weer bij en hij belooft ons een trekker te regelen. We mochten op de parkeerplaats van het restaurant gaan staan nadat we weer los waren en de trekkerchauffeur een fles whisky hebben gegeven. Dan van de nood maar een deugd maken en gaan eten bij het restaurant. Echt heel erg lekker gegeten; zeebrasem met witte en groene asperges en sauce hollandaise. Verwacht je niet in zo’n klein afgelegen restaurant. Echt een aanrader om te gaan eten bij  “The Fjord Inn” .

We hebben goed geslapen op de parkeerplaats.

De volgende dag stond Pitmedden Garden op ons lijstje. De tuinen waren echter ps om 13.00 uur open dus zijn we doorgereden naar Aberdeen. De stad heeft meerdere Park&Ride plaatsen en de bus brengt je voor 2 pond naar de stad. Ideaal. Ik weet niet goed wat ik van deze stad moet zeggen. Hij komt grijs en donker over, weinig interessante gebouwen. De sfeer is wel plezierig. Vervolgens naar een CL in Banchory gereden maar helaas weer vol,  en ook de camping zat vol. Toen doorgereden naar een tweede CL. Ook vol maar deze CL had een “nood”plekje waar we mochten staan. Overigens een prachtige CL:  Greenpark Glassel Banchory. Deze streek is zeer geschikt als uitvalbasis voor de kasteeelroute.

Zondag 7 juni: een wisselvallige dag. Buien en felle opklaringen. Dit weer is prima te doen. We bezoeken Crathes Castle. Voor kasteel en tuinen moet je apart betalen. Tenzij je lid bent van de National Trust for Scotland, zoals wij. Mooie tuin met nu volop bloemen.

Het kasteel wordt drukbezocht en je krijgt een tijd toegewezen waarop je naar binnen mag. Wij waren vroeg en konden met de eerste groep mee. Binnen mochten geen foto”s gemaakt worden. Dan weer naar de kust en naar Stonehaven waar de camping gelukkig wel plaats had. Op advies van zoon Robert, die vaak op Aberdeen vliegt voor zijn werk, gegeten bij een leuk restaurant in Stonehaven. Eerst een leuke wandeling van de camping langs de boulevard naar het historische haventje waar het restaurant is. Het is zondag en de Schotten staan gezellig met hun biertje op de kade terwijl de kinderen grote pret hebben met elkaar. We eten in het “Tolbooth” visrestaurant een luxe restaurant. Eten van zeer goede kwaliteit. We kiezen voor een chardonnay uit Franschenhoek omdat we daar geweest zijn. Gewoon leuk.

Maandag 8 juni: We maken een prachtige wandeling bij het vogelreservaat Fowlsheugte. De kust hier is erg mooi maar vooral als je de moeite neemt om op de kliffen te gaan wandelen. De vogels hoor en ruik je al ver voordat je ze ziet. Hier zitten veel Kittiwakes, alken en zeekoeten. Wij menen ook de rotsduif te zien.

We zakken verder af langs de kust. Bij Carnoustie liggen mooie golfbanen. en even verder ligt Barry Mill een nog geheel intacte watermolen van de NTS. Wel aardig om even te gaan kijken. De molenaar kan zeer enthousiast vertellen. De molen ligt in een mooi stukje natuur. Via de Taybridge komen we bij de CL in Taybridge. Leuk plekje, zonder beheerder. ‘s avonds kwam wel iemand langs voor het geld.

9 juni 2009. Gradus jarig en we maken er een mooi dag van. Het weer werkt mee, er komt al een klein zonnetje door het wolkendek. Eerst naar de Morrisson om inkopen te doen voor een verjaardagmaaltijd. Thuis zou er chocolademousse gekocht worden maar nu moet het sticky toffeepudding zijn. Voor de lunch lekkere broodjes meegenomen. We bezoeken St. Andrew’s. Een gezellige oude plaats en die kathedraal is niet te geloven. Nu een grote ruine maar met een beetje fantasie kan je je wel voorstellen wat een enorm bouwwerk dat geweest moet zijn. Natuurlijk lopen we ook naar ge “Old Course” DE golfbaan van St. Andrews. We staan met plezier een tijd te kijken bij hole 18, het publiek klapt enthousiast als een speler een hele lang put vlak bij de hole neer legt. De meeste spelers lopen met een caddy.

Later rijden we nog  langs Crail, een leuk dorpje met een mooi haventje

en we overnachten op een Cl bij St. Monans. Nooit gedacht dat hier een CL zou zijn dus in eerste instantie zijn we weer weg gereden. Maar we zaten toch goed. Je moest betalen bij een boederij aan de doorgaande weg en mocht gaan staan aan de kust bij een kasteelruine. Een schitterende plek.

De volgende dag rijden we nog even terug naar Pittenweem, een aardige plaats, veel kunstwinkeltjes en met een stinkende haven. Daarna naar Falkland Palace aan de A912 boven Muirhead. We overnachten op caravan en camping park Morton Hall. En boeken meteen voor drie dagen. De camping is een prima uitvalbasis voor een bezoek aan Edinburgh, met de bus ben je in 25 minuten in het centrum. We hebben 2 dagen uitgetrokken voor de stad en ik moet zeggen, Edinburgh is inderdaad een mooie gezellige stad. Het kasteel staat helemaal in het teken van alle oorlogen dus dat hoeft van mij niet zo nodig. We stonden ‘s morgens met fleece en windjack op de bus te wachten maar om een uur liepen we in een shirtje. De bewoners van de stad genoten ook van het mooie weer en vermaakten zich op de grasvelden van Princess Park.

De tweede dag zijn we eerst naar de National Gallery gegaan waar oude Hollandse Meesters  hangen als Rembrandt, Frans Hals, Rubens en Maes. En we dronken er koffie met de onvolprezen worteltjestaart. Het was ons in Schotland nog niet gelukt om die taart een keer te pakken te krijgen. We gebruiken onze NTS kaart om een huis, Gladstones’s land , aan de Royal Lane te bekijken en een in het “nieuwe” Edinburg aan de Charlotte Square nummer 28. Natuurlijk moest Marianne even naar een speciale hoedenwinkel aan de Grass Market. Ik had een prachtige hoed op maar vond hem te duur en heb nu natuurlijk spijt. Het lopen in deze stad vraag wel wat van je want er zijn behoorlijke hoogteverschillen. Deze stad is beslist de moeite waard en winkel liefhebbers kunnen er zeker hun hart ophalen.

Zaterdag 13 juni. Via Musselburgh rijden we naar Dirleton. Aardige kerk en een van de oudste kastelen. Weliswaar een ruine maar je krijgt toch nog een heel aardig beeld. Leuke cottages.

Daarna naar North Berwich waar we een wandeling omhoog maken voor een goed uitzicht op Bass Rock en de stad. Op Bas Rock moeten veel Jan van Genten zitten, het eiland lag toch te ver weg om een vogel te kunnen zien.

In Preston gaan we even kijken naar een oude watermolen. Een rustiek plekje.

Bij de CL in Coldingham krijgen we weer eens “vol” te horen. Gelukkig ligt er verderop een caravanpark met camping waar we nog een laatste plekje kunnen vinden.

Zondag 14 juni: we zijn vroeg op pad om een wandeling te maken bij St. Abbs. Gelukkig heeft de NTS hier een parkeerplaats waar wij als lid mogen staan.Het havenstje van St. Abbs is heel klein en op deze zondagmorgen grote drukte met scubadivers. De wandeling over de kliffen is heerlijk, wat is het toch mooi op die kliffen. We bezoeken Eyemouth. De zeehonden liggen hier in de haven te bedelen om voedsel. Het is weer moeilijk om een overnachtingsplek te vinden. Uiteindelijk lukt het op een CL in Guysance op een mooi groot terrein. Ook deze plek was in principe vol maar we mochten er nog bij. Dit was ons laatste nachtje in Great Brittain. De volgende dag vanuit NewCastle weer naar huis gevaren.

Het was een fijne vakantie, mooi land, rust, ruimte, aardige mensen, heel veel gezien en ik zou er wel een keer terug willen gaan in de herfst.

Geplaatst in 2009 Schotland. Reageren uitgeschakeld

frankrijk / routes des grandes alpes

Zondag 14 september.

We vertrekken dit keer vanuit Bilthoven voor onze Frankrijk reis. Doel is Annecy en van daar uit bekijken of het weer een beetje redelijk is en dan de “Route des Grandes Alpes” rijden. De eerste pleisterplaats is de camperplaats in Charmes waar we nog makkelijk een plaatsje kunnen vinden. In veel reisverslagen wordt deze camperplaats als super omschreven. Misschien heb ik er daarom te veel van verwacht want het viel mij een beetje tegen. Natuurlijk ligt de plek wel mooi aan een kanaal maar is ook een beetje onrustig. Persoonlijk vind ik Baumes-les-Dames veel mooier omdat ik dat dorp ook veel aantrekkelijker vind.

Maandag 15 september

Binnendoor via o.a. de N5 rijden we langs Geneve naar Annecy. Even voor Gex heb je een prachtig uitzichtpunt over het meer van Geneve en het Mont Blanc Massief op de achtergrond. Het weer is al een paar dagen redelijk maar erg koud. De camperplaats in Annecy is helemaal vol. Campers staan zelfs dubbel geparkeerd. Op een lantaarnpaal staat een briefje van een kleine camping 2
km verderop aan de N508 en omdat het al laat is besluiten we niet verder te zoeken en daar heen te gaan (wel eerst het sani-station gebruiken). We staan in een grote tuin voor 10 euro op camping Le Verger.

Dinsdag 16 september

Bij de camping de weg even oversteken en een paadje naar het meer nemen en we kunnen via een fietspad naar Annecy waar we het oude gedeelte bekijken. Het is marktdag. Je zou kunnen zeggen dat we het treffen, dat is natuurlijk ook zo maar alle heerlijkheden die
Frankrijk heeft worden hier erg aantrekkelijk uitgestald. Niet kopen valt niet mee. Heerlijke kaas, mooie worst, de meest aparte paddestoelen en meer.

We beperken ons tot de dingen die we nodig hebben. Groente, fruit en vlees. We raken aan de praat met mensen uit Twente en drinken gezellig met zijn vieren koffie in een heerlijk warme conditorei. Terug fietsend naar de camping was er de aarzeling “gaan we nu wel of niet de bergen in”. Het was nog steeds koud, elf graden, en het meer lag rondom in donkere wolken. We kozen toch voor de bergen onder het motto: we zien wel. Een goede keuze want hoe hoger we kwamen hoe beter het werd. De bedoeling was eerst naar La Clusaz te rijden en daar te overnachten. De camperplaats in het boekje van Facile was er gewoon niet. Doorrijden bracht ons op de Col des Aravis, vanwaar je een prachtig zicht hebt op de witte toppen van de Mont Blanc.

We zijn doorgereden tot Les Saisies waar we hebben overnacht op een lege camperplaats. In het dorp, waar alle blinden gesloten zijn, is het uitgestorven. De etalagepoppen hebben witte t-shirts aan en de winkel is leeg.

Woendag 17 september.

Een prachtige heldere dag en…de temperaturen waren weer heel aangenaam. We vervolgen onze route. Bij Beaufort stoppen we om het dorpje te bekijken, ook hier markt en dat maakt het altijd wel gezellig. Bij het stuwmeer van Roselend nemen we vlak voor het meer de weg naar rechts en vinden daar een prachtig plekje om een paar uur te verblijven. Na 500 meter op die ingeslagen weg zie je links een
parkeerplek en een pad naar beneden. Er stonden 2 campers die er ongetwijfeld de nacht hebben doorgebracht. Een prachtig plekje!!.

Wij rijden maar een paar uur verder naar Bourg-St. Marice en overnachten voor 9 euro 40 op de Acsi camping Le Versoyen.

Donderdag 18 september.

Via de D 109, een drukke weg en niet bijzonder, rijden we naar Val d’Isere. Ook hier is alles dicht. Geen aardigheid aan dus snel door. Na het dorp wordt de weg weer rustig en erg mooi. Volgens de kaart is op dit stuk “de Belvedere de la Terentaise”. Maar een bordje om dit punt aan te geven zien we niet. Kijk geregeld terug en zoek zelf even een plekje om te stoppen want het uitzicht hier is prachtig.

In de diepte het dorp, omringd door de majestueuze bergen en achter het dorp het Lac du Chevril. De Col d’Iseran zelf is minder spectaculair. Overigens dit seizoen schijnt wel in trek te zijn bij motorrijders, die zijn er genoeg. Na de Col weer mooie uitzichten. We dalen af naar Bonneval een leuk dorpje om even door te lopen.

We overnachten in Bramman op een erg mooi gelegen camping municipal.
De omgeving nodigt zonder meer uit tot wandelen.

vrijdag 19 september.

Het heeft de hele nacht geregend en dat doet het ook nog bij het opstaan. We blijven maar lekker in de camper en wachten af of het weer wat beter wil worden. Tegen half elf is het droog en beginnen we met een korte wandeling. Lang genoeg in de camper gezeten.
Met steeds beter wordend weer vervolgen we de route naar de col de Telegrafe. Veel fietsers op deze goed te rijden weg. Daarna de col de Galibier en dat wordt andere koek. Hoe dichter bij de col hoe smaller de weg. Vooral bij het punt, waar je kan kiezen tussen de tunnel en de col, wordt de weg erg smal en voor mensen met hoogtevrees een beetje griezelig. Het rijden gaat goed maar we
verzuchten wel dat we blij zijn dat het rustig is en op dit smalle stuk geen tegenliggers hebben. En we hebben diepe bewondering voor de mensen die met de fiets naar boven zijn gekomen. De Col de Lauteret passeren we eigenlijk ongemerkt. En voor we het weten zijn we in Villeneuve waar we overnachten op de camperplaats “Parking des Charmettes”. Twee giga grote parkeerterreinen en dit
keer eens verboden voor auto’s en alleen voor campers.

Een prima plek met rondom mooie natuur en een prachtig uitzicht op de bergen.

Zaterdag 20 september

Wandelen, boodschappen doen in Briancon (de stad is de moeite waard maar die laten we voor wat het is) en de D902 weer volgen naar de Col d’Izoard. We rijden door de smalle kloof naar Cervières. Bij het verlaten van het dorp moet je besliste even achter uit
kijken de besneeuwde top van de Barre des Ecrins is hier mooi te zien en steekt vandaag scherp af tegen de helderblauwe lucht.

In het dorpje St. Michel zien we links een houten bruggetje naar een perfect plekje om te lunchen. De weg naar de col is dit keer niet lastig en eenmaal boven moet je beslist de moeite nemen om nog even verder naar boven te lopen. Het uitzicht bij de informatietafels is
zeer de moeite waard. Na de top kom je in het Parc Regional de Queyras. Na een nauwe kloof bereiken we Guillestre waar we overnachten voor 10 euro op camping St. James les Pins waar we onder de pijnbomen nog een zonnig plekje kunnen vinden.

Zondag 21 september

Vandaag via de Col de Vars naar Barcelonette. Geen problemen op dit traject. We stoppen even bij de Refuge de Napoleon en zien hier weer de fietser voorbij komen die we de afgelopen dagen ook steeds gezien hebben. Knap werk! Vars is weer zo’n typisch wintersportdorp waar niets te beleven valt. We merken op dat nu de kleuren beginnen te veranderen. De grassen op de toppen kleuren al een beetje oranje.
Wat ook opvalt is de in onze ogen lelijke daken op de huizen in deze regio. Golfplaten (nog van asbest) en aluminiumdaken. Barcelonette is uitgestorven dus maar snel vervolgen de D902 maar zien borden staan dat het traject verboden is voor voertuigen langer dan 7 meter, hoger dan 3 meter en breder dan 2,40. We kiezen ervoor niet verder te rijden omdat we geen zin hebben in problemen en/of schade aan de camper. We rijden terug en overnachten op camping du Lac nog aan de rivier Ubaye maar met uitzicht over het Lac de Serre Poncon.

Een grote camping, maar nu staan er slechts 2 tenten en wij. We zoeken een mooi plekje aan het water en vinden het eigenlijk heel uniek dat we hier voor 12 euro inclusief stroom mogen staan. Een aanrader!

Einde van onze tocht over de Route des Grandes Alpes.

Maandag 22 september.

Plannen aangepast en via de D900 en de N85 naar Castellane. Bij Barreme nemen we de afslag naar St. Andre-les-Alpes. Het centrum van de parapenters. Je rijdt het dorp uit en ziet rechts van de weg een groot veld met een
parkeerplaats. Hier landen de parapenters. Het is koud maar we vinden dit toch te leuk om te zien en parkeren de camper en gaan kijken. Al gauw wordt ons duidelijk dat op deze plek ook wordt overnacht en we besluiten niet verder te gaan en ook hier te over nachten. Later zagen we ook campers staan bij het recreatiegebied. Je rijdt tussen de parapentschool

en het parkeerterrein door en al snel zie je dan rechts een mooie open plek aan de rivier. St. Andre heeft ook een officiele camperplaats met sanizuil.

Dinsdag 23 september.

Zusje Annelies staat in Rocquebrun sur l’Argent ( Lei Suves) op de camping en we hebben wel zin om te gaan buurten. We rijden eerst nog op ons gemak naar Castellane en de route langs de Gorge du Verdon en dan langs het Lac de Sainte Croix naar beneden. Een mooie route. Het laatste stuk is gewoon even doorrijden. En om zes uur zitten we gezellig aan de borrel met Gijs en Annelies. De volgende dag hebben we een rustdag voor de was en schoonmaak en Rocquebrun (de moeite waard) te bezoeken.

Donderdag 25 september.

Vandaag met zijn viertjes in de auto een tochtje gemaakt langs Lorques, de abdij van Thoronet (maakte een
verwaarloosde indruk), Carces,

Cotignac (rotswoningen). Foto boven vanuit een rotswoning. Foto onder een straatje van Cotignac.

4_144

en Salernes. Allemaal
leuke plaatsjes om door te lopen.

Vrijdag 26 september.

We gaan weer verder met zijn tweetjes en willen langs de “Corniche” de kustweg van Frejus naar Cannes rijden. Het kost ons veel tijd om eindelijk op die weg te komen. Erg druk overal. Op het eerste uitkijkpunt zien we bordjes dat je uit moet kijken voor dieven. Dus blijven we om de beurt bij de camper en de ander loopt het pad naar beneden af.

Drie uitkijkpunten verder slaat het noodlot toe. We eten een broodje op een bankje vlak bij de geparkeerde camper en dan besluit ik nog even een foto te maken. Terug bij de camper blijkt het keukenraam opgengebroken te zijn en mijn handtas met alles erin en mijn fototas met lenzen en de camera van Gradus zijn gestolen. We kunnen onze ogen niet geloven want we zijn maar even weg geweest en hadden de camper in het oog. We zoeken in Cannes een politiebureau maar dat lukt niet dus nemen we maar de dichts bijzijnde acsi camping om te overnachten. De volgende ochtend zit ik twee uur bij het politiebureau in Cagnes sur Mer om een ‘declaration de vol’ op te maken. We hebben veel schade. Telefoon, lenzen,
contant geld, fototoestel van mijn man…allemaal weg.

Zaterdag 27 september

IN de middag naar St. Paul de Vence, een zeer druk dorp. Eerst maar even het museum bezoeken. Voor foto’s maken moet je extra betalen.

Van het dorp zijn niet onder de indruk, alleen kunstwinkeltjes. De weg daar verder rijdend kom je in de Gorges du Loup. Verder naar Vence waar een gezellige drukte heerst maar geen parkeerplek te vinden is. Omdat de weg door Vence is afgesloten, rijden we verkeerd en komen in de heuvels terecht. We hebben we ruim 3 kwartier rond moeten dolen voor we weer op de goede weg naar camping Domaine de la Bergerie vanwaar we zondag op de fiets naar een feestvierend Vence zijn gegaan. Geen makkelijke weg!

Maandag 28 en dinsdag 29 september
kijken we even rond in de omgeving en kiezen voor een France Passion adres in La Motte. Chateau Desmoisselles.
Heerlijke wijn en een prachtige ruime plek in de natuur. Je kan er heerlijk wandelen, er zijn zelfs routes uitgezet. De plek bevalt ons zo goed dat we vragen of we een tweede nachtje mogen blijven.

Woensdag 30 september
Camperplek Tamaris bij Ramatuelle

Een gecombineerde parking
voor autos en campers. Direct aan het strand en St. Tropez per fiets goed te
bereiken. Wij vinden het geen leuke plek en gaan

Dinsdag 1 oktober even verderop naar de camper-camping aan de Chemin de la Moutte (richting Salin
PLage)Saint Tropez. Hier bevalt het ons beter. Niet ver van het strand, met de fiets in 8 minuten in Saint Tropez, en dicht bij het kustpad. Je kan een mooie rondwandeling maken van 2,5 uur. Er zijn zeilwedstrijden in St. Tropez en er is veel te zien. Het is prachtig weer maar wel heel veel wind. We blijven hier 6 nachten en hebben een geweldige avond met andere campergasten.

Ieder kookt wat hij wilde koken en we hebben het met elkaar opgegeten, geproefd van elk gerecht. En alles smaakte heerlijk!

Donderdag 9 oktober.

Camperplaats Ramatuelle : Bonne Terasse. Weer pech, we kijken ‘s avonds nog even naar Paul en Witteman en opeens beeld weg. Blijkt dat het inmiddels zo hard is gaan waaien dat de schotel naar achteren is geklapt. De volgende dag zijn we met behulp van handige mannen op de camperplaats tot 12 uur bezig om de schotel van het dak te monteren. Hij draait niet meer en zo kunnen we niet rijden. Dan de hele dag maar aan het werk. Vlak bij Bonne Terasse is een Sparwinkel met een wasserette. De camperplaats is erg groot en heeft ons weinig te bieden.

Vrijdag 10 oktober.

Vanmorgen rond gelopen in Ramatuelle, een heel mooi dorpje. Via de kust naar Sanary-sur-Mer.

En zaterdag met de fiets naar het station (daar moet je even wat moeite voor doen) en met de trein naar Marseille. We beperken ons tot het oude havengebied. Bij de toeristeninfomatie is een folder te krijgen met een wandelroute van 2 uur.

Zondag 11 oktober: een thuisreis van 7 dagen

route komt nog

Geplaatst in 2008 route des grandes alpes. Reageren uitgeschakeld

radegast

Bijna was het helemaal niet door gegaan ons tripje naar Mecklenburg Vorpommern. Een behoorlijk geblesseerde echtgenoot gooide roet in het eten. Hard fietsen en vallen en ja, dan kan je nauwelijks meer lopen door een geblesseerd been. Maar we zijn toch gegaan omdat we er wel veel zin in hadden. Natuurlijk is het wel te doen die 400 km naar Radegast maar we deden het liever in 2 etappes en hebben overnacht in Zeven even voorbij Bremen.
De volgende dag naar Vorbeck bij Schwerin waar we met elkaar hadden afgesproken om te golfen bij de Kranichplatz een 9 holes golfbaan naast een prachtige 18 holes baan; Winston Golf. De parkeerplaaats lag heel gunstig en terwijl wij golfden kon Gradus lekker zijn gang gaan bij de camper. Daarna naar Radegast naar het  bedrijf van Gerrie en Willem op wiens uitnodiging wij waren. Toch maar gebruik gemaakt van hun gastvrijheid en de logeerkamer genomen. Voor Gradus veel prettiger.
De volgende dag een bezoek gebracht aan Rostock, een klein centrum voor een grote stad.

raadhuis van Rostock

de mooie gevel van de bibliotheek

muziekkant met een Jan Klaassen. Hij was wel even bezig voor de boel geinstalleerd was.

Verder nog naar Warnemunden geweest. Een drukke badplaats aan de Oostzee Kust.

Donderdag stond weer in het teken van golfen. Dit keer op een baan aan zee:

Golfclub Hohen Wieschendorf. Mooie doorkijken naar zee. En we hadden schitterend weer.

‘s Avonds werden we door Bert getracteerd op eigen gemaakte pizza’s gebakken in de steenoven en lekker buiten op het terras eten.

Zaterdag morgen naar Heiligendamm. De oudste Duitste badplaats. Een mooi strand met een geweldig luxe Kur Hotel: het Kempinski Hotel.

De overige villa’s die hier staan en nog niet gerestaureerd zijn staan in schril contrast met dit luxe gebouw waarvan gezegd wordt dat de restauratie en inrichting 1 miljoen per kamer kostte.

Gek trouwens dat de andere panden nog niet zijn opgeknapt.

En natuurlijk op het strand de vertrouwde Duitse Noordkust strandstoelen.

Na samen nog een kop koffie te hebben gedronken scheidden onze wegen. Wij wilden nog naar het eiland Rugen maar brachten eerst een bezoek aan de Munster van Bad Doberan.

Een prachtig gebouw in “Rode baksteen Gothiek”. De kleuren binnen waren opvallend.

En mooie gebrandschilderde ramen.

Img_7833

Daarna richting kust en al snel kwamen we in een enorme file terecht. We realiseerden ons al snel dat dit niet leuk zou gaan worden, we besloten om te keren en richting huis te gaan. Rugen komt later wel weer een keer. Ook leuk om met de kraanvogeltrek heen te gaan.

Naar Neukloster gereden voor de camperplaats maar dat was een grote desilussie. Een boel herrie, een braderie op de inrit en camperplaats vol. Net kermis daar. Mag dan een Topplatz zijn maar dit hoeven wij niet. Door naar Bobitz waar we op een eenvoudige camperplaats op een weide prima konden overnachten en uitrusten voor de rit naar huis de volgende dag.

Naar nu blijkt is er toch sprake van een gebroken enkel en is er na 11 dagen gips om de enkel gekomen. Dat wordt volledige rust voorlopig.

Geplaatst in korte trips. Reageren uitgeschakeld

Marine Dagen 2008 Den Helder

Verslag van een CCN (Camper Club Nederland) evenement.

Img_7122

Donderdag 10 juli. De camper staat klaar, nog even langs de supermarkt en we kunnen op pad. Op ons gemak via mooie weggetjes door Friesland en met stromende regen over de afsluitdijk. Dat beloofd wat voor de komende dagen. Wij zijn lid van de NKC, zijn nog nooit naar een evenement geweest en gaan nu te gast bij een CCN evenement!
In de namiddag rijden we de parkeerplaats van Willemsoord op en zijn aangenaam verrast door deze leuke locatie. We worden vriendelijk ontvangen door Guus en …? en ik krijg zelfs een compliment dat ik de camper netjes heb neer gezet. Werkt altijd zo’n opmerking. Voor mij kan de dag al niet meer stuk. Ook leuk dat de heren folders voor ons hebben. Het weer in den Helder is heel wat beter en we kunnen lekker de stoeltjes buiten zetten. Kunnen we meteen kennis maken met onze buurtjes. Als we om half acht bij elkaar gaan zitten voor de koffieklets is het nog heerlijk weer. Guus geeft ons informatie over het programma van de Marinedagen en de koffie smaakt goed vanavond.
Vrijdag 11 juli. Om half tien staan we op de ons beloofde shuttle bus te wachten. Maar alles wat er kwam: wel regen maar geen shuttle. We waren gewoon nog te vroeg bleek achteraf. Wij kozen voor de fiets en waren binnen tien minuten op het haventerrein. Fietsen gestald en daarna liepen we als eerste tegen een promotiestand van het AGF aan. Een campagne gefinancierd met steun van de Europese Gemeenschap. Hoe dan ook de smoothie smaakte prima! De kaartjes voor het bezoek aan de duikboot waren al vergeven.

Img_7106

Dan maar eerst een rondvaart met de sleepboot door de haven. Het werd ons meteen al duidelijk dat we nooit in staat zouden zijn om alles te bekijken, zelfs niet in drie dagen. De rondvaart was leuk. Tussen pier 21 en 22 was de demonstratie al bezig en “horen” verging je. De mitrailleursschoten maakten een oorverdovend lawaai. Wat een naast mijn staande 15 jarige jongen de opmerking ontlokte “fucking vet!!!”. 
Nu eerst maar eens een schip bekijken. We kozen voor de RFA Lymebay, een Engels Schip. Via een voor mij (hoogtevrees) doodenge trap bereiken we het achterdek.

Img_7168

Vanaf dat punt kan je nog eens vijf trappen op en, heel galant van de Engelsen, na iedere trap stond er een tuinbank. Ik ben de trappen helemaal niet opgegaan en heb op mijn gemak de menigte beneden staan te bekijken terwijl ik wachtte tot mijn man weer terug was. Ook een leuke bezigheid. Vervolgens zijn we het terrein opgelopen waar vooral de kinderen aan hun trekken kwamen. Er was van alles te doen. Tokkelen, metaal zoeken met een detector, een helicopter bekijken en nog veel meer.

Img_7210

Inmiddels was het al weer een uur en zijn we lekker “naar huis” gegaan om daar een boterham te eten en even uit de drukte te zijn. Ideaal de camper zo dicht bij, wij ervaren het als pure luxe. ’s Middags zijn we nog terug gegaan en hebben de USS Elrod bekeken. De Amerikanen waren goed voorbereid op de bezoekers. Per groepje ging je de diverse punten af en steeds mondelinge uitleg en vragen: stel ze maar. Ik kan niet anders zeggen dan dat deze beleefde gastheren toch prettig overkomen. Hebben ze allemaal een mediatraining gehad?

Img_7291

De brandweercommandant vertelde dat er 4 brandweerlieden aan boord zijn die dagelijks bezig zijn met training geven aan alle opvarenden. Echt iedereen moet weten hoe te handelen bij een brand.
Hij is zelf verantwoordelijk voor het redden van de helicopterpiloot. Zijn pak is niet alleen vuurwerend maar ook sterk reflecterend , zijn gouden gezichtsbescherming is ook sterk hitte reflecterend.

Img_7342

Met lekker eten en een weer gezellige camperklets met koffie, waar we vanwege een scheef filter even op moesten wachten, sloten we deze mooie dag af. ’s Avonds was er nog vuurwerk op de dijk. Ik heb de knallen wel gehoord maar ben lekker in mijn bedje gebleven.
Zaterdag 12 juli. Kwamen er gisteren 40.000 bezoekers vandaag zouden het er 70.000 worden. Beduidend drukker dus en langere wachttijden.  Ook vandaag twee keer tevergeefs geprobeerd om kaartjes voor de duikboot te krijgen.

Img_7384

Een uitgebreid bezoek aan Hr. Ms. Johan de Witt gebracht. Wat een schitterend schip is dit. Alles maar dan ook alles is aan boord. De hutten en het verblijfskwartier, de ziekenzaal en de keuken. Het ziet er prachtig uit. Toch heel uniek dat we dit allemaal kunnen zien. ’s Middags hadden we even genoeg van alle drukte en hebben we na de lunch op ons gemak Willemsoord bekeken.

Img_7436

De VOC (eerste Nederlandse multinational) replica van de Prins Willim. De replica van de Prins Willem (Prins Willim) is bij Scheepswerf Amels in Makkum (Fr) gebouwd voor het openlucht museum Oranda Mura, Holland Village, aan de baai van Omura bij Nagasaki in Japan. Grappig om hier te horen dat men in 1500 een kogel per minuut kon afschieten en dat daar 12 man voor nodig was en op het Amerikaanse schip vertelde men dat er 80 granaten per minuut afgeschoten konden worden.
En dan ook nog maar even naar het pantserschip Zr. Ms. Schorpioen. Op de camperklets heb ik het die avond maar kort volgehouden, het was mij te koud.
Zondag 13 juli. En wie denkt dat we er nu wel genoeg van hadden die heeft het verkeerd. We zijn weer naar de haven gegaan en hebben weer geprobeerd kaarten te krijgen voor de duikboot. We waren vroeg genoeg maar toch te laat.

Img_7661

Dan maar de landing bekijken, daar waren we nog niet aan toe gekomen. Blij dat het alleen maar een demonstratie was.

Img_7626

Maar leuk om een keer te zien. Na ‘s middags dan maar de duikboot van het Marinemuseum te bezichtigen en nog even te kijken naar het gespeelde verhaal (erg leuk) op en over de mijnenveger Abraham Crijnssen zijn we om een uur of vier zeer voldaan naar huis gegaan.

Img_7462

CCN bedankt dat niet-leden mee mochten doen en complimenten voor de organisatie en de fantastische lokatie.

Meer foto"s op : picasa foto album

Geplaatst in korte trips. Reageren uitgeschakeld

Nordhorn- Vechta – Damme

We hadden gewoon zin om er even kort tussenuit te gaan en daarom vertrokken we vrijdag aan het eind van de middag naar Nordhorn. Op de camperplaats is het altijd wel gezellig en de omgeving nodigt uit tot fietsen en wandelen. Om een uur of 5 in de  namiddag komen we aan in Nordhorn waar we een druk bezette camperplaats aantreffen.
Img_6914

We maken kennis met Johan en Mieke uit Emmen die ik ken van het camperforum.
Al gauw is ons duidelijk dat de meeste campers die hier staan niet voor twee of drie daagjes hier zijn maar voor twee of drie weken. Het lijkt wel een camping. Komt dat nu omdat het staan hier geen geld kost?
Zaterdagmorgen, we zijn al wakker, het getoeter van de bakker en ontbeten met lekkere verse witte duitse broodjes en bruine broodjes gekocht voor onderweg bij het fietsen. We gaan eerst even naar de markt in Nordhorn en kopen daar zulke lekkere nieuwe aardappels dat, eenmaal weer thuis, we overwegen daar meer van te gaan halen. Fietskaarten van de omgeving hebben we al en ‘s middags maken we een fijne fietstocht. Fietskaarten k unt u kopen bij het Adac kantoor op de grote parkeerplaats die je moet oversteken als je richting centrum loopt. Zondag opnieuw fietsen en we zijn net voordat het onweer losbarst weer terug bij de camper.Daar zijn inmiddels mensen aangekomen die we drie jaar geleden al eens ontmoet hebben, ergens in Noord Duitsland. Waar weten we allebei niet meer, maar leuk om ze weer te zien.
Maandagochtend rijden we naar Vechta  om te golfen met de golfbon op de baan in Vechta,een van de tien mooiste banen in Noord Duitsland. De baan is inderdaad prachtig en we genieten volop.
We overnachten op een mooi plekje aan de Dummer See: bij  Olgahafen in Damme Dummer lohausen

Img_6922

De camperplaats hierboven is niet de officiele plaats. Die ligt achter de bomenrij en onder de bomen.
De Dummer See ligt op drie minuten lopen.
Img_6930

Voldaan en zeer enthousiast over een mooi weekend rijden we dinsdag via een leuke route over kleine weggetjes langs een Wasserschloss en een klooster weer naar huis.

Img_6938

Img_6940

Geplaatst in korte trips. Reageren uitgeschakeld
Follow

Get every new post delivered to your Inbox.